Geen loting meer, laat maar zien wat je kunt

Het hoger onderwijs krijgt te veel aanmeldingen. Loten dan maar? Nee, selecteren.

Aankomende studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam tijdens de kennismaking met de universiteit, deze zomer. Foto Jerry Lampen/ANP

Wat moet de Maastrichtse universitaire opleiding psychologie met 1.208 aanmeldingen voor slechts 450 plaatsen? Selecteren, daar zit niets anders op. Eerst gebeurde dat door een centraal georganiseerde gewogen loting op grond van eindexamencijfers, maar nu moeten kandidaten een cijferlijst en motivatiebrief opsturen. Dan naar Maastricht voor een gesprek en een test.

Steeds meer opleidingen doen aan selectie. Het is een trend. Na tientallen jaren gestage groei van het aantal geslaagden voor eindexamens is een havo- of vwo-diploma halen niet meer genoeg. Er zijn eisen waar nog iets aan is te doen, zoals extra vakken volgen, en eisen die onherroepelijk zijn, een goede cijferlijst of extra-curriculaire activiteiten in het verleden.

De faculteit International Business van Maastricht selecteert zelf (1.565 aanmeldingen voor slechts 700 plaatsen), evenals Internationale Betrekkingen in Groningen (542 aanmeldingen voor 240 plaatsen) of Mondzorgkunde bij de Hogeschool Inholland (387 aanmeldingen voor 100 plaatsen). Na het aanvragen van een numerus fixus mag het.

De Keuzegids voor het hoger onderwijs, die op basis van enquêtes en onderzoek opleidingen beoordeelt, telt inmiddels 262 hbo-opleidingen op een totaal van duizend met een vorm van selectie aan de poort. Bij het wetenschappelijk onderwijs zijn dat 70 van de 400 bacheloropleidingen. Ook heeft ongeveer 80 procent van de masteropleidingen aan de universiteit een procedure waarin op individueel niveau wordt besloten of een student al dan niet wordt toegelaten. „We zien een enorme groei”, bevestigt Marie-Louise Schonewille, die het onderzoek deed voor de Keuzegids.

Ook de masteropleidingen selecteren sinds er een scherpe scheiding is doorgevoerd met de bachelor. Doorstromen vanuit de bachelor is niet meer vanzelfsprekend. Zeker als een bachelor-student van een andere universiteit komt, wordt gekeken of hij met die specifieke vooropleiding alles wel kan volgen. En sinds twee jaar mogen masteropleidingen eigen criteria aanhouden. De Rotterdam School of Management baarde opzien met de aankondiging dat bachelors zeker gemiddeld een zeven moesten halen. Dat geldt ook voor politieke wetenschappen en archeologie aan de Universiteit Leiden.

Volgens de Keuzegids stelt 80 procent van de masteropleidingen extra eisen. Dat geld vooral voor studenten die van een andere universiteit komen. Wie een master aan de Wageningen University wil moet doen, moet een score van 70 procent hebben gehaald voor de bachelor. Voor de masteropleiding maatschappijgeschiedenis in Rotterdam worden kandidaten ook beoordeeld op hun cijferlijst.

Het is precies wat de in de Kamer geprezen commissie-Veerman in 2010 heeft aanbevolen: elke instelling moet het recht hebben te selecteren aan de poort om de diversiteit te bevorderen. Deze aanbeveling leidde tot de wetswijziging waardoor sinds vorig jaar iedere masteropleiding extra „kwalitatieve toelatingseisen” mag stellen. Er komt een duidelijke scheiding (harde knip) tussen bachelor en master. De hoop is dat door selectie meer studenten hun diploma halen. De uitval is, vooral bij het hbo, groot.

Voor de bachelor wordt ook meer selectie verwacht als het idee van ‘onderwijs op maat’ van Paul Rosenmöller wordt uitgevoerd, voorzitter van de Raad voor Voortgezet Onderwijs. Leerlingen mogen dan hun eigen vakkenpakket samenstellen uit opleidingen van vmbo, havo en vwo. „Juist als de mogelijkheden worden vergroot om flexibel het universitair onderwijs in te stromen, moet beter worden gekeken of iemand wel de juiste vakken heeft gedaan”, zegt Bastiaan Verweij van de vereniging van universiteiten VSNU.

Bureaus trainen studenten op de selectie, vooral voor de studie geneeskunde. Oudere studenten geven hulp bij het invullen van formulieren of het schrijven van de motivatiebrief.

Bij psychologie in Maastricht, waar ook veel Duitsers studeren, moesten kandidaten dit jaar een vragenlijst invullen, gecombineerd met gegevens over de vooropleiding met cijferlijsten. En waarom willen ze in Maastricht studeren? Alleen omdat het dichtbij is of wegens het ‘probleemgestuurd onderwijs’? In Maastricht bekijken de kandidaten een filmpje over de onderwijsmethode. Vervolgens krijgen ze studiemateriaal waar ze drie toetsvragen over beantwoorden.

„Dan hebben ze een goed beeld van wat ze later moeten studeren”, zegt de directeur onderwijs in de psychologie, Tom Smeets. „We kunnen er aan zien dat ze bewust voor het systeem kiezen.” Een aantal kandidaten houdt er al tijdens de toets mee op.

Tandheelkunde in Amsterdam selecteert ook op niet-academische kenmerken, zoals bestuurlijke ervaring, speciale activiteiten als sport of muziek en ervaringen in de zorg. „Bij hoge cijfers is de kans iets groter dat de studenten later soepeler door de opleiding gaan”, zegt woordvoerder Tom Arends.

    • Maarten Huygen