Van Haersma Buma trekt zich nergens iets van aan

Sybrand van Haersma Buma oogst intern soms kritiek, maar is de onbetwiste leider van een partij die de harde oppositierol niet schuwt.

Het hectische begin van het politieke seizoen in de Tweede Kamer heeft de aandacht goed afgeleid van het probleem dat de coalitiepartijen sinds mei nog maar 21 zetels hebben in de senaat. Dat zijn er 17 te weinig. De meeste wetgeving uit het regeerakkoord mag daar dan gepasseerd zijn, maar ook begrotingen en belastingplannen moeten weer een meerderheid halen. Daarom is het kabinet terug bij de vraag waar het in 2012 mee begon: wat wil het CDA?

Keihard oppositie voeren, was het antwoord destijds. Fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma was vrijwel de enige prominente CDA’er die de samenwerking met Geert Wilders overleefd had. Maar hij had nog maar twaalf fractiegenoten over. Zijn partij was niet langer gebonden aan compromissen uit het verleden en voorlopig niet van plan nieuwe te sluiten, besloot hij. Het CDA moest na forse nederlagen weer kleur en visie krijgen. En vooral niet onderhandelen in Haagse „achterkamertjes”. Oppositie mocht niet zoals onder Paars een tocht door de woestijn worden, maar „één grote oase” zei hij vorig jaar.

Voor de coalitie is het CDA sindsdien vooral wispelturig gebleken. Soms accepteert het voorstellen, zoals de lastenverlichting voor volgend jaar of eerder de hervormingen van de arbeidsmarkt. Maar soms wijst het plannen af, omdat het nu even niet goed uitkomt. Zo was de decentralisatie van de langdurige zorg volgens het CDA een goed idee, maar stemde het tegen omdat het kabinet deze te snel wilde doorvoeren. En soms is het CDA boos en stemt het tegen een belastingplan of Justitiebegroting. Of is het zelfs woedend, met moties van wantrouwen tegen staatssecretarissen. En nooit wil het CDA dealtjes sluiten.

Gemopper

Bij de VVD heerst zichtbaar veel irritatie over de „verantwoordelijkheidsvakantie” van het CDA. De PvdA reageert laconieker. ChristenUnie en SGP probeerden voor de zomer de ‘echte’, christelijke, C3 bijeen te brengen om samen het kabinet tot een beter belastingplan te dwingen. Maar ook met hen wilde het CDA „geen concrete afspraken” maken.

Buma lijkt zich van niks en niemand iets aan te trekken. Dat zal ook wel blijken tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen deze week. Al wordt er de laatste tijd binnen zijn eigen partij openlijker gemopperd op zijn standpunten. Oud-premier Dries van Agt – die de partij al jaren veel te rechts vindt – betreurde met oud-minister Jaap de Hoop Scheffer en ex-staatssecretaris René van der Linden de opstelling tegen steun voor Griekenland.

Binnen de partij vragen mensen zich af waar de christelijke barmhartigheid voor vluchtelingen is gebleven, nu Buma vooral hamert op het bombarderen van Islamitische Staat (IS) en zelfs het sturen van grondtroepen om te zorgen dat Syriërs in Syrië blijven.

Op de Biblebelt leven grote zorgen over het belang van het CDA. Bij de laatste paar verkiezingen verloor de partij er van de ChristenUnie en SGP. Twee gemeenteraadsleden uit Ede schrijven in het zomernummer van Christen Democratische Verkenningen dat „de nadruk steeds meer is komen te liggen op economische groei, koopkrachtplaatjes en werkloosheidscijfers. [...] Schuren we met onze huidige aandachtspunten niet te veel aan tegen VVD en D66? Is het CDA niet op een normen-en-waardenvakantie?” Het Wetenschappelijk Instituut pleitte in een rapport voor de zomer voor meer aandacht voor „kwetsbare groepen” in de „marktsamenleving”. Het schuurt dat Buma zich vaak rechts van de VVD profileert.

Toch lijkt over het leiderschap van Buma weinig discussie. Hij is door de leden gekozen en is niet uitgedaagd of afgefakkeld. Hij wordt geprezen om zijn Britse gevoel voor humor en zelfrelativering. Hij wil het CDA er weer bovenop helpen, maar leeft niet in de illusie dat de tijden van vijftig zetels terugkeren. En juist zijn saaie verschijning herinnert sommige CDA’ers aan hun laatste premier. Van Jan Peter Balkenende had ook niemand hoge verwachtingen, totdat hij zijn partij weer de grootste van Nederland maakte. Uiteindelijk gaan verkiezingen ook over wie vertrouwd wordt, en in de laatste peiling van Maurice de Hond kreeg Buma wat dat betreft het hoogste cijfer. Hij scoorde bijzonder goed onder VVD-kiezers.

Buma heeft dat electorale appeal echter nog niet waargemaakt. De uitkomsten van de laatste drie verkiezingen lijken beter dan ze zijn. De grootste landelijke partij in gemeenten, zetelbehoud in Brussel en winst bij de Provinciale Staten. Maar in percentages schommelt de aanhang rond de 15 procent. Nauwelijks hoger dan tijdens de samenwerking met de PVV.

Voor het kabinet is van belang hoe de CDA-fractie zich in de Tweede en in de Eerste Kamer opstelt. Wil Buma, zo niet in de achterkamertjes, dan toch in het plenaire debat, zaken binnenhalen voor zijn achterban door de kabinetsplannen te laten bijstellen? Of is dwarsliggen een aantrekkelijker strategie? En in hoeverre voegt de senaatsfractie zich net als in de vorige periode naar zijn politieke wensen?

Eén ding is zeker: de nieuwe Eerste Kamerfractie van twaalf leden zit er langer dan het huidige kabinet. En wie optelt tot een meerderheid in de senaat, ziet dat er zeker vier partijen nodig zijn voor een nieuwe coalitieregering die geen probleem wil hebben in de Eerste Kamer. De kans is groot dat het CDA dan weer meedoet: met onderhandelen in achterkamertjes en compromissen sluiten om te regeren.