De zuidelijke rotspinguïn is steengoed in latrelaties

De kleine pinguïn met de wilde gele kuif heeft een zomerhuwelijk, voor drie maanden. Maar ieder jaar opnieuw vinden de oude stelletjes elkaar weer terug.

Zuidelijke rotspinguïns (Eudyptes chrysocome) Foto Thinkstock

De rotspinguïn heeft de latrelatie geperfectioneerd. Rotspinguïns vormen monogame koppels, maar zijn elk jaar slechts drie maanden bij elkaar, in de zomer. In die tijd broeden ze een ei uit en brengen ze het pinguïnkuiken groot. De rest van het jaar zwerven het mannetje en vrouwtje over zee, honderden kilometers uit elkaar. Na de winterscheiding vindt het liefdeskoppel elkaar aan het begin van de zomer weer terug in de broedkolonie. Waarschijnlijk herkennen ze elkaar aan hun roep.

Een team van poolbiologen dat rotspinguïnkoppeltjes volgde met gps-zenders, beschreef de route van de partners woensdag in Biology Letters.

De zuidelijke rotspinguïn (Eudyptes chrysocome) is een kleine pinguïn met een wilde, gele kuif. De vogelsoort broedt op de Falklandeilanden en eilanden voor de kust van Chili en Argentinië. In de winter jagen ze op open zee op visjes en schaaldieren, in de lente komen ze aan land om te broeden.

Van de twintig pinguïns die de biologen zenderden, vonden ze er het volgende jaar zestien terug: zeven mannetjes en negen vrouwtjes. De zeven overgebleven koppels bleven in het broedseizoen bij elkaar. De vrijgezelle pinguïnvrouwtjes zochten in de kolonie een nieuwe partner.

Vrouwtjes waren gemiddeld twaalf dagen langer op zee dan de mannetjes. Ze vertrokken zes dagen eerder van de broedkolonie, en kwamen zes dagen later terug. De gemiddelde afstand tussen partners bedroeg ’s winters 600 kilometer. In het meest extreme geval waren mannetje en vrouwtje 2.500 kilometer uit elkaar: het vrouwtje was ver de Atlantische Oceaan opgezwommen.