Ergernis over sologedrag Duitsland

Wel een akkoord. Geen akkoord. Verwarring gisteravond in Brussel. Uiteindelijk bleek er geen deal te zijn over de opvang van vluchtelingen.

Even leek er een deal, en toen bleek die er toch niet te zijn. EU-ministers van Binnenlandse Zaken zijn het gisteravond niet eens geworden over het voorstel van de Europese Commissie om nog eens 120.000 vluchtelingen te herverdelen, ten gunste van EU-landen die onder de voet worden gelopen. Gestreefd werd naar unanimiteit in deze kwestie, die de solidariteit tussen EU-landen zwaar op de proef stelt, maar uiteindelijk ging slechts „een grote meerderheid” akkoord met de plannen van de Commissie.

Op 8 oktober willen de ministers het op hun eerstvolgende bijeenkomst opnieuw proberen. Maar de kans is groot dat er nu een top van regeringsleiders komt. Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, dreigde hier vorige week al mee als de ministers onvoldoende vooruitgang zouden boeken. Dat lijkt nu het geval.

De ministers werden het wel eens over de herhuisvesting van een eerste plukje vluchtelingen (40.000) uit Syrië en Eritrea, mensen die nu nog in Italië en Griekenland in overvolle opvangcentra zitten. Hierover was in juni al een politiek akkoord bereikt, het definitieve besluit werd gisteren afgehamerd. Het proces dat uiteindelijk moet leiden tot de ‘relocatie’ van deze mensen kan daarmee nu ook echt beginnen.

Maar over de tweede, veel grotere groep liep de discussie dood. Oost-Europese landen, vooral Tsjechië en Slowakije, zagen niets in het voorstel van de Commissie om per EU-land bindende quota te gebruiken. Hoewel relocatie op vrijwillige basis niet goed blijkt te werken, wilden zij per se dat het woordje ‘vrijwillig’ werd opgenomen in de slotconclusies. Dat was andere landen weer te gortig. Het resultaat: geen principe-akkoord, maar een recept voor nog meer ruzie in de komende weken.

Even leek er overigens wel uitzicht op een deal. Sterker nog: tijdens de pauze in het overleg verklaarde de Duitse minister Thomas de Maizière samen met zijn Franse collega, tijdens een speciaal belegde persconferentie, dat er een ‘politiek akkoord’ was bereikt over de 120.000 vluchtelingen. De Maizière sprak zelfs van „een belangrijke stap richting Europese solidariteit”. Probeerden zij Oost-Europese landen zo voor het blok te zetten? Hoe dan ook: het was voorbarig.

Druk op Europese baas Tusk

In de loop van de middag leek Polen de zaak niet op de spits te willen drijven. Het land blijft tegen bindende quota, en voelt ook niks voor een permanent ‘relocatie-mechanisme’, zoals de Commissie voorstelt. Maar het maakte gisteren wel bekend dat het mee gaat doen met de herhuisvesting van de in totaal 160.000 vluchtelingen, gewoon volgens het door Brussel gevraagde quotum. Volgens ingewijden zou er grote druk zijn uitgeoefend door Europees ‘president’ Tusk, tevens oud-premier van Polen, die niet wil dat zijn land als spelbreker wordt gezien in de EU.

Maar uiteindelijk schaarden ook de Polen zich achter het verzet van Tsjechië, Slowakije en Hongarije. Zij vrezen dat wat nu nog een vinger is, straks een hele hand wordt, en willen zich niet committeren aan bindende quota en mechanismes. In de Commissieplannen worden 54.000 vluchtelingen vanuit Hongarije overgeplaatst naar andere EU-landen, maar daarvoor moet Boedapest wel door de EU opgezette registratiecentra (‘hotspots’) op zijn grondgebied accepteren, en dat wil het niet.

Bovendien zijn de Visegard-landen woest op Duitsland. Dat land hamerde de afgelopen weken als geen ander op de noodzaak van een Europese aanpak van de vluchtelingencrisis, maar nam tegelijkertijd een reeks ingrijpende beslissingen die daarmee in tegenspraak lijken. Zonder overleg met overige lidstaten besloot Berlijn onlangs, uit humanitaire overwegingen, om het toelatingsbeleid voor Syrische vluchtelingen te versoepelen. De Dublin-verordening, die voorschrijft dat asielprocedures in het land van aankomst moeten worden afgewacht, werd opgeschort.

Op de grote vluchtelingenstroom die dat unilaterale besluit veroorzaakte, volgde zondag, opnieuw vrij onverwacht, de herinvoering van controles bij de Oostenrijkse grens. En dat leidde gisteren tot een domino-effect: ook Oostenrijk, Slowakije en Nederland begonnen weer met grenscontroles. Dat mag in noodsituaties volgens de Europese Commissie ook, voor een periode van tien dagen, die daarna steeds met twee weken verlengd kan worden, tot maximaal twee maanden. Maar voor ‘Schengen’, het pakket afspraken over vrij reizen, een van de fundamenten van de EU, was het een inktzwarte dag.

Het Duitse sologedrag, hoe goed het ook bedoeld moge zijn, wordt ergerlijk gevonden. De Poolse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Rafal Trzaskowski, haalde gisteren het voorbeeld van Oostenrijk aan, waar vluchtelingen nu alsnog meteen doorwillen naar Duitsland. „Toen aan de 11.000 vluchtelingen op het station in Wenen werd gevraagd of ze zich wilden laten registreren, gingen 87 mensen daar op in”, zei staatssecretaris Trzaskowski. „En we het hier over een rijk land.”

Ook in Polen zelf zijn problemen ontstaan. Van een klein groepje vluchtelingen dat vanuit de regio rondom Syrië naar Polen was overgevlogen, vertrok eenderde zodra Berlijn het beleid besloot te versoepelen. Trzaskowski: „Als we dit probleem niet Europees weten aan te pakken, dan kun je dit soort problemen verwachten. We moeten op analytische wijze handelen, niet op basis van emoties.” Wordt vervolgd.

    • Stéphane Alonso