Rutte II heeft ‘perfecte storm’ in de rug

Morgen is het Prinsjesdag.

De economische prognoses bij de Miljoenennota 2016, in bezit van NRC, tonen dat het op veel fronten meezit.

Er is meewind, en er is een ‘perfecte storm’ in de rug. Morgen, als het kabinet een lastenverlichting van 5 miljard euro bekendmaakt, zal het publiek in de Ridderzaal de hoedjes goed moeten vasthouden. Het gaat voortvarend met de economie. Er is volgens de Macro-Economische Verkenningen (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB), sprake van twee procent economische groei dit jaar, en volgend jaar zelfs 2,4 procent. Dat zou de sterkste economische expansie zijn sinds 2007, het laatste jaar vóór de financiële crisis.

Maar dit groeiwonder is voor een groot deel te danken aan externe factoren die de ministersploeg zelf niet in de hand heeft. Sterker nog: één overheidsmaatregel werkte de groei dit jaar zelfs nog tegen: zonder de beperking van de gaswinning in Groningen, zo stelt het CPB, zou de groei in 2015 zelfs 0,5 procentpunt hoger zijn geworden.

Saoedi’s en Frankfurters

Waar bestaat de ‘storm in de rug’ uit? Allereerst is er de daling van de prijs van ruwe olie, die meer dan halveerde, van een piek van 115 dollar per vat in de zomer van 2014 naar nog geen 50 dollar nu. Een internationale strijd om marktaandeel heeft Saoedi-Arabië er toe gebracht bovenmatig veel olie op de markt te brengen, en met de lagere olieprijs die daar het resultaat van is de nieuwe Amerikaanse schalie-industrie uit de markt te drukken. Die lage olieprijs geeft de Nederlandse economie, en vooral de koopkracht, een flinke zet.

Dan is er de daling van de koers van de euro, van gemiddeld 1,33 dollar per euro naar 1,10 dollar per euro dit jaar. Ook daar gaat een enorme (export-) impuls van uit. Wie deze beide gebeurtenissen invoert in het, sinds vrijdag voor het publiek toegankelijke, economische model van De Nederlandsche Bank, ziet een extra economische groei van 1,5 procent in het eerste jaar na deze gebeurtenissen (2015) en 1,4 procent in het tweede jaar (2016).

De daling van de eurokoers is vooral het gevolg van het uitzonderlijke monetaire beleid dat door de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt is ingezet. Door grootschalig geld in de Europese economie te pompen (60 miljard euro per maand) is de euro minder aantrekkelijk geworden, en dus goedkoper ten opzichte van andere munten – met name de dollar. Maar het geldbeleid van de ECB heeft ook de rente op staatsobligaties fors naar beneden gebracht, tot 0,7 procent dit jaar.

De voordelen van die gedaalde rente vloeien naar de schatkist en zijn dus goed voor het begrotingssaldo, al treedt dat effect met enige vertraging op. Maar de hypotheekmarkt merkt het direct. De rente op hypotheken is inmiddels gezakt tot een historisch laag niveau. Dat vergroot de koopkracht van huizenkopers en jaagt het herstel van de woningmarkt aan. Niet voor niets houdt het CPB al rekening met een sterker dan verwachte stijging van de huizenprijzen. Hogere bestedingen en meer investeringen in woningen zouden de economie in dat geval met 0,3 procent extra laten groeien in 2016.

Die 5 miljard, is dat een goed idee?

Er is, samengevat, dus een forse meevaller door de eurokoers, een enorme meevaller door de olieprijs en nóg een meevaller door de kunstmatig lage rente vanwege het monetaire oppepbeleid van de ECB – waar De Nederlandsche Bank overigens van begin af aan zeer sterke bedenkingen tegen heeft.

Zijn dat omstandigheden om daar bovenop een extra impuls aan de economie te geven? De vijf miljard euro aan lastenverlichting die het kabinet morgen presenteert heeft dat effect. Het CPB denkt dat het bedrag de economische groei in 2016 met 0,2 procentpunt aanwakkert.

Macro-economisch is de lastenverlichting op dit moment dus niet nodig, en wellicht zelfs te veel van het goede. De economie groeit al boven zijn macht. Dat is te zien aan het zogenoemde ‘structurele begrotingssaldo’, dat wordt gecorrigeerd voor de conjunctuur.

Het ‘gewone’ begrotingstekort daalt van 2,1 procent in 2015 naar 1,4 procent in 2016. Dat lijkt knap, maar het ‘structurele tekort’ loopt, door de ongewoon hoge economische groei in 2016, juist met 0,7 procentpunt op. Anders gezegd: het kabinet verspeelt de uitzonderlijke meewind door de economische meevaller al meteen uit te geven, in plaats van te wachten tot volgend jaar. Politiek kan dat opportuun zijn. Maar economisch bezien zijn die 5 miljard twijfelachtig.

Beter even gewacht. Want of het in 2016 ook zo goed blijkt te gaan als nu voorspeld, is natuurlijk nog maar de vraag. Er zijn niet alleen externe meevallers voor de Nederlandse economie, maar ook externe risico’s. Het CPB ziet die bijvoorbeeld in een sterke groeivertraging in China. Net zo plotseling als hij opstak, kan de storm zomaar gaan liggen of van de andere kant komen.

    • Maarten Schinkel