Russische les

Stel, je wilt onderzoek doen naar de geschiedenis van het vreemdetalenonderwijs in Nederland. Je zou bijvoorbeeld willen weten waar je, aan het begin van de 20ste eeuw, Russisch kon leren. Werd dat alleen aan universiteiten gedoceerd of kon je hiervoor ook terecht bij particulieren?

Goede bronnen voor een dergelijk onderzoek zijn onder meer advertenties in kranten en tijdschriften. Veel van die bronnen zijn inmiddels gedigitaliseerd en je zou dus een tool kunnen bouwen die grote datacollecties doorzoekt op onder andere „Russische lessen”, „Russische conversatie”, enzovoorts. Vervolgens zou je de particuliere adressen aan een digitale kaart kunnen koppelen, tabellen kunnen genereren, een netwerkanalyse kunnen maken – welkom in de wereld van de e-humanities.

Toch kun je met dergelijk e-onderzoek de plank flink misslaan. Want moet je bijvoorbeeld de advertentie „Jonge Duitsche dame geeft Russische, Fransche en Duitsche lessen”, in 1932 gepubliceerd in onder meer De Vlinder en Het Galante Leven, wel letterlijk nemen?

Om dat uit te zoeken belde de Amsterdamse rechercheur G.M. Molenkamp op 5 november 1932 aan bij twee adressen in Amsterdam. Op het eerste adres werd de deur opengedaan, zo schreef hij in een rapport, „door ene juffrouw in pyama’s” („Het jasje stond open en gaf tamelijk veel te zien”). Miss Enny legde uit dat een Russische les 7,50 gulden kostte.

„Vervolgens stelde ik Miss Enny de vraag”, aldus Molenkamp, „of zij goed Russisch kende, waarop zij antwoordde: ‘Ja, zeer goed, ik heb alle gereedschappen daarvoor.’ Ik keek haar hierop zeer verwonderd aan en vroeg haar of voor het geven van Russische lessen gereedschappen noodig waren.”

Molenkamp deed net alsof hij binnenkort naar Rusland zou gaan; hij vertelde dat vrienden hem op de advertentie hadden gewezen. Schaterend legde Enny uit wat er in feite met „Russische lessen” werd bedoeld. „Wel neen mijnheer, het beteekent niets anders dan perversiteiten, slaag met een karwats of iets dergelijks, waarop sommige heeren gesteld zijn, en waardoor zij sexueel bevredigd worden.”

Op het tweede adres was het niet anders. Molenkamp sprak er met een „slanke, blonde Duitsche dame”. Weliswaar was zij „decent gekleed in lichte japon”, maar zij bleek graag bereid om „karwats of rietjes” te gaan halen voor een „Russische les”. Alle advertenties in dergelijke tijdschriften, legde de blondine lachend uit, „waren alleen maar huizen van ontucht. Je moet toch wat in zoo’n advertentie zetten.”

Dus ook de advertentie „Fransche conversatieles, speciale methode, door beschaafde jongeman” moet niet letterlijk worden genomen. Net zo min als „Manucure par dame française” en „Juffrouw Miesje, Manucure, ook Russische lessen”.

Ik kreeg die advertenties en Molenkamps onderzoeksrapport van Bert Sliggers, een Haarlemse publicist die de afgelopen decennia honderden erotische boeken, tijdschriften, kaarten en foto’s heeft verzameld die in geen enkele openbare collectie bewaard zijn gebleven. Je hoeft die unieke collectie maar kort te bekijken om vast te stellen dat er over de geschiedenis van de seksualiteit in Nederland nog veel nieuws te melden valt. Wie daarmee aan de slag gaat, zal erop bedacht moeten zijn dat er vaak niet staat wat er lijkt te staan. Ook niet in deze advertentie in het Algemeen Handelsblad van 1913: „Russische Lessen aangeboden door Jonge Dame, leerares uit Petersburg.”

    • Ewoud Sanders