Ooit stopt Cillessen een penalty, echt

Nooit keerde hij een strafschop en ook zaterdag tegen FC Twente werd Ajax-doelman Jasper Cillessen vanaf elf meter verslagen. „Ik ben er klaar mee.”

Jasper Cillessen na de strafschop van Ziyech. Foto OLAF KRAAK/ANP

Grolsch Veste, zaterdagavond. Het fanatieke thuispubliek achter het doel van Jasper Cillessen telt de 2-0 al als Hakim Ziyech vijf minuten na rust de bal op de stip legt. Statistische lekkernij: hij is als aangever of afmaker betrokken bij 22 van de laatste 23 goals voor FC Twente en tegenover hem staat de Ajax-doelman die geen strafschoppen pakken kan. Al 22 van de 23 penalty’s, strafschoppenseries niet meegerekend, gingen erin.

Hoe kan de afloop anders zijn dan een doelpunt? Precies. Cillessen duikt vergeefs naar een hoek als een vis op het droge, terwijl Ziyech stift in de stijl van de Tsjechoslowaak Antonin Panenka, meester en bedenker van de plagerige trekstootpenalty. Die had met zijn iconische strafschop in de EK-finale van 1976 nooit de bedoeling gehad de Duitse doelman Sepp Maier voor schut te zetten, maar het effect was er niet minder om. Net als bij Cillessen nu: een lullig boogballetje als aanvulling op het inmiddels omvangrijke repertoire van niet-gestopte penalty’s.

Hoe voelt dat? Cillessen, eveneens eerste doelman van Oranje, is er „wel een beetje klaar mee”, zegt hij na de wedstrijd tegen Twente (2-2) voor de camera van Fox Sports als hem voorzichtig gevraagd wordt naar zijn penaltyscore. De genadeloze penaltystatistiek vreet kennelijk aan hem.

Voor het WK in Brazilië liet hij zich in het programma van Johnny de Mol nog gewillig onderrichten door Hans van Breukelen. Alles draaide om voorkennis en focus, zei de penaltyheld van het EK 1988 via een iPad tot Cillessen. En De Mol kwam op de proppen met een kaartenbak vol stafschoppen-nemers en een samba-danseres die Cillessen zou helpen om vast om te gaan met Braziliaanse afleiding. Humor.

Inmiddels kan Cillessen er dus niet meer om lachen. De hele wereld weet dat hij ongeschikt is bevonden, toen Tim Krul tijdens de kwartfinale tegen Costa Rica op het WK het veld in kwam om de strafschoppenserie te doen. Die excelleerde op de doellijn. Toen Cillessen tegen Argentinië in de halve finale wel de strafschoppenserie keepte, was hij bij vier van de vier kansloos.

Maar wat zegt die reeks nou?

Maar wat zegt zo’n reeks van niet-gestopte strafschoppen eigenlijk? Puur statistisch is er niet heel veel verschil tussen één of nul reddingen in een serie van 24, kun je zeggen. Tim Krul penaltykiller? Hij stopte er ook maar twee van 27 in clubverband tot hij ineens penaltyheld van Oranje werd. Sindsdien stopte hij er geen meer.

De gemiddelde strafschop bereikt minder dan een halve seconde na het schot al het doel, waar de keeper een oppervlakte van bijna 18 vierkante meter (2,24 x 7,32 meter) moet verdedigen. Een hoek kiezen moet haast wel, maar zo lang mogelijk wachten en kijken, tot vlak voor het schot, loont. „Bij tachtig procent van de penalty’s wijst de neus van de schoen naast de bal al in de richting van het schot”, zegt bewegingswetenschapper John van der Kamp, co-auteur van het boek Duel in de zestien. „Maar dat aflezen is lastig aan te leren. Vooral wanneer je, zoals ongetwijfeld Cillessen inmiddels doet, dat heel bewust gaat doen. Het moet automatisch gaan, als schakelen in de auto. Dat komt alleen met oefening.”

Want natuurlijk wordt er geoefend. Hoeveel duizend strafschoppen heeft hij niet verwerkt in zijn leven? Zoals op de training afgelopen donderdag toen Cillessen in een speelse sessie een strafschop van teamgenoot John Heitinga keerde en gefopt werd door Anwar El Ghazi, ook al met een ‘Panenka’-penalty.

Ooit valt het de goede kant op. „Dat komt vanzelf”, zegt oud-Ajaxdoelman Stanley Menzo, die ook niet kan bogen op een grootse penaltyreputatie. „Natuurlijk worstel je er als keeper zelf ook wel mee, maar het is vooral iets van de omgeving, de media. Het belangrijkste is gewoon ballen tegenhouden in de wedstrijd, daar sta je voor in je doel.”

Inderdaad: hoe lang moest Edwin van der Sar wel niet wachten op zijn doorbraak op het EK 2004 tegen Zweden, waarna hij in 2008 in de strafschoppenserie Manchester United aan de Champions League hielp. Bij de eerste negentien strafschoppen in zijn profcarrière had hij geen antwoord, daarna werden gestopte en gemiste strafschoppen schering en inslag.

Toch: als het zo betrekkelijk is allemaal, waarom verliest Cillessen dan zo nadrukkelijk zijn pokerface? In de voorronde Europa League vorige maand ging de keeper uit zijn dak alsof hij de Champions League had gewonnen, toen Ján Gregus van Jablonec vanaf elf meter de paal trof. Die telde als gestopt, vond Cillessen. „Ik had ’m gehad als ie binnen de palen was.”

Een obsessietje is het dus wel. En dit weekend dan: Cillessens korzelige „ik ben er klaar mee”, was on-karakteristiek afgemeten voor zijn doen. Menzo kan het wel begrijpen. „Als het constant zo wordt uitgelicht, je er zo vaak mee wordt geconfronteerd, kan ik me wel voorstellen dat je denkt: hebben jullie niets anders om over te schrijven? Als hij tegen IJsland [1-0 nederlaag vorige week] zijn hand net wat meer strekt hadden we het nu nergens meer over.”

Feit is dat dat niet gebeurde. En dus gaat het er weer over. Tot die ene weldadige save komt, blijft het een thema. Cillessen gaf, toen hij er nog wel over wilde praten, eens een soort van verklaring voor zijn falen. „In een strafschoppenserie heb ik er wel eens een gepakt. Maar tijdens een wedstrijd zijn het toch meestal de specialisten die de penalty nemen, die zijn moeilijk van hun stuk te brengen.”

En net die specialisten worden volgens bewegingswetenschapper Van der Kamp alleen maar zekerder van hun zaak als ze tegenover Cillessen komen te staan. „Kijk maar naar Ziyech en zijn Panenka zaterdag. Alles bij elkaar is Cillessen in een niet benijdenswaardige situatie beland.”