Tom Dumoulin, foutje van de natuur

Zijn ploegbaas, zijn trainer en de rest van de wereld zijn verbaasd. Dumoulins opmars tot favoriet voor de Vuelta-zege is alleen achteraf bezien logisch. „Hij begrijpt zelf echt niet hoe bijzonder hij is.”

Rodetruidrager Tom Dumoulin verdubbelde zijn voorsprong in het algemeen klassement vrijdag naar zes seconden in de negentiende etappe, naar Avila. Foto Daniel Ochoa de Olza/AP

Tom die klimgeit Quintana lost en zomaar de rode leiderstrui pakt. Tom erop en erover bij Tourwinnaar Froome en winnaar van een bergrit. En Tom die in de slotweek superieur is in de tijdrit, zijn concurrent Aru ijzersterk afbluft in Avila en op de eindzege lijkt af te gaan. „Ongelofelijk”, zegt Roy Curvers. „Ik merk dat ik iedere middag eerder voor de tv ga zitten, al is de uitzending nog niet eens begonnen. Puur van zenuwen. Natuurlijk ben ik verrast, net als iedereen.”

Duizenden kilometers fietst hij al jarenlang samen met Tom Dumoulin door de Limburgse heuvels. Maar zelfs Curvers staat perplex van wat zijn ploeggenoot en vaste trainingsmaat momenteel in de Ronde van Spanje laat zien. „Dit had toch niemand durven hopen? Ik weet zeker dat Tom zelf van tevoren ook geen scenario in zijn hoofd had om nu al drie weken lang met de beste klimmers omhoog te gaan, en op het laatst nog in de leiderstrui te rijden. Laat staan dat hij misschien de Vuelta zou winnen. We roepen het in onze ploeg al vier jaar: hij kent zijn eigen grenzen niet.”

Of Tom Dumoulin binnen nu en vijf jaar een van de drie grote wielerrondes (Giro, Tour, Vuelta) zou kunnen winnen, luidde de vraag toen de 24-jarige wielrenner afgelopen winter samenkwam met de begeleiders van zijn ploeg Giant-Alpecin. „Ja”, luidde de eensluidende conclusie volgens trainer Adriaan Helmantel. Maar direct al dit seizoen? „Dat is niet eens ter sprake geweest”, zegt Helmantel. Ook hij heeft de topprestaties in Spanje nooit zien aankomen. „Voor een deel ben ik net zo verrast als iedereen.”

Dat tijdritspecialist Dumoulin kon klimmen, wist zijn trainer al sinds de Ronde van Zwitserland, waarin zijn pupil dit jaar in eigen tempo opviel in de Alpen. Dat hij goed in vorm was en gedurende twee weken goed zou herstellen, viel vooraf ook nog te verwachten. „Dat is in lijn met wat hij kan en de progressie die hij als relatief jonge renner maakt”, zegt Helmantel. Maar drie weken lang dag in dag uit met de allerbesten mee? „Dat verrast mij vooral. Vorig jaar kwam hij aan het eind van zware etappes vaak tekort. Nu komt hij ook op die momenten in de buurt van records die hij in de training haalt. Hij is stabieler geworden, heeft meer inhoud.”

Manager Iwan Spekenbrink van Giant-Alpecin geldt als weinig anderen in de wielersport als man van de gedegen opbouw. Een duidelijk antidopingbeleid, ontwikkeling en gezondheid boven prestatie, niet te snel scoren met jonge renners. En dan breekt juist in zijn ploeg ‘ineens’ de komeet Dumoulin door? „Ik had dit absoluut niet verwacht”, stelt Spekenbrink, die in de Vuelta een sprintersploeg om John Degenkolb opstelde. „Anders hadden we wel meer klimmers om Tom heen gezet.”

Echt nooit gedacht aan een kans dat zijn kopman Jan Janssen (1967) en Joop Zoetemelk (1979) kon opvolgen als Nederlandse Vuelta-winnaar? „Nee. Tom is heel veelzijdig, kan klassiekers rijden en rondes. Maar het plan was dit jaar zijn kwaliteiten als tijdrijder uit te diepen en daarin wereldtop te zijn. En pas de jaren hierna te kijken hoever hij als ronderenner kan komen.”

Ouderwets jongensboek

Ploegbaas , trainer en trainingsmaat verbaasd, net als de rest van de wereld. Een ouderwets jongensboek in de moderne topsport? Het begin is bekend, het jochie uit Maastricht dat voetbalde en wat aan atletiek deed. Op zijn vijftiende is er een, oude, racefiets. „Het gonsde in Limburg over een belofte die een tijdrit won in de Baby-Giro”, vertelt Curvers. „Ikzelf zag Tom voor het eerst toen hij een keer met ons meetrainde bij Skil. Een gast van negentien die al gewoon meereed met de profs. Echt niet gewoon.”

Stap voor stap naar de top, uitblinker in kleinere rondes en tijdritten. „The next big thing in cycling”, voorspelde wereldkampioen Bradley Wiggins vorig jaar, toen Dumoulin brons pakte op de WK-tijdrijden in Ponferrada. Zo zou hij zichzelf nooit afficheren. Zelfbewust, maar altijd bescheiden. „Hij is een jongen die 100 procent verantwoording neemt voor zijn eigen carrière”, typeert Curvers. „Tom wil echt alles zelf in de hand hebben. Dat is tijdrijders eigen. Extreem kunnen focussen, met elk detail bezig zijn, geen enkele steek laten vallen. Hij haalt er vertrouwen uit als alles volgens plan verloopt.”

De supergedreven sportman is de ene kant van Dumoulin, zegt Spekenbrink. „Maar hij is zeker niet de hele dag met wielrennen bezig. Je kunt met hem buiten de koers uitstekend over cultuur of politiek praten. Hij kan afstand nemen, dat maakt hem sterk.” Extreem getalenteerd, dat zag je meteen. „Tom is dat foutje van de natuur, die uitzondering die zonder lessen meteen prachtig viool kan spelen. Hij begrijpt zelf oprecht niet hoe bijzonder hij is. In zijn eerste Tour kwam hij in de laatste Alpenrit als twaalfde binnen, na een hele dag oorlog. ‘Klote, ik heb zere benen, wat is dit voor vak’, zegt hij dan. Terwijl hij iets ongekends presteert.”

Een veelzijdig supertalent, dat op tijd afstand kan nemen en alles tot in perfectie plant. En dan zichzelf zo verrast in de Vuelta, zoals Dumoulin nu steeds vertelt? „Tom lijkt me een beetje onschuldig verlegen”, vermoedt wielertrainer Adrie van Diemen, die onder meer werkte met Tourwinnaar Greg Lemond en Girowinnaar Ryder Hesjedal. De strategie om te schitteren in een grote ronde? „Afvallen, afvallen, afvallen.” Zo zag hij in de Tour van 2009 als trainer van Garmin hoe Wiggins ‘ineens’ van baantopper in ronderenner transformeerde. „Hij rekende uit dat hij met zijn vermogen zeven kilo moest afvallen om met de eerste groep klimmers mee te kunnen. Gewoon koude, kille cijfers. Al moet je weer oppassen dat je geen negatieve energiebalans opbouwt of ziek wordt.”

Dumoulin oogt scherp, mager in Spanje. „We zijn daar niet specifiek mee bezig geweest in de voorbereiding”, zegt trainer Helmantel. „Normaal weegt Tom 71, nu is dat één of anderhalve kilo minder. In de toekomst kan hij er voor kiezen om daar een paar procentjes te winnen. Maar al teveel vet zit er al niet op.” Teveel afvallen zou op dit moment ook ten koste zijn gegaan van zijn macht als tijdrijder en dat was dit jaar het heilige doel. Maar na zijn vierde plaats in de Tourtijdrit in Utrecht en een dramatische val op weg naar Huy waren Tour en de planning om zeep. „Anders had hij misschien in de Tour al in de top vijf kunnen rijden en was heel Nederland gek geworden”, stelt Van Diemen.

„Hooguit plaats vijf tot tien”, nuanceert Helmantel. „Hij ging voor de tijdrit en zou het daarna dag voor dag bekijken. Het uitgangspunt was om niet bij voorbaat tijd te verliezen. En klimmetjes als de Muur van Huy en Bretagne liggen hem goed, net als de eerste Pyreneeënrit die Froome won. Na anderhalve week zou Tom waarschijnlijk ook goed hebben gestaan. Maar daarna was het een vraagteken. Het niveau in de Tour ligt hoger dan in de Vuelta.”

'Ongebruikte' topvorm

In plaats van schitteren in de Tour – en vervolgens de Eneco Tour plus voorbereiding op het WK in Richmond – werd het improviseren met de Ronde van Spanje. „Voor zijn ontwikkeling was het goed om toch een grote ronde te rijden”, stelt Helmantel. De ‘ongebruikte’ topvorm na het uitvallen in de Tour bleek niet weg. Een week niets doen met de schouder uit de kom, dan snel van twee naar vijf uur trainen. Twee weken op hoogte in het Italiaanse Livigno. „Goed en hard trainen, toen wist ik al dat hij zeker op het einde van de Vuelta heel goed zou zijn. Zeker omdat de meeste van zijn concurrenten – Froome, Nibali, Quintana en Valverde - een zware Tour in de benen hadden.”

Dumoulin deed als ronderenner belangrijke ervaringen op in de Tours van 2013 en 2014. „Hij eindigde vorig jaar zonder enige klassementsfocus als 33ste en liet toen soms een dag lopen”, zegt zijn trainer. „Maar hij heeft veel geleerd. Op goede dagen vergat hij soms te eten, waardoor hij de volgende dag teveel in zijn reserves moest tasten. Nu profiteert hij van de kennis hoe hij de balans moet bewaken met eten, drinken en rusten.”

En in zijn rode leiderstrui regeert Dumoulin alsof hij al jaren niet anders gewend is. „Tom is een heel bijzondere jongen”, constateert Spekenbrink. „Als iets echt moet, kan hij heel precies en gericht met iets bezig zijn.”

Een geboren Tourwinnaar? „We moeten hiervan eerst genieten, dan nog eens genieten. Ik snap best dat er volgend jaar in juli weer een wedstrijd is. Maar pas na de derde keer genieten gaan we eens rustig verder kijken. We moeten geen stappen overslaan. In de periode over drie tot zes jaar moet Tom op z’n best zijn.”