Snel trappen heeft weinig zin voor de amateurfietser

Dankzij Tourwinnaar Froome is wielrennen met hoge trapfrequentie populair. Ten onrechte.

Een hoge trapfrequentie is niet altijd efficiënt. Foto Thinkstock

Hoe snel moet je als fietser je trappers ronddraaien om zo efficiënt mogelijk vooruit te komen? Een fietser die 15 kilometer per uur rijdt, draait zijn trappers meestal 50 tot 60 keer per minuut rond. Liefhebbers op een racefiets pedaleren hun zondagse rondje met 70 tot 80 omwentelingen per minuut, en kiezen een passende versnelling. Maar profwielrenners houden een trapfrequentie van 100 per minuut aan. En een fenomeen als Tourwinnaar Chris Froome zette in sommige bergritten zijn tegenstanders op achterstand met een trapfrequentie van wel 125 omwentelingen per minuut. Dat zal dan toch wel het efficiëntst zijn?

Ja, voor profs. Om te winnen. „Maar voor recreatieve fietsers is dat niet noodzakelijkerwijs voordelig”, zegt Federico Formenti van de universiteit van Oxford. Hij geeft als voorbeeld een fietser die op een gewone fiets met windstil weer rond de 15 km/uur rijdt. Die levert een vermogen van ongeveer 50 Watt. Als zo’n fietser met een heel licht verzet rijdt, met 110 omwentelingen per minuut, is 60 procent van het vermogen nodig voor het telkens opnieuw optillen van de benen. Slechts 40% wordt gebruikt om vooruit te komen. Dat is niet efficiënt. Bij lagere trapfrequentie is er veel minder energie nodig om de benen rond te draaien.

Dit is een extreem voorbeeld. Maar het geldt ook voor de recreatieve hardfietser, zegt Formenti in een persbericht van zijn universiteit. Ook voor hen is een trapfrequentie van 100 meestal minder efficiënt. Toch is de hoge trapfrequentie erg in de mode bij hardfietsers. Dat komt natuurlijk door die vermaledijde Froome.

In het peloton trapt-ie ‘gewoon’

Op internetforums wijzen kenners erop dat Froome z’n hoge trapfrequentie alleen trapt als hij aanvalt. De opname daarvan wordt in ieder journaal vertoond. De rest van de dag, als hij nog achter zijn knechten meerijdt in een pelotonnetje, draait hij net als alle collega’s 100 omwentelingen per minuut. Die lichte versnelling in de aanval kan hij alleen aan omdat hij zoveel vermogen kan leveren. Het levert winst op omdat bij zo’n hoge trapfrequentie de beenspieren vaak kracht leveren, maar niet hun maximale kracht. Dat is efficiënt spiergebruik.

De conclusie van Formenti over de trapfrequentie van gewone fietsers is bijvangst uit een fundamenteler experiment. Met twee collega’s deed hij metingen aan 16 niet tot matig getrainde fietsers (0 tot 8 uur per week fietsen). In Physiological Reports dat vandaag uitkomt schrijft hij dat ieder van die 16 fietsliefhebbers in het lab 16 parcoursen, met 0, 50, 100 en 150 Watt en met 50, 70, 90 en 110 omwentelingen per minuut. Daarbij werd het zuurstofverbruik gemeten. Het was allemaal om een betere formule te ontwikkelen waarbij de (moeilijk te meten) zuurstofopname (VO2) kan worden berekend uit het (makkelijk te meten) lichaamsgewicht, geleverde vermogen en de trapfrequentie. Die betere formule is er nu.

    • Wim Köhler