College Religiewetenschap Religie is in principe mensenwerk

Vandaag ontvangt hoogleraar Birgit Meyer de Spinozapremie voor haar wetenschappelijk onderzoek. In haar colleges gaat zij op zoek naar de betekenis van religie.

Foto Ivar Pel

Beste studenten, Tot in de jaren 90 van de vorige eeuw gingen wetenschappers en een breed publiek ervan uit, dat religie met toenemende modernisering zou gaan verdwijnen. De wereld zou onttoverd raken. Een belangrijke aanleiding voor die aanname was de gestage afname van het lidmaatschap in de christelijke kerken van driekwart van de Nederlandse bevolking in 1958 naar de helft in 1980 (en deze cijfers zeggen nog niets over het daadwerkelijke kerkbezoek). Een van de meest in het oog springende symptomen van dit proces is de thans veel besproken herbestemming van kerkgebouwen. Zo kijk ik vanuit mijn woonkamer op een in onbruik geraakte protestantse kerk uit de zeventiende eeuw die nu dienst doet als partycentrum, muziekpodium en als seculier-sacrale ruimte voor huwelijkssluitingen en rouwplechtigheden. Misschien heeft dit proces van ontkerkelijking ook sporen in jullie omgeving achtergelaten of zich in jullie familie voltrokken? Ik hoor vaak van mijn studenten dat ze niet christelijk opgevoed zijn, terwijl dat voor hun ouders of grootouders nog wel het geval was. Een van de gevolgen hiervan is dat veel jongeren nauwelijks meer bekend zijn met de christelijke religie. Terwijl die toch een belangrijke stempel heeft gedrukt op de inrichting van onze huidige samenleving en nog steeds een inspiratiebron vormt voor de populaire cultuur – zoals blijkt uit Hollywoodfilms als Exodus en Noah, videoclips van Madonna en Lady Gaga, en in zekere zin ook heavy metal met zijn demonische componenten.

Groeiende markt voor spiritualiteit

Inmiddels is duidelijk dat ontkerkelijking niet het einde van religie heeft ingeluid. Terwijl het katholicisme en vrijzinnige varianten van het protestantisme nog steeds aanhangers verliezen – in 2012 was nog maar 30 procent van de Nederlandse bevolking lid van een kerk –, blijken strengere en evangelicale bewegingen binnen het protestantisme stand te houden. Behalve de opkomst van uitgesproken atheïsme, valt tevens een groeiende markt voor spiritualiteit en religieuze events zoals The Passion waar te nemen. Wereldwijd groeien transnationale islamitische bewegingen en pinksterkerken die inmiddels ook in Nederland een plek hebben gevonden, veelal voor mensen met een migratieachtergrond.

Kortom, aan het begin van de 21ste eeuw blijkt religie hier en op mondiale schaal een springlevend, divers en veel besproken fenomeen te zijn. Religie in al haar uiteenlopende gedaantes vormt het studieveld van de religiewetenschap, dat ik in nu beknopt wil schetsen.

Sociaal-culturele benadering

Anders dan de theologie is de religiewetenschap niet gebonden aan een specifieke religieuze traditie met de haar kenmerkende doctrines, normen en waarden, en waarheidsclaims. Religiewetenschappers nemen het perspectief van de gelovigen – die de God of goden die ze aanhangen als werkelijk en waar ervaren – serieus als object van onderzoek, maar analyseren religie van buitenaf. In tegenstelling tot uitgesproken atheïsten, zoals Richard Dawkins, zijn religiewetenschappers er niet op uit om het geloof te ontmaskeren als een illusie of om religie af te doen als een dwaas, door angst en gebrek aan kennis ingegeven verzinsel. Het gaat dus niet om de vraag of God nu wel of niet bestaat, maar om de benadering van religie als een sociaal-cultureel verschijnsel dat zich alom in onze wereld voordoet en dat we als zodanig kunnen observeren en analyseren.

Als een complex, dat wil zeggen met allerlei economische, sociale, politieke, culturele en psychologische processen verweven fenomeen valt religie niet gemakkelijk in een definitie te vangen. Intuïtief ligt het voor de hand om de inhoud ervan – het geloof, de leerstellingen, normen, waarden en de innerlijke persoonlijke ervaring – zoals die in woord en geschriften wordt uitgedrukt centraal te stellen. Deze insteek is echter te beperkt en op de keper beschouwd typisch protestants. Ik zal dit nader verklaren. Door mijn langdurig antropologisch onderzoek naar inheemse religies, de bekering tot het christendom en de opkomst van pinksterkerken in Ghana, werd mij duidelijk dat de lichamelijke, materiële en praktische aspecten van religie sterk worden benadrukt. Het gaat hier niet primair om min of meer abstracte levensbeschouwelijke kwesties, maar vooral om het gezamenlijk zingen en bidden, het ervaren van de aanwezigheid van de Heilige Geest of andere geesten in het lichaam, het samen deelnemen aan rituelen. Door deze onderzoekservaring ben ik anders naar religie gaan kijken. Ook al zal het definiëren ervan inzet van discussie blijven, een omschrijving is noodzakelijk om vergelijkend onderzoek richting te geven.

Waarheid is sociaal gevormd

Voor mij verwijst religie naar een geheel van ideeën en praktijken met betrekking tot een niet direct tastbare werkelijkheid, die door gelovigen – twijfel daargelaten – voor waar en bestaand wordt aangenomen en tastbaar wordt gemaakt. Bij de bestudering van religie kies ik dus voor een benadering die uitgaat van waarnemende, voelende, denkende en handelende mensen. Daarbij ligt de nadruk op de concrete middelen en lichaamstechnieken waardoor zij zich tot het goddelijke of bovennatuurlijke én elkaar verhouden. Zo kunnen we beter begrijpen hoe die niet direct tastbare werkelijkheid tastbaar wordt gemaakt via specifieke praktijken, materiële objecten, gedeelde gewaarwordingen, sensaties en emoties. Wat dit betreft is er geen fundamenteel verschil tussen religie en cultuur: onze toegang tot de werkelijkheid wordt immers bemiddeld door gedeelde taal, symbolische vormen, voorwerpen en het lichaam; wat als werkelijk en echt geldt is altijd sociaal gevormd. Met andere woorden: vanuit een religiewetenschappelijk perspectief bezien is religie in principe mensenwerk. Het transcendente wordt door mensen zelf in het hier en nu opgeroepen, waardoor zij in verbinding staan met die transcendente werkelijkheid en met elkaar. Hún eigen werkelijkheid. Mensen geven op die manier richting en betekenis aan hun eigen handelen en vormen hun identiteit.

Als onderdeel van mijn colleges vraag ik jullie, beste studenten, om vanuit dit perspectief zelf kleine onderzoeksopdrachten te doen in een zelf gekozen religieuze setting. Welke rol spelen heilige teksten, sacrale voorwerpen en beelden, klanken en muziek, oude en nieuwe media, alsmede de architectuur en inrichting van gebouwen in het genereren van persoonlijke religieuze ervaringen én de aanwezigheid van religie in het publieke domein? Hoe wordt God voor gelovigen werkelijk, en wat zijn de implicaties van dat besef voor hun religieus en alledaags handelen? Wat zijn voor hen kenmerkende religieuze uitingen inzake bidden, voeding, kleding en wat voor religieuze habitus roepen die op? Wat is hun kijk op de huidige samenleving en hun rol daarin en hoe worden zij door anderen gezien? Doel van dit type onderzoek is het ontwikkelen van een frisse, minder gebruikelijke kijk op religie, waardoor een dieper begrip van de drijfveren van mensen die religieus zijn of zich als zoekend beschouwen ontstaat.

Nieuwe bestemming van kerken

In onze al meer cultureel divers wordende samenlevingen is religie inzet van veel spanningen en conflict. Voor een beter begrip daarvan is een focus op de materiële, concrete aanwezigheid van religies via bepaalde gebouwen, objecten, beelden, klanken, teksten en het lichaam cruciaal. Neem de discussies over de herbestemming van kerkgebouwen. De ophef over de voorgenomen massale sluiting van kerken in het bisdom Utrecht laat zien, dat afbraak of het geven van een seculiere bestemming (zoals in het geval van de kerk achter mijn huis) niet eenvoudig is. Met name het transformeren van kerken in moskeeën roept dikwijls heftige emoties op, zelfs bij degenen die al lang van het christendom afstand namen. Door conflicten over gebouwen – maar ook over concrete dingen als beelden, geluiden en de religieuze vorming van het lichaam – te bestuderen kan dieper inzicht worden verworven in de dynamische rol die religie thans niet alleen in onze eigen samenleving maar overal in de wereld speelt. Gedegen kennis over de diverse posities die in deze spanningen naar voren komen, kan bijdragen tot het ontwikkelen van meer gedeelde omgangsvormen, normen en waarden die een open democratische en diverse samenleving waardig zijn.