Opinie

    • Simone van Saarloos

Wat verboden is, wordt aanlokkelijk

Onlangs werd ik gecensureerd op het gebruik van het woord ‘clit’. Het ging om een verhaal over seks voor een tijdschrift en met ‘clit’ bedoelde ik natuurlijk de clitoris, het zichtbare ‘knopje’ dat binnenin zeker 9 centimeter doorloopt en bij opwinding zwelt.

Ik wilde het woord als een redelijk klinische beschrijving gebruiken en had er nauwelijks over nagedacht dat ‘clit’ iemand tegen de borst kon stuiten. Toen het werd geschrapt, kreeg ik er een heerlijk ‘het-dat-niet-genoemd-mag-worden’ gevoel bij en wilde ik het koste wat kost opschrijven, alsof het strafwerk was: clit, clit, clit. Of desnoods: ik mag niet zeggen: clit. Ik mag niet zeggen: clit.

In een Belgische krant woekerde de afgelopen dagen een luchtig debat. Schrijfster Ann De Craemer reageerde op een televisieoptreden van Heleen Debruyne, die in haar radiopodcast ‘Vuile Lakens’ onduidelijkheden over het lichaam (v/m) en seksualiteit belicht (de laatste aflevering De vrouwelijke erectie is het beluisteren waard). De Craemer acht gêne een teken van beschaving. Ze verlangde nostalgisch naar schaamte en opperde dat het vroeger soms echt beter was. Ter illustratie beschreef ze haar grootmoeder die niet over haar menstruatie durfde te praten en daarom sprak van ‘je zijden kleed aanhebben’. Ook haalde ze de Franse denker Levinas erbij. Hij vergeleek schaamte met ‘een zoom van rozen’, omdat schaamte gevoelig maakt voor de ruimte tussen jou en de ander.

Moeilijk doen levert in ieder geval mooie metaforen op.

Een tijdje geleden belandde ik op een feestje tussen een groepje West-Vlamingen. Er werd met rode wangen en snelle fluisterstemmen over seks gepraat. De gretigheid waarmee zij het onderwerp bespraken, maakte me jaloers. Wat verboden is, wordt aanlokkelijk.

Dat geldt niet altijd. Rijden met alcohol op, bijvoorbeeld, is tegenwoordig echt uit den boze. Onveilig gedrag is vaak een modeverschijnsel en sommige verboden zijn blijkbaar overtuigend. Maar seks overleeft alles. Er is weinig voor nodig om erachter te komen dat er iets prikkelends tussen de eigen benen zit. Dat er nog altijd tijdschriften, regeringen en religieuze instituten zijn die niet begrijpen dat het verbod de noodzaak van het verbod versterkt (omdat het verbod de drang en het gebruik aanspoort), vind ik frappant. Misschien zijn culturele taboes en juridische verboden eigenlijk als afleiding bedoeld? Dat zou betekenen dat alles wat we mogen, eigenlijk dat is wat we niet mogen, maar dat we ertoe worden aangespoord omdat ‘ze’ weten dat wat mag minder leuk en aantrekkelijk is.

Het eerste verbodsbord dat ik tegenkom wanneer ik de deur uitkom? Niet fietsen op de stoep. Het afleidend effect daarvan is misschien dat je er nooit over nadenkt wat je allemaal nog meer op de stoep kunt uitspoken. Iets verderop: Verboden in te rijden. Ja, ik zie ook niet in wat dat verhullen moet. Maar dat is precies het effect van hersenspoeling: een andere wereldorde lijkt absurd.

    • Simone van Saarloos