De Leading Lady van het naturel

Gisteren wonnen Ramsey Nasr en Marieke Heebink de Oscars van de theaterwereld. Waarom wonnen zij?

Foto Carla kogelman

Eén glaasje!, zegt ze luchtig, dat kan toch wel? Als haar bezorgde ex Lucas de fles probeert af te pakken, gooit Anna die naar haar zoontjes. Vangen! Sliep uit, pesten ze de vader/verrader, terwijl ze de fles overgooien, hoog boven zijn hoofd. Een keelsnoerend moment, dit bondje tussen moeder en zoons. Want wij kennen de afloop. Anna is Medea, de kindermoordenares. Deze lieve jongens zijn al dood.

Met de jonge regisseur Simon Stone creëerde Marieke Heebink bij Toneelgroep Amsterdam een ijzingwekkend eigentijdse Medea. Niks geen tovenares, een vrouw als u en ik. Anna heet ze, ze is intelligent en ambitieus. Ze was gelukkig getrouwd. Maar haar man heeft haar verlaten voor de dochter van de baas en professioneel is ze op een zijspoor beland. Dat drijft haar tot een eerste wanhoopsdaad: ze probeert Lucas te vergiftigen. Terug uit de psychiatrische kliniek doet ze een poging het leven weer op te pakken. Maar haar bestaansrecht is ze kwijt. Medicijnen moeten haar evenwicht herstellen; maar haar opgewekte mantra ‘Alles is oké!’ klinkt steeds schriller. Heebink laat het onheil schitterend indalen. Van hoopvol – dit komt goed! – beweegt ze langzaam naar berustend: in dit leven komt het niet meer goed. Er is een betere plek voor ons, en dat is oké. Op dat punt aanvaardt Anna het onaanvaardbare. Zij wel.

Medea is een nieuwe parel in de kroon van Heebink (1962), één van de leading lady’s van Toneelgroep Amsterdam. In 1999 won ze al een Theo d’Or voor de rol van Constance Middleton in Een Ideale Vrouw. Daarna waren er vele mooie hoofdrollen en memorabele bijrollen, die bij jury’s niet onopgemerkt bleven: voor Vittoria in Zomertrilogie (2010) werd ze genomineerd voor de Colombina, net als voor haar rollen in De Russen! en Na de zondeval (2012).

Heebink is als actrice even geestig als veelzijdig, ze kan moeiteloos een naturelle tragédienne zijn en een hysterische karikatuur, zoals in Susanne Kennedy’s regie van Strindbergs De Pelikaan (2014). Daarin liet ze ook zien dat ze een conceptueel actrice is, een personage kan opbouwen vanuit de vorm. Weer een compleet andere kant toonde ze met haar volledig zwijgende rol in Persona (2013) – die terecht een helaas onverzilverde nominatie voor de Theo d’Or opleverde. Met enkel haar gelaatsuitdrukking maakte Heebink op toneel een heel spectrum aan emoties door, geamuseerd, verrast, betrapt en gekweld.

In Medea is ze dichtbij zichzelf, lijkt het, gewoon een moeder in een spijkerbroek en een groene trui. Haar hoopvolle blik en verlegen lachje bij de hereniging zijn prachtig. De broze momenten van gezinsgeluk roerend. Fraai verbeeldt Heebink Anna’s stemmingswisselingen: uitgelaten, hoopvol, ontredderd, en met stijgende wanhoop in haar blik. Ze wil het zo graag goed doen, maar het kan niet meer. Dat leidt tot de grootste tragedie denkbaar. De jury schrijft: „Groots is haar emotionele kracht. Groots is haar naturel. Groots is deze ultieme, klassieke rol van Marieke Heebink.”