Cizre ruikt naar rottend vlees, kruit en traangas

Foto AFP / Ilyas Akengin

Direct nadat het gebiedsverbod voor de stad Cizre zaterdag om zeven uur is opgeheven, komen bewoners aarzelend uit hun huizen. Negen  dagen moesten ze binnen blijven. Telefoon- en internet was er niet. Vers  eten evenmin. Op straat ruikt het naar  rottend vlees, kruit en traangas.

In de nauwe Botasstraat, de frontlinie in de gevechten van de afgelopen  dagen, ligt een opgezwollen bruine  koe. Geraakt door een kogel. Waar de  elektriciteit even aanspringt, gaan  alarmsystemen af. Op kruispunten en  de brug over de Tigris staan pantserwagens. Wie de stad in of uit wil,  wordt meerdere keren gestopt en gecontroleerd door het leger. Negen dagen lang was alle verkeer  in en uit Cirze verboden, terwijl het  Turkse leger wijken onder vuur nam  waar leden van de verboden Koerdische guerrillabeweging PKK zich hadden ingegraven. Burgers konden geen  kant op en waren verstoken van elektriciteit en stromend water.

Scherpschutter in de minaret

Zaterdagochtend hief de gouverneur van de provincie het verbod op  en kon de schade worden opgenomen. Een groep van vijftig mensen  loopt het centrum uit, de heuvel op,  om een oudere man te begraven die ’s  nachts door zijn hoofd geschoten zou  zijn. De meeste mensen kenden hem  van gezicht omdat hij altijd stukken  brood van straat opraapte.

„We konden zelfs niet naar buiten  om lichaamsdelen van straat op te ruimen”, zegt Xanim Göcer (37), een ouder uitziende moeder van zeven kinderen die middenin Nur woont, de  wijk waar het felst is gevochten. De familie heeft twee huizen achter een  muur. Op het erfje staan een vijgenboom en een waterput. In de watertank op het dak zitten kogelgaten.  „Doordat we geen stroom hadden  konden we ook geen water uit de put  pompen”, vertelt Göcer. „God, waar  ben je? Juist nu wilden we bidden,  maar in de minaret zat ook een  scherpschutter. Pas op hoor, ze zijn nog overal.”

Het wordt langzaam drukker op  straat. Mensen proberen familieleden  en vrienden te vinden en eten in te  slaan. De eerste vrachtwagens met tomaten en melk rijden de stad in. Een  blauwe Ford Ranger van de lokale politie met luidsprekers gaat rond. „Alle  gemeenteraadsleden moeten onmiddellijk naar het gemeentehuis. Pak  niets van de grond. Het is gevaarlijk.”  Kinderen spelen met de duizenden  hulzen die overal liggen. Een jongetje  van een jaar of negen raakt gewond als  iets ontploft.

Geen schoon water

Co-burgemeester Leyla Imret (28)  zit op een plastic stoel naast het kantoor van de pro-Koerdische HDP partij. In Cizre stemde bij de afgelopen  verkiezingen bijna iedereen HDP. Ze  praat zacht en lijkt in shock na negen  dagen binnenshuis in de Botasstraat.  „We waren met dertig mensen, waaronder achttien kinderen. We dachten  echt dat we dit niet zouden overleven.  We konden niet naar buiten. Er was  geen babyvoeding en geen schoon water. We kregen buikpijn van alleen  brood en kaas eten.” Rond vijf uur ’s ochtends waagden mensen hun leven om naar haar toe te komen in de hoop dat zij een ambulance kon bellen. „Dat kon ook ik niet. Een twee maanden oude baby is overleden omdat we niet konden bellen en geen ambulances konden komen.”

Tussen de kapot geschoten huizen  zijn op straat de restanten te zien van  zware barricades. Het is duidelijk dat  de wijk vrijwel ondoordringbaar was,  voor zowel leger als hulpdiensten.  Dwars over de onverharde straat zijn  diepe greppels gegraven en waren metersbrede stenen stapels. Tussen de  gebouwen hingen tapijten om scherpschutters het zicht te ontnemen. Op  muren en poortjes staat graffiti van de  Patriottische Revolutionaire Jeugd Beweging (YDG-H), de jongerentak van  de verboden terreurorganisatie PKK.  Op de restanten van een barricade  staat een met kogels doorzeefde rode  vlag van de PKK.

Onder controle van de jeugd

Voorafgaand aan de belegering van  de stad had de YDG-H in vijf wijken  van de stad zelfbestuur uitgeroepen.  Volgens de Turkse regering hebben de  PKK-jongeren de wapenstilstand van  de afgelopen twee jaar gebruikt om  zich te bewapenen en voor te bereiden op een stadsguerrilla. „De barricaden zijn een zelfverdedigingsreflex”, zegt co-burgemeester  Imret voordat hij het gesprek afkapt.  „Ik wil er niets meer over zeggen.” Ze  is vrijdagavond door de premier ontslagen wegens een volgens haar uit  zijn context gehaalde oudere uitspraak over burgeroorlog in Turkije. 

In de Botasstraat blijven vragen onbeantwoord. Wat heeft zich precies afgespeeld? Wie is hier nu de baas? Waar  zijn de  tientallen YDG-H strijders gebleven? Gedood? De grens naar Syrië over gestoken, aan de andere kant van de rivier de Tigris over? „We weten niet  waar ze zijn. We hebben het niet gezien”, zegt Mustafa Basra (28) kort.  Van het uitlokken van geweld wil hij  niet weten. We hebben het over zonen, buren, vrienden. „Maar één kant viel aan,  de staat. Je ziet hier nu toch geen militairen? De wijk is nu onder de controle  van de jeugd, van de mensen.”

Basra wil slachtoffers laten zien,  niet over oorzaken praten. Zondagochtend vroeg komen in de provincie  Sirnak waarin ook Cizre ligt twee politiemensen om en raken er vijf gewond  als de PKK bij een checkpoint een auto  met explosieven laat ontploffen. In Silvan ten noorden van Cizre komt een  politieman om en raken er twee gewond als ze proberen een door de  PKK-jeugd gebouwde barricade te verwijderen. Ze werden onder meer aangevallen met raketwerpers.

Dunne scheidslijn

„In steden zoals Cizre en Silvan probeert de PKK een nieuwe strategie  uit”, zegt rechtendocent en publicist  Vahap Coskün van de Dicle-universiteit in Diyarbakir telefonisch. „In  plaatsen waar ze veel aanhang en wapens hebben roepen ze autonomie uit  en brengen de oorlog de stad in. Ik  vind het totaal verkeerd. Het leidt alleen maar tot het verlies van levens  van Koerden.” De scheidslijn tussen burgers en gewapende opstandelingen is in Cizre  dun. De stad heeft een lange geschiedenis van gewapende opstand en zware onderdrukking door de staat. Volgens mensen in Cizre zijn door het geweld 21 burgers omgekomen, in sommige gevallen omdat ze niet naar het  ziekenhuis konden. Vandaag (maandag) worden  zestien mensen begraven. De regering  spreekt van 31 gedode militanten en  één burgerslachtoffer.

„Burgers van Cirze willen de PKK  ook niet. De gemeente was al in handen van de pro-Koerdische HDP,  waarom zou je nog autonomie moeten uitroepen”, vraagt Coskün zich af.  Hij vreest dat het verzoeningsproces  tussen de Turkse staat en de Koerdische minderheid door de geweldspiraal op een haar na dood is. 

Toch weer gebiedsverbod

Op 7 juni kwam de pro-Koerdische  HDP voor het eerst als partij in het Turks parlement: met tachtig zetels. „Dat was een  enorme kans voor de Koerden om  mee te gaan besturen in Turkije”, zegt  Coskün. Doordat de PKK geweld van  de staat uitlokt, wordt de HDP mee  naar beneden gezogen. In plaats van  een politieke dialoog in de hoofdstad  Ankara, wordt de HDP gedwongen op  te komen voor Koerdische burgers in  extreme situaties, zoals tijdens de belegering van Cizre. De partij krijgt  daardoor steeds meer een puur Koerdisch in plaats van een multi-etnisch  profiel. „Het maakt hun rol ontzettend  moeilijk.” 

Buiten het partijkantoor in Cizre  komt een bus aan met met de twee  HDP-leiders: Selahattin Demirtas en  Figen Yüksekdag. Burgers klimmen  op muren om ze toe te juichen. „Cizre  is trots op jullie!” schreeuwen ze. En  „PKK is het volk en het volk is PKK.”  Met hun vingers maken ze een overwinningsteken. In de Botasstraat wijst  Xanim Göcer naar de bakkerij. Ze kan  er dwars doorheen kijken. Alleen de  stenen oven staat nog overeind.

Op zondag worden zestien doden  begraven. De stad rouwt. Aan het einde van de dag besluit de gouverneur  van de provincie opnieuw tot een gebiedsverbod voor Cizre. Telefoon- en  internet gaan per onmiddellijk weer  uit de lucht. Om zeven uur zondagavond is de adempauze weer voorbij.