‘Het Rotterdams Philharmonisch kan best ook eens musical of fado spelen’

Hij trad net aan als nieuwe directeur van Rotterdams Philh. Orkest. Dat verslond directeuren en er moet véél veranderen. Wat gaat er, behalve het Gergiev Festival, goed? Wat kan er anders?

George Wiegel Foto HelenevanDomburg

In De Doelen is sinds kort een groot café-restaurant gevestigd. Terwijl het orkest in de zaal repeteert, zit George Wiegel hier boven vellen met cijfers. „Over 2015 komen we uit op nul”, zegt hij. „Voor 2016 zou het fijn zijn als we de reserve konden vergroten, maar veel hoeft niet. We zijn een orkest: bedoeld om mooie muziek te maken voor zoveel mogelijk mensen. De musici zijn ons ware kapitaal.”

De opmerking is typisch Wiegel en verklaart waarom zijn komst door de musici met opluchting is begroet. En ze kennen ‘George’ nog: hij was hier zelf trombonist totdat een neurologische aandoening hem het management in dreef. „De vertrouwdheid is prettig, maar kan ook tegenwerken”, zegt hij. „Ik ben wel degene die de beslissingen neemt. Maar vanuit betrokkenheid. Als het goed gaat met de mensen, gaat het ook goed met het orkest.”

De zaal zit vaak niet vol. Loonlasten knellen. Waar ziet u kansen?

„We zijn een toporkest, maar we moeten nieuw publiek vinden. Wat rechtvaardigt dat wij zo veel Rotterdammers niet bereiken? Waarom hebben orkesten na 1920 zoveel muzieksoorten laten liggen? Iedereen houdt van symfonische muziek, maar we moeten uitvinden welke. Goede muziek: ja. Plat vermaak: nee. Maar ik kan me voorstellen dat we zarzuela spelen, of fado – als blijkt dat de Kaapverdiaanse gemeenschap dat waardeert. Geworteld zijn in je stad is niet tegenstrijdig aan een internationale toppositie, integendeel.”

Den Haag ontmoedigde die ambities. Eén wereldtoporkest, het KCO, was voor Nederland genoeg.

„Dat was irritant, maar Den Haag is niet onze enige realiteit. De Rotterdamse burgemeester en cultuurwethouder zien wél het belang van een orkest dat de belangen van Rotterdam als havenstad internationaal behartigt.”

Onder uw voorganger Hans Waege ontstond ophef over vacatures. Er stonden er lange tijd merkbaar veel open. En nu?

„Een orkest is een precisie-uurwerk waarin elk radertje telt. Dan moet je niet streven naar een kleinere formatie en invalkrachten. Alle vacatures worden nu opgevuld met vaste, eigen mensen. Alleen de omvang van die contracten moet nog worden vastgesteld.”

Toch: rode cijfers én innovatienoodzaak. Waar vindt u wel de middelen?

„We moeten ervoor zorgen dat de zaal weer vol zit. En er zijn meer knoppen om aan te draaien. Zoals de honoraria van dirigenten en solisten. Het is een taboe, maar er zijn veel concerten waar publiek op afkomt om het repertoire, niet de dirigent. Daar zit ruimte. Die discussie moeten we voeren.”

Hoe lang blijft u om dit als ‘lastig’ bekende orkest op koers te brengen?

„Lang. De onzin stopt, ik blijf. Dit is mijn stad. En dit is mijn orkest.”