De rechtoplopende aapmens haalde voedsel op de savanne

De eerste rechtoplopende aapmens at planten van de savanne. Hij trok 3,75 miljoen jaar geleden al het bos uit.

Wat aten onze voorouders? Vanaf 3,75 miljoen jaar breidden vroege mensen die in Ethiopië leefden hun dieet uit met savanneplanten, zoals gras en zegge. Dat blijkt uit onderzoek aan de tanden van prehistorische dieren en vroege mensen, dat deze week in PNAS verschijnt.

De vroegste voorouders van de mens, die zeven tot vier miljoen jaar geleden leefden, aten waarschijnlijk nog hetzelfde als tegenwoordige mensapen: veel bladeren en fruit. Dat veranderde vier miljoen jaar geleden toen Australopithecus verscheen, de eerste rechtoplopende aapmens. Het gebit van Australopithecus was robuuster dan dat van zijn voorgangers, met dikker tandglazuur, grotere maalkiezen en stevigere kaken. Maar wát vermaalde Australopithecus tussen die forse kiezen?

Om die vraag te beantwoorden, bepaalden Amerikaanse onderzoekers de verhouding tussen koolstofisotopen in het tandglazuur. Grassen en andere savanneplanten zijn zogenaamde C4-planten, de meeste bomen en struiken zijn C3-planten. C4-planten leggen vaker zwaardere koolstofisotopen vast dan C3-planten. Dat is nu nog meetbaar.

De Amerikanen onderzochten 152 fossiele tanden van dieren en mensen die tussen 3,75 en 3,2 miljoen jaar geleden in Ethiopië leefden. Er waren ook tanden van bladeters (zoals giraffes) en grazers (olifanten) bij, om het dieet mee te vergelijken.

De meeste australopitheci hadden 3,75 miljoen jaar geleden een gemengd dieet van bos- en savanneplanten, laten de onderzoekers zien. De isotopenanalyse onthult niet welke plantsoorten gegeten werd. Waarschijnlijk aten australopitheci zelf geen gras- of zeggesprieten, maar de zaden of wortels. En misschien kwam een deel van de C4-planten binnen door plantenetende dieren te eten. Maar dat vroege mensen 3,75 miljoen jaar geleden steeds afhankelijker werden van de savanne, staat vast.