Arvo Pärt is 80 en blijft een mysterie

Componist Arvo Pärt Foto Kaupo Kikkas

Bewonderaars van de muziek van Arvo Pärt hebben niet te klagen over een tekort aan goede opnames van zijn werk. Dit jaar zal er nog veel moois aan die discografie worden toegevoegd. Afgelopen vrijdag werd de Estse componist 80 jaar. De muziekindustrie speelt daar gretig op in met nieuwe cd’s, dvd’s en – makkelijk scoren – de nodige verzamelalbums.

De koorliefhebbers worden goed bediend met het album Tintinnabuli van The Tallis Scholars. Pärts koormuziek wordt vaak nogal gedragen uitgevoerd, maar de Britten benaderen zijn werk (onder meer het Magnificat) met een heldere en lichte klank, waardoor zijn werk ineens veel dichter verwant voelt aan de oude muziek. Door de kleine bezetting, de opstelling van de zangers en het stereobeeld wordt zijn componeerstijl op fenomenale wijze blootgelegd. Zo imiteren in Nunc dimitis de zangers een heen en weer bewegende klok.

Onder de verzamelalbums valt Arvo Pärt: Musica Selecta op. Het is samengesteld door Manfred Eicher, die een belangrijke bijdrage leverde aan Pärts bekendheid in het Westen. Eicher, die daarvoor vooral gespecialiseerd was in jazz, richtte om Pärts muziek uit te brengen het cd-label ECM New Series op en tal van stukken werden voor het eerst daarop uitgebracht.

Onder de uitvoerenden op het verzamelalbum zijn dirigent Tonu Kaljuste, pianist Alexei Lubimov en het Hilliard Ensemble. De componist was zelf bij alle opnames betrokken en daaruit zou je af kunnen leiden wat Pärts eigen klankideaal is: solide, gebonden maar met prik.

Praten over zijn muziek vindt hij immers zinloos en interviews met hem zijn schaars.

Een nieuwe documentaire over de componist zou dan ook goed nieuws moeten zijn. Maar de op DVD uitgebrachten documentaire The Lost Paradise van Günter Atteln brengt ons niet dichter bij Pärt.

Atteln volgde hem langer dan een jaar rond de voorbereiding voor de première van zijn Adam’s Passion in Tallinn. We zien Pärt aan de piano, we rijden met hem mee in een taxi, we zien hem liggen in een vliegtuig met een dekentje over zich heen.

Aandoenlijke beelden, maar zelf komt hij nauwelijks aan het woord: het zijn weer de bekende Pärt-intimi (Kaljuste, Gidon Kremer, biograaf Paul Hillier) die inzicht proberen te bieden in zijn composities en drijfveren. En een cliché: overal waar Pärt komt, lijkt het slecht weer. We zien Estland door een donkere lens en horen vooral de donkere kant van zijn oeuvre.

Pärt blijft na 80 jaar nog altijd een mysterie, en het lijkt er niet op dat Atteln daar iets aan wilde veranderen.