Zo’n boek dat maar héél af en toe voorbij komt

Twee jonge Amerikanen schrijven beiden over liefde en trauma. Maar waar Atticus Lish’ roman technisch perfect is, weet Hanya Yanagihara je zielsdiep te ontroeren. Ondanks de serieuze gebreken van haar boek.

Foto Craig Warga/Bloomberg

Je hebt het ongetwijfeld al gezien – het is tenslotte het eerste waarnaar je kijkt: een van de twee hier besproken boeken is met het maximale aantal van vijf ballen behangen. Laat me direct verklappen dat het de gemankeerde van de twee romans is. Dit zegt mogelijk iets over de systematiek van sterren en ballen, die ten onrechte suggereert dat kwaliteit te kwantificeren valt, maar vooral iets over de veelvormige aard van literatuur.

De boeken in kwestie, Atticus Lish’ debuut Ter voorbereiding op het volgende leven (Preparation for the Next Life) en Hanya Yanagihara’s tweede roman A Little Life, zijn oppervlakkig verwant: beide zijn lijvige romans van beginnende Amerikaanse schrijvers, beide zijn hoofdzakelijk gesitueerd in New York, beide handelen over trauma en liefde. Maar waar de foutloze roman al snel uit mijn gedachten verdween, maakte het boek met de serieuze gebreken een verpletterende indruk. Hoe is dat mogelijk? En hoe zoiets uit te drukken in het idioom van vergelijkend warenonderzoek?

Om met Lish te beginnen. Diens Ter voorbereiding op het volgende leven is een huwelijk van een drietal Amerikaanse literaire tradities: schrijven over de onderklasse, over de ervaring van de immigrant en over de terugkeer van de soldaat. In een lyrisch dirty realism, met dialogen die zonder aanhalingstekens in beschrijvende passages zijn ingebed, vertelt hij over de ontluikende liefde tussen de Chinees-Oeigoerse Zou Lei en Brad Skinner, een twintiger die na drie opeenvolgende tours in Irak is afgezwaaid. Skinner is met 10.000 dollar spaargeld en een pistool op zak in Queens, New York, beland, waar hij slaapt in 24-uurs McDonald’s-restaurants, alvorens het souterrain te huren van een white trash-familie.

Je hoofd heeft een dreun gehad

Zou Lei houdt in datzelfde Queens met onderbetaalde baantjes het hoofd boven water. Ze verkoopt illegale dvd’s in de metro en werkt in een inwisselbaar Chinees restaurant. Haar leefruimte is niet groter dan een matras in een illegalenhol. Omdat ze moslim is, vindt ze nauwelijks aansluiting bij haar Chinese lotgenoten.

Wanneer Zou Lei en Skinner elkaar bij toeval ontmoeten, herkennen ze iets in elkaar. Eenzaamheid, natuurlijk, maar ook een liefde voor fitness en een band met het leger.

Ondanks verschillen in cultuur en leeftijd – Zou Lei is een stuk ouder – bloeit er liefde in de goot. Maar het noodlot ligt in hinderlaag. Zou Lei kan elk moment worden opgepakt, een akelig vooruitzicht in de begindagen van de Patriot Act. Skinner gaat gebukt onder een posttraumatische stress-stoornis. Hij drinkt te veel, kijkt pathologisch naar gruwelfilmpjes op internet en heeft – of hij nu wakker is of slaapt – nachtmerries over de oorlog. Zoals Zou Lei zegt: ‘Je hoofd heeft een dreun gehad. Alsof je vanbinnen een blauwe plek hebt.’

Ter voorbereiding op het volgende leven voldoet aan alle eisen die – zo lijkt het – aan een moderne ‘grote’ Amerikaanse roman gesteld worden. Niet sentimenteel. Felrealistisch. Episch van omvang en opzet. De verhalen van kleine luiden worden ingezet om maatschappelijke thema’s als oorlogstrauma, sociale tweedeling, vluchtelingenproblematiek en immigratie bloot te leggen. Er wordt commentaar geleverd op de stand van het land, zonder dat ons dat commentaar expliciet wordt voorgekauwd.

De schrijver maakt bovendien optimaal gebruik van zijn dubbele paspoort: die van de onderklasse en de elite. Lish is ex-marinier, ex-bouwvakker, ex-personal trainer, ex-fastfoodmedewerker, maar ook sinoloog en zoon van Gordon Lish, de fameuze redacteur van onder meer Raymond Carver en Don DeLillo. Je voelt het in het gedetailleerde portret dat hij van Queens schetst, van de graffiti tot de gebroken crackpijpen en de geuren van de goedkope eettentjes. Maar ook in zijn gevoel voor de taal van de straat en de taal van het leger. The man knows, and the man knows how to write. Geen wonder dus dat Ter voorbereiding op een volgend leven – oorspronkelijk in kleine oplage door een obscure uitgeverij uitgebracht – omarmd is door recensenten en bekroond met de prestigieuze PEN/Faulkner.

En toch weigerde het boek onder mijn huid te kruipen. Omdat het me uiteindelijk te weinig nieuws vertelde, te dicht aanschurkte tegen wat je van kwaliteitsproza mag verwachten en simpelweg te weinig emotioneerde. Iets waarvan ik me mogelijk niet bewust was geweest als ik de week ervoor niet had doorgebracht met A Little Life.

Want dat boek boort door je ziel

Als lezer, en zeker als bespreker, gaan er tientallen, zo niet honderden boeken door je handen voor je op eentje stuit die zich in je ziel boort. Meestal ben je vergeten dat dat überhaupt mogelijk is, zoals je achteraf ook de ergste pijn of de hevigste verliefdheid niet meer kan oproepen. Tot, opeens, er weer eentje opduikt.

Hanya Yanahigara’s Man Booker-favoriet A Little Life begint doorsnee genoeg: vier studievrienden die in New York hun weg in de wereld zoeken. Er is Willem, de zachtaardige wannabe-acteur, er is JB, de Haïtiaanse beeldend kunstenaar met te veel praatjes, er is beginnend architect Malcolm, kind uit een welgestelde, zwarte familie, en er is de mysterieuze Jude St. Francis, een stille jongen die zich zal ontpoppen tot vlijmscherpe advocaat.

De eerste honderd, honderdvijftig pagina’s bieden een subtiel portret van een mannenvriendschap, maar al vrij snel wordt duidelijk dat Jude het epicentrum van Yanahigara’s universum vormt. Waarom vertelt Jude nooit iets over zijn leven? Hoe komt hij aan zijn lichamelijke gebreken – de littekens, de toevallen, de chronische problemen met zijn benen? Waarom snijdt hij zichzelf? Om iets te voelen? Om zichzelf te straffen? Uit verslaving? Zijn vrienden weten beter dan ernaar te vragen.

Al is het allemaal wel heel extreem

Iedereen voelt de duisternis in Jude, en velen zetten zich in om te helpen wanneer lichaam of geest hem kwelt. Willem, maar ook arts Andy, en Harold, de hoogleraar die meer in weeskind Jude herkende dan alleen een briljante student en die op latere leeftijd besluit de volwassen Jude te adopteren. Hoe dichterbij ze proberen te komen, hoe duidelijker het wordt in welke mate Jude door trauma gevormd is, en hoezeer hij zich tegen alle goede bedoelingen verzet.

Gedurende het boek ontwikkelen de levens en de carrières van de vier zich. Maar de tijd zelf ontwikkelt zich vreemd genoeg niet. Het hele boek speelt in een bevroren nu, dat ik zou plaatsen aan het eind van de jaren negentig, ook al verstrijkt er een halve eeuw. We hebben dus niet met realisme te maken, maar eerder met een allegorische, grimmige sprookjeswereld waaraan je je moet willen en kunnen overgeven.

Meestal ben je vergeten dat dat überhaupt mogelijk is, zoals je achteraf ook de ergste pijn of de hevigste verliefdheid niet meer kan oproepen

In dat allegorische schuilt een aantal van de gebreken. Yanagihara kiest er voor, indachtig Spinal Tap, de versterker naar stand 11 te draaien. Daarmee neemt ze grote risico’s, niet in het minst het risico geridiculiseerd te worden. Alle literatuur is verhevigde werkelijkheid, maar in A Little Life is het heel extreem, op het bijna ongeloofwaardige af. De successen van de vier vrienden, inclusief de bijbehorende New Yorkse appartementen. De grootmoedigheid van de gebaren. De mate waarin iedereen – ik kreeg er jeuk van – zich voortdurend bij iedereen verontschuldigt. De ernst van Judes fysieke malheur, en de extreme gruwelen die eraan ten grondslag lagen: de mishandeling en het misbruik in het klooster, de misselijkmakende daden van de broeder waarmee Jude wegloopt, het akelige tehuis, de psychopathische zielenknijper.

Wanneer Jude zich eindelijk openstelt voor liefde, valt hij ten prooi aan de karikaturale sadist Caleb, een valse noot van heb ik jou daar. Doe nou niet, dacht ik. Het is al erg genoeg. Maar mijn verzet tegen het boek vervloog zodra het opborrelde, omdat Yanagihara er ondanks alles in slaagde me volledig bij het wel en wee van Jude te betrekken.

Dat is misschien nog wel het grootste wonder van dit boek. Je kunt je afvragen waarom de mensen rond Jude St. Francis zoveel kunnen houden van iemand die hen steeds weer door de vingers glipt, die zijn geschiedenis verborgen houdt en die een bron is van zorgen en frustraties. Tot je merkt dat je zelf die liefde bent gaan voelen, inclusief de angst die erbij hoort. Het verraadt dat in A Little Life iets wezenlijks wordt aangeraakt. Yanagihara maakt met een bijna bezeten intensiteit – ze schreef de 720 pagina’s in slechts achttien maanden – de blijvende schade van trauma invoelbaar, en toont dat alle medemenselijkheid en liefde, alle succes en voorspoed, niet genoeg zijn om die wonden te helen. Schaamte en zelfhaat zijn resistent. De zware deken kan even worden omgeslagen, maar nooit langer dan dat.

Goede literatuur laat ons pijn voelen

Ze leert ons dat gebroken mensen het recht hebben zich aan onze hoop op een happy end te onttrekken. Dat loutering illusoir is, en dat Harold ernaast zit: een beschadigd mens valt niet te overtuigen van de ongeldigheid van zijn zelfbeeld. Ze toont dat optimisme voor sommige mensen niet meer is dan te verkiezen de ‘ogen te openen en nog een dag te leven in deze wereld’. Yanagihara viert de liefde, maar ze dicht er geen bovennatuurlijke krachten aan toe, wat we in onze cultuur toch geneigd zijn te doen. Waardoor die liefde alleen maar meer ontroert. Omdat ze tegen de klippen op bestaat.

Het is lang geleden – sinds Cormac McCarthy’s The Road – dat een boek me zo aangreep. Minder vormelijk uitgedrukt: ik heb in jaren niet meer zo ongenadig om een boek gehuild, op een vol strand nota bene, onmachtig het te onderdrukken.

In de beste literatuur zit, vrees ik, een element van automutilatie. Ze laat ons pijn voelen, opdat we weten dat we leven. Ze laat ons rouwen om papieren vrienden, opdat we kunnen rouwen om de dood die geweest is en de dood die gaat komen. We kijken in spiegels die ons iets waarachtigs laten zien, hoe lelijk ook. En ja, er is ook liefde. Als dat is wat we in een roman zoeken, is A Little Life niet gemankeerd maar perfect.

Vandaar.

    • Auke Hulst