IS-sympathieën? Hooguit een smeekbede aan Allah

Rudolphs website stond vol artikelen over jihad. Wat vindt hij er zelf van? „Daar heb ik me niet specifiek in verdiept.”

Een beveiliger bij de Bunker in Amsterdam, tijdens het jihadproces. Foto Olaf Kraak/ANP

Hij noemt zichzelf „een amateurjournalist”. Op zijn weblog bracht hij „primeurs” over gesneuvelde jihadgangers en berichtte over de strijd in Syrië. De toon van die artikelen was soms wat provocatief, dat wil Rudolph H. best toegeven. „Ik noem mijn site ook wel de islamitische tegenhanger van Geenstijl.”

Islamitisch blogger of terrorist? Die vraag staat centraal in het proces tegen de 25-jarige Rudolph H. Hij verscheen gisteren voor de rechter in Amsterdam als eerste van de tien verdachten die worden vervolgd als terroristische organisatie. De Haagse bekeerling heeft zich volgens het Openbaar Ministerie (OM) schuldig gemaakt aan opruiing en haatzaaien. En dat gebeurde op zijn weblog: De Ware Religie.

Rudolph verschijnt op deze zitting in een grijze capuchontrui, zijn rode haardos strak achterover gekamd. Tot zijn aanhouding vorig jaar nam het weblog zowat al zijn tijd in beslag, vertelt hij de rechter. Rudolph stond op met zijn laptop en ging ermee naar bed. Veel van de ruim duizend artikelen op De Ware Religie gaan over de jihad en terreurgroep IS.

Over de aard van die artikelen wordt verschillend gedacht. Inlichtingendienst AIVD omschreef De Ware Religie vorig jaar als „een toonaangevende Nederlandstalige jihadistische website”. Volgens het OM verheerlijkt de site de jihad en de martelaarsdood. De site zou jongeren ertoe aan kunnen zetten af te reizen naar Syrië.

Islamoloog Ruud Peters, getuige-deskundige in deze zaak, zegt dat De Ware Religie vooral „aanzet tot debat” en dat lang niet alle artikelen opruiend zijn. En Rudolph zelf? Die beschouwt zijn artikelen als journalistieke producties.

Erg objectief is het weblog niet, constateert de rechter. Zo schrijft Rudolph op positieve toon over „de onstuitbare opmars” van IS in Syrië en Irak. Over gesneuvelde IS-strijders schrijft Rudolph dat hij hoopt dat Allah hen zal accepteren als martelaren. Blijkt daaruit dat hij sympathiseert met IS, wil de rechter weten. Rudolph: „Mijn sympathie ligt bij iedereen die de sharia nastreeft.” Waarom noemt hij gesneuvelde IS-strijders martelaren, vraagt de rechter. Dat is een smeekbede, zegt Rudolph, die niet meer betekent dan dat hij hoopt dat Allah de overledene toelaat in het paradijs. „Wat hij deed, en of dat goed of niet goed was, laat ik buiten beschouwing.”

Rudolph publiceerde ook een lezing waarin de jihad wordt aangeprezen: „Oh God, laat ons strijden op uw weg [...] en bevrijd onze broeders in Syrië.” De rechter wil weten of in deze lezing de gewapende jihad wordt gelegitimeerd. Nee, zegt Rudolph. Het is een theologisch stuk over de positie van de jihad in de islam. Maar er wordt wel een link gelegd tussen de jihad en Syrië, zegt de rechter. Ook dat is een smeekbede, zegt Rudolph, die niets te betekenen heeft.

Maar hoe denkt Rudolph dan zélf over de jihad in Syrië, vraagt de rechter hem. „Daar kan ik geen antwoord op geven”, zegt Rudolph, „omdat ik dat niet weet. Ik heb me daar niet specifiek in verdiept.”

De rechter: „Toch is het onderwerp ‘jihad’ op De Ware Religie wel, ik zou bijna zeggen, trending topic. Hoe kan het dat u, als beheerder van dat medium waar dat onderwerp zo specifiek aan de orde komt, zegt: ik weet er niets van af?”

Rudolph: „Ik ben tegen Assad. Ik vind dat hij de legitimiteit als leider verloren heeft, dus hij moet opkrassen. Maar of het jihad is, weet ik niet.”

De rechter: „Waarom wilt u zich over uitgerekend dit onderwerp niet uitspreken?”

Rudolph, na lang aandringen: „Het is een gevaarlijk onderwerp. Dat bewijst alleen al dit proces.”

    • Andreas Kouwenhoven