Compassie is een slechte raadgever

Niets doen aan de vluchtelingen is ook een optie, betoogt Sebastien Valkenberg.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Als iemand in nood verkeert, help je hem. Klinkt voor de hand liggend, nietwaar? Daarom blijkt het o zo verleidelijk om deze logica ook te toe te passen op het debat over de vluchtelingenstromen. „Alle landen in Europa hebben de morele plicht hen op te vangen”, zei António Guterres, hoge commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties, een paar weken terug tegen Die Welt.

Of we die plicht hebben doet niet eens echt ter zake. Veel urgenter is de vraag of de morele reflex wel zo productief is als wordt gesuggereerd. Het recente verleden leert dat het dikwijls misgaat als de nobele doelen politici moeten aanzetten tot daadkracht. Zeker als het internationale vraagstukken betreft.

Onmogelijk om geen déjà-vu-gevoel te krijgen bij het beluisteren van de hedendaagse pleidooien. Je waant je in de jaren negentig. Ook toen was er een humanitaire crisis (op de Balkan) en ook toen tapte men uit het morele vaatje om mensen tot actie te bewegen. Oud-fractievoorzitter van GroenLinks Paul Rosenmöller pleitte voor „gewetensvol” handelen en de woorden van Freek de Jonge klinken helemaal vertrouwd. „We moeten iets doen.”

Dat zo vurig gewenste „iets” van De Jonge groeide uit tot de Kosovo-oorlog in het voorjaar van 1999, hoewel de NAVO liever sprak over een interventie. Tussen theorie en praktijk bleek een gapend gat te bestaan, zoals wel vaker als de hulpverlening op gang komt. Het vermoorden en verdrijven van de Albanese Kosovaren kwam toen pas echt goed op gang.

Natuurlijk kun je dit afdoen als een ongelukkig bedrijfsongeval. Maar die benadering is te lichtzinnig, aldus de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis. Vijftien jaar terug alweer schreef hij het essay – of is het een pamflet? – Politiek van goede bedoelingen, maar zijn analyse fungeert ook nu nog als een broodnodige ontnuchteringkuur.

Meer moraal om humanitaire crises te duiden, zoals steeds luider wordt bepleit? Eerder het omgekeerde, zou je het betoog van Achterhuis kunnen samenvatten. Politici mogen er graag op wijzen dat angst een slechte raadgever is, vooral als ze van progressieve snit zijn. Je hoort ze echter zelden over het geweten. Terwijl telkens weer blijkt dat dit niet de heilzame kracht is waarvoor het gehouden wordt.

Het probleem is dat hulpverlening verschrompelt tot weinig meer dan een technisch detail. Op deze procedurele manier keek ook Denker des Vaderlands Marli Huijer er tegenaan in dagblad Trouw (31 augustus 2015). Op de voorpagina riep ze op tot compassie. Ze vreesde dat we ons anders zouden afkeren van de problematiek, terwijl actie juist geboden was.

Hoe ongefundeerd die vrees was, bleek toen een paar dagen later de foto van Aylan verscheen. Het bleek – ik druk me zacht uit – ons bepaald niet te ontbreken aan het goedje dat onmisbaar zou zijn: compassie.

Maar of het ook voor het gewenste effect zorgt? Dat valt nog te bezien, want na het uitspelen van de morele troef ontstaat er onvermijdelijk een sfeer van schouders eronder en doorpakken. „Laten we wel wezen”, vond ook Huijer. „Zó ingewikkeld is het niet om vluchtelingen op te vangen. Kom op, we wonen in een land dat de zee kan tegenhouden.”

Met andere woorden: alle ballen op onze allerknapste ingenieurs en logistieke managers. Er is nood, maar die kunnen zij lenigen door tijdelijke woonruimte te bouwen en de mensenstromen in goede banen te leiden.

De realiteit is weerbarstiger. Ging het maar zo dat er eerst het leed is en de oplossing erop volgt. Dan was de maakbaarheid gered. Alleen: de internationale politiek laat zich niet in dat keurslijf persen. Wat door moet gaan voor een oplossing, zorgt in de praktijk vaak voor nieuw en onvoorzien leed.

Deze tragiek laat zich samenvatten in drie letters. WAR. Dit slaat niet op ‘oorlog’ in het Engels, maar is een afkorting voor de strategie die het Revolutionary United Front (RUF) hanteerde tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone: ‘Waste all resources’. Ofwel: maak alles stuk, dan komt de internationale gemeenschap over de brug met geld en hulpgoederen. Rebellenleider Mike Lamin legde ooit uit waarom geweld, liefst zo bloedig mogelijk, lonend is. „Pas toen er amputees tevoorschijn kwamen, kregen jullie aandacht voor ons lot.”

Juist. Dus het vooruitzicht van hulp gaat vooraf aan de ramp en houdt deze gaande zoals zuurstof een brandhaard voedt. Zij heeft niet de gehoopte dempende werking, maar lokt juist extra leed uit.

Het is een ongemakkelijke waarheid, die gemakkelijk uit het zicht raakt als morele appèls en hoog oplaaiende emoties de overhand krijgen. Oppassen dus als de Franse president Hollande ferm, maar vooral ‘Mutti’ Merkel stellen dat „het morele kompas” vanaf nu leidend moet zijn. Dit statement viel vrijwel gelijk met Duitsland dat zijn grenzen opengooide voor de vluchtelingen uit Hongarije.

Toegepast op de huidige crisis: de EU brengt door haar beleid zelf vluchtelingenstromen op gang. Human Rights Watch ziet al dat steeds meer Irakezen de oversteek wagen en wijzen het ruimhartige migrantenbeleid van landen in West-Europa aan als oorzaak. Het is kortom wachten op de nieuwe Aylan.

We willen maar niet zien hoe moeilijk het is om te helpen. Niet alleen is het onvoldoende om uit te gaan van goede bedoelingen, het is wranger. Een ethisch geïnspireerde politiek kan ónethische gevolgen voortbrengen en dat gebeurt vaker dan je zouden willen.

Hoe moet het dan wel? Laten we proberen de morele reflex te onderdrukken. Nu heet het te snel dat nietsdoen geen optie is. Dat was ook de teneur van de poster waarmee een groep bn’ers begin september opriepen tot handelen. „We willen ons in elk geval niet neerleggen bij passiviteit”, viel daar te lezen. Hier klonk een late echo van Freek de Jonge van vijftien jaar geleden.

De achterliggende gedachte is misschien begrijpelijk, maar berust ook op een misvatting. Die komt erop neer dat terughoudend optreden gelijk zou staan aan machteloosheid. Of nog erger: onverschilligheid. Weinig zo onverteerbaar als te moeten toegeven dat hiervan sprake is.

Er is echter ook een positievere invulling denkbaar. De Engelse journalist James Forsyth liet onlangs zien hoe die er uit ziet. „Om levens te sparen moet Europa mensen laten inzien dat ze geen asiel kunnen claimen als ze naar de EU reizen”, schreef hij in The Spectator (12 september 2015). „Dat betekent het laten omkeren van de boten die de reis pogen te maken en het laten betalen voor de selectiecentra in Egypte en Turkije. Dat is hard, maar mensen valse hoop geven getuigt absoluut niet van medeleven.”

In één zin: niets doen is wel degelijk een optie. Nou ja, in elk geval minder doen dan de radicale oplossingen waartoe ons morele besef aanspoort als dat eenmaal ontwaakt. Zijn we dan machteloos of onverschillig? Nee hoor, zulk optreden getuigt van nederigheid.

    • Sebastien Valkenberg