Inventief zoeken naar nieuwe theatervormen

Matthijs Rümke (1954-2015)

Regisseur

Rümke verlangde een vorm van volkstoneel waarin hij repertoire en cabaret samenbracht.

Matthijs Rümke Foto Joep Lennarts

Stralend wit: zo was het decor van de Driestuiversopera die Matthijs Rümke in 2000 regisseerde bij het Noord Nederlands Toneel. Deze opera van Brecht en Weill kent vele uitvoeringen, maar nooit eerder in zo’n abstracte entourage. Ook de keuze van Rümke voor de cast was sensationeel: cabaretiers gaven aan het verhaal een actuele wending. In een van zijn bekendste regies, die van De reis om de wereld in 80 dagen (2009) naar Jules Verne, bracht Rümke repertoiretoneel en cabaret ook tot een geslaagde synthese.

Deze verrassende stijlvormen zijn tekenend voor de regies van Matthijs Rümke, die afgelopen zaterdag op 60-jarige leeftijd in zijn woonplaats Zaltbommel overleed aan de gevolgen van kanker. Het was zijn streven in het theater „iets teweeg te brengen”. Dat deed Rümke op tal van manieren. Hij werd in 1954 in Amsterdam geboren, volgde het Barlaeus Gymnasium en verbond zich als acteur aan het internationale gezelschap Kiss. Met deze groep trok hij vijf jaar door Europa.

Op 24-jarige leeftijd begon Rümke als regisseur bij diverse gezelschappen in Gent, Antwerpen en Brussel. Daarna werd hij artistiek leider van het jeugdgezelschap Theater 42 in Turnhout. Tussen 1980 en 1990 werkte hij als regisseur bij gezelschap De Voorziening in Groningen. Bij deze voorloper van het Noord Nederlands Toneel maakte hij allerlei vormen van toneel, van spektakel tot locatievoorstellingen, van intiem theater tot performances. In 1995 keerde Rümke terug naar Amsterdam, waar hij acteerde bij Maatschappij Discordia.

Zijn veelzijdigheid en werkkracht waren groot: hij werkte voor Theater van het Oosten, Noord Nederlands Toneel, Productiehuis Brabant en Theater Bellevue. In 1994 werd Rümke artistiek leider van jeugdtheatergezelschap Artemis, in 2005 artistiek directeur van het Zuidelijk Toneel.

Rümke plaatste het theater altijd midden in de samenleving en verbond het met maatschappelijke onderwerpen. Het toneel dat hem voor ogen stond was „volkstheater”. Hij was er zich van bewust dat voorstellingen altijd artistieke betekenis moeten hebben en niet mogen verworden tot „sociaal fenomeen”. Voor een regisseur is het vinden van die balans een van de moeilijkste opgaven, en soms slaagde Rümke daar glansrijk in.

Voor alles bleef hij inventief zoeken naar nieuwe theatervormen, zoals De grote verkiezingsshow (2008) over de politiek van nu. Zijn laatste grote regie was Ibsens Peer Gynt (2013) over een dromer die de wereld in trekt. In tegenstelling tot gangbare interpretaties zei Rümke dat het stuk niet gaat over jeugdige fantasieën maar „over het voorbijgaan van de tijd”. Deze originele visie is tekenend voor zijn werk.

Rümkes ziekte manifesteerde zich in 2013 voor het eerst, maar hij werkte door. De vluchtelingenproblematiek had zijn belangstelling, hetgeen nog uitmondde in een voorstelling: Search of Europe. Over dichte grenzen en verdoolde mensen ging het: een echt Rümke-idee.