‘De VN-missie in Mali is de gevaarlijkste van dit moment’

Dat zei minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken bij een bezoek aan de Nederlandse militairen in Mali

illustratie tamara pruis

De aanleiding

Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken bracht vorige week een bezoek aan de Nederlandse militairen in Mali. Zij maken daar deel uit van een vredesmissie van de Verenigde Naties.

In 2012 grepen Franse troepen in Mali in, toen het noorden van het land dreigde te worden ingenomen door moslimextremisten. Een internationale troepenmacht moest vervolgens rust brengen. Nederland, dat met ongeveer 450 militairen aan de missie meedoet, heeft inmiddels toegezegd de missie zeker tot 2016 te verlengen.

Koenders sprak vorige week de Nederlandse militairen in Mali toe, en beweerde dat de missie de gevaarlijkste VN-missie van dit moment is. Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

Koenders wijst in een persbericht op het aantal gesneuvelde en gewonde soldaten in Mali – dat aantal zegt iets over hoe gevaarlijk een missie is. Koenders noemt daarbij overigens geen specifieke cijfers.

Wel noemt hij de twee Nederlandse vliegers van een Apache-helikopter die in maart om het leven kwamen door een ongeluk. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn alleen de doden geteld die zijn gevallen door ‘vijandelijkheden’. Bijvoorbeeld personeel dat is omgekomen door terroristische aanslagen, zo laat de woordvoerder weten. Doden als het gevolg van ongelukken zijn niet meegeteld – de Nederlanders die bij het ongeluk met de helikopter omkwamen dus ook niet.

Koenders doelde daarnaast op de periode vanaf de start van de missie in Mali, in juli 2013.

En, klopt het?

Als we de missie in Mali meerekenen, zijn er sinds juli 2013 16 vredesmissies van de Verenigde Naties actief. Die lopen nu allemaal nog. Het gaat om bijvoorbeeld missies in Darfur, Congo-Kinshasa, Libanon en Haïti.

De Verenigde Naties houdt bij hoeveel personeel namens de VN actief is, is omgekomen. Het gaat hierbij om militairen, maar ook om ‘burgerpersoneel’. Zij houden bijvoorbeeld contact met de lokale bevolking, of helpen de lokale overheid bij het opbouwen van een stabiele staat.

De meest recente cijfers zijn tot 5 augustus 2015 bijgewerkt. Het gaat om het aantal doden per jaar.

Als we naar het aantal doden kijken over 2013, 2014 en de eerste zeven maanden van juli, steken er twee missies met kop en schouder bovenuit: die in Mali, en die in Darfur. In Mali kwamen 64 VN-medewerkers om het leven, in Darfur waren dat er 76. Op de derde plaats volgt Ivoorkust met 29 doden van de VN.

In Darfur kwamen meer blauwhelmen om, maar omdat de missie in Mali pas in juli 2013 begon, loopt die zes maanden achter; de cijfers van Darfur gaan over het hele jaar. En als we specifiek kijken personeel dat door vijandelijkheden om het leven is gekomen, is het de missie in Mali die de meeste slachtoffers eiste: 40, tegenover 24 blauwhelmen in Darfur.

Maar dat wil niet per se zeggen dat in Mali ook de meeste doden vallen: als in Darfur veel minder personeel werkt, kan het percentage omgekomen VN-medewerkers hoger zijn. Dat is echter niet het geval: in Mali werken minder mensen. In juli werkten er ruim 11.000 mensen voor de VN in Mali, tegenover 21.000 in Darfur. Ook ten opzichte van andere missies vallen in Mali relatief meer doden.

Conclusie

Sinds de start van de missie in Mali zijn de meeste VN-slachtoffers bij missies wereldwijd in Mali gevallen. Ook als we het aantal doden afzetten tegen het personeel is het aandeel in Mali het grootst. We beoordelen de uitspraak daarom als waar.

    • Wouter van Loon