Hier voetbalt de rafelrand om de beker

Dit jaar is het WK dak- en thuislozenvoetbal in Amsterdam. De teams bestaan uit bedelaars, bolletjesslikkers en drugsrunners. „Voetbal geeft het plezier in het leven terug.”

Koning Willem Alexander opent met een strafschop de WK Daklozenvoetbal op het Museumplein.De Nederlandse vrouwen speelden daarna tegen Argentinië. Foto’s Olivier Middendorp, ANP/Koen van Weel

De Nederlandse doelman praat als een mitrailleur: „Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Ik geniet met volle teugen. Het koppie erbij. Op karakter. Geweldig.” Het Nederlandse daklozenteam heeft zojuist Rusland verslagen en keeper Jasper Lamboo (40) is in euforische extase. De boomlange Lamboo loopt in de richting van de spelersruimte, midden op het Amsterdamse Museumplein, maar stopt elke vijf meter voor handdrukken en high fives.

Het is zondagmiddag, de zon piept tussen de wolken door, en het WK voetbal voor daklozen is in volle gang. Het begon zaterdag, de hele week worden wedstrijden gespeeld; de finale is komende zaterdag. Na eerdere toernooien op het Braziliaanse Copacabana-strand, op de Grand Parade in Kaapstad en bij de Parijse Eiffeltoren, wordt dit jaar in Amsterdam gestreden om de wereldbeker. Het toernooi wordt georganiseerd door de Stichting Life Goals (die zich inzet voor daklozen), het Leger des Heils, de gemeente Amsterdam en sportmarketingbureau SportsGen.

Terwijl buitenlandse toeristen voor het ‘I AMSTERDAM’-logo poseren, rennen rafelrandfiguren hier de longen uit hun lijf. Hier voetballen voormalige drugsrunners en gewiekste tasjesdieven. Straatbedelaars en bolletjesslikkers. Wisseltrucoplichters. Zakkenrollers. En dus de mannen van het Nederlandse daklozenteam.

„Dakloos? Waaat? Niemand van ons is dakloos, zet dat maar in die krant van je” zegt Lorenzo Sambre (21), spits van het team, die al een tijdje onder begeleiding woont in Rotterdam. Ze zijn niet „kwetsbaar”, zeggen de mannen. Ja: allemaal hebben ze wel eens bij een vriend op de bank geslapen. En, oké, ze staan ingeschreven bij een hulpinstantie en hebben hun problemen. Maar dakloos? „In Zuid-Amerika en Afrika, daar weten ze wat dakloos is. Hier heb je genoeg zorginstellingen” zegt Zahredinne Derkaoui (25).

Ze ogen fris, strak in het tenue, met hippe kapsels en afgetrainde lijven. Geen klaplopers, maar eerder vlotte boys die zaterdagmiddag de nieuwste sportschoenen kopen. En toch.

„Ze hebben allemaal in de put gezeten”, zegt coach Soufiane Touzani. Sommigen kampten met psychische klachten of zaten in de schulden. Anderen kwamen in de problemen door agressief gedrag of een slepende verslaving. Zoals Lamboo – die als puber voor FC Utrecht keepte – maar aan de drugs raakte toen zijn broer overleed. Eerst heroïne. Later methadon. Zijn leven was „een rollercoaster”. Lamboo: „Cold turkey op heroïne gaat nog wel, maar methadon; dat spul plakt zich vast aan je aderen.”

Na twintig jaar is hij clean en voelt hij zich beter dan ooit tevoren, zegt hij. Zijn teammaten knikken. Ook zij hebben hun problemen, maar willen die liever niet opgetekend zien in de krant.

Of voetbal het medicijn is voor de rafelrand? Volgens onderzoek uit 2006 wel. Zo gebruiken oud-deelnemers van het daklozentoernooi tegenwoordig minder drank en drugs, en ontwikkelden ze een groter sociaal netwerk. Ook coach Touzani is positief: „Voetbal geeft het plezier in het leven terug.” Daar zijn de jongens het mee eens. Ik voel me goed als ik speel en het krikt mijn zelfvertrouwen op, zegt Derkaoui. Lamboo: „Ik ben twintig jaar destructief geweest, ik krijg eindelijk mijn eigenwaarde terug.” En Sambre voelt zich als speler van oranje „een voorbeeld voor anderen”.

De toekomst zien de mannen vol vertrouwen tegemoet. Ze dromen van een normaal leven met vrouw en kinderen, maar eerst moet die beker gewonnen worden. Het begin is er. De eerste zes punten zijn binnen: Noord-Ierland en Rusland zijn verslagen, maar om tegen een land als Brazilië te winnen, dat is nog wat anders.

De vorm heeft keeper Lamboo al te pakken, bewees hij in de eerste wedstrijden. Hij pareerde de meest onmogelijke schoten. Of hij dat niveau kan vasthouden? Hij is met zijn veertig jaar niet de jongste meer. Sambre weet het antwoord: „Jasper oud? Als hij eenmaal warm is gedraaid, is hij net een Lamborghini.”

    • Martin Kuiper