opinie

    • Menno Tamminga

Helpt arbeidsmigratie tegen de vergrijzing?

Het misverstand is hardnekkig. De stroom van vluchtelingen naar Europa is een eerste klas oplossing om in de vergrijzing onze economische groei en welvaart te behouden.

Zes observaties wil ik met u delen. De eerste: als het zo simpel is, waarom is het niet al op deze schaal geprobeerd? Arbeidsmigratie en vergrijzing: 1+1=2. Eureka. Het is niet gebeurd, omdat het onvoldoende werkt. Op twee manieren is leergeld betaald. De binnengrenzen op de arbeidsmarkt in de Europese Unie zijn geslecht. Dat heeft voordelen, maar heeft ook een schaduwwereld geschapen van schijnconstructies waarmee bijvoorbeeld Nederlandse vrachtwagenchauffeurs kampen. Verder willen talloze landen buitenlandse studenten na hun bul behouden én hoogopgeleide migranten trekken. Iedereen doet dat. Nederland mist een concurrentievoordeel.

De tweede observatie. Bekijk de getallen. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft in 2003 een verpletterend negatieve analyse gegeven: immigratie werkt niet tegen de vergrijzing. In 2007 rekende Harry van Dalen van demografisch instituut NIDI voor dat Nederland, om het percentage 65-minners tot 2050 op peil te houden, 11 miljoen extra jonge mensen nodig heeft. En ook jonge migranten worden een keer ouder, zodat het hooguit een tijdelijk verlichting is.

Ten derde. Nederland is een relatief laat vergrijzend land, omdat het kinderaantal tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw op hoger niveau bleef. Duitsland is een tegenpool. De krimp van de beroepsbevolking is een actueel vraagstuk. Dat kan een deel van de verklaring zijn van het enthousiasme van Duitse topmanagers voor Syrische vluchtelingen. Sowieso zijn werkgevers een katalysator van arbeidsmigratie: het verruimt de beroepsbevolking en tempert arbeidskosten. Vakbonden zijn eerder sceptisch. Hun leden hebben er juist last van.

Observatie vier: dé arbeidsmarkt bestaat niet. In de vleesverwerkende industrie en in de land- en tuinbouw lijkt wel een structurele vraag naar laaggeschoolde arbeid te bestaan, elders juist naar hoger opgeleiden, staat In betere banen (2012), een interessante bundel artikelen over arbeidsmigratie onder redactie van denktank WRR. Bij hoog- én laagopgeleide nieuwkomers kun je de concentratie in specifieke steden en sociale huurwijken uittekenen. Migranten blijven niet in de krimpregio’s.

Het is verder zot dat bij werkloosheidspercentages van 10 procent in Europa en nog 605.000 werklozen in Nederland (raming 2016) voor de verlossing van de vergrijzing naar migranten wordt gekeken. En dan is er de vraag: hoe ziet de arbeidsmarkt op langere termijn eruit. Hoe verhoudt de robotisering zich tot de arbeidsmigratie? Een ander aspect: in de vergrijzing zit banengroei in gezondheidszorg en dienstverlening in brede zin. In zulk werk spelen taalbeheersing en het aanvoelen van sociaal-culturele vragen en verlangens een hoofdrol. Juist daar staan migranten op achterstand. Dat moet hooggespannen verwachtingen temperen.

De vijfde observatie: wat migranten in het land van aankomst met hun leven doen weet niemand. Demos, het tijdschrift van onderzoeksinstituut NIDI, schrijft in zijn laatste nummer over de sneller dan voorziene toename van de Haagse bevolking, waarin Oost-Europese migranten een stevig aandeel hebben. Welke keuzes maken vluchtelingen uit Syrië en andere Midden-Oosten landen? Blijven zij hier? Zoeken zij een ander land? Volgt gezinshereniging? Elke uitspraak over migranten is een slag in de lucht.

De laatste observatie geldt de vergrijzing zelf. Waarom boezemt dat kennelijk zoveel angst in? Dat deed de geboortegolf na 1945 toch ook niet. De vergrijzing leeft. We moeten het onder ogen zien. Om Kanselier Angela Merkel te citeren: Wir schaffen das.

    • Menno Tamminga