#DvdW: 11 jaar geleden verscheen Arnon Grunbergs meest controversiële roman

Voor zijn Dagkalender van de Wereldliteratuur bekijkt journalist en schrijver Pieter Steinz dagelijks wat er actueel is in boekenland. Vandaag, op Joods Nieuwjaar, aandacht voor misschien wel controversieelste roman van Arnon Grunberg, die op deze dag exact elf jaar geleden verscheen.

De joodse messias, het levensverhaal van de kleinzoon van een SS’er die zich opwerpt als de trooster der joden, is een overweldigende, veelomvattende roman, waarin Arnon Grunberg de grote thema’s uit zijn vorige boeken (eenzaamheid, gefnuikte illusies, de strijd tegen hypocrisie en autoriteit, de erfenis van de Holocaust) uitvergroot zonder zich te bekommeren om lange tenen, oude taboes en moeders porseleinkast.

Vanaf de eerste zin, waarin de grootvader van Xavier Radek wordt aangeduid als ‘niet zo’n slampamper van een opa die achter zijn schrijftafel bleef zitten […] nee, een gentleman die het handwerk van de dood verstond’, lijkt Grunberg geheel ‘vrij van alle verantwoordelijkheden te exploderen.’ En waarom niet, onderstreept de alwetende verteller in De joodse messias:

‘De oorlog was ver weg, die oorlog in ieder geval, andere oorlogen ook, en tegen de tijd dat [Xavier] zich voor de vijanden van het geluk begon te interesseren, hadden deskundigen vastgesteld dat de Tweede Wereldoorlog nu eens en voor altijd een afgesloten hoofdstuk was.’

Wild grappig boek

Plot is ondergeschikt in De joodse messias, zoals in de meeste boeken van Grunberg. Het is een schelmenroman, die wordt aangedreven door Xaviers ambitie om – als goj – deel uit te maken van het uitverkoren volk en om het zo veel mogelijk te troosten. Xavier Radek beweegt zich in een 113-1024x768waanzinnig universum, dat zal geen fan van het werk van Grunberg verrassen. Juist de als volkomen logisch opgediste absurditeiten maken De joodse messias tot een wild grappig boek. Een besnijdenis die op een bloedbad uitloopt, een potenrammer die Kierkegaard citeert, een religieus leider die God dankt voor de redding van zijn zoon door drie dagen lang niet naar een massagesalon te gaan en tot het eind van de maand niet aan transseksuelen te denken – Grunberg beschrijft het allemaal droogjes, in de hem typerende stijl die lange ademloze zinnen afwisselt met laconieke dialogen en (quasi-)filosofische monologen met komische oneliners.

Wie niet al op bladzijde 14 begint te grinniken om de reactie van Xaviers ouders op zijn synagogebezoek (‘Ze hadden liever gehad dat hij naar de hoeren was gegaan, als hij dan toch het exotische moest opzoeken, maar je kon niet alles hebben’), doet dat wel vijf pagina’s later wanneer Xavier geconfronteerd wordt met zijn eerste maaltijd aan een joodse tafel: ‘Verfijnd was het niet, ze moesten nog zeker veertig jaar door de woestijn zwerven voordat ze bij de nouvelle cuisine zouden uitkomen, maar ze hadden een gezonde eetlust.’

Voor meer afleveringen van deze Dagkalender, zie The Global Reader.

Pieter Steinz zit op Twitter.