Over het lot van de mens

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Honderdvijfentwintig jaar na zijn zelfmoord in juli 1890 is de literatuur over Vincent van Gogh vrijwel onafzienbaar. Nog maar een paar jaar geleden verscheen een 953 pagina’s tellende biografie. Het heeft de Britse schilder Julian Bell er niet van weerhouden een bondige levensbeschrijving toe te voegen aan de overvloed van biografisch materiaal. Hij gaat uit van zijn eigen praktijkervaring als schilder. ‘Vanuit dat perspectief lijken de daden van Vincent van belang omdat zijn schilderijen van belang zijn, eerder dan andersom’, schrijft hij in een inleiding. Dat leidt tot een liefdevolle en geslaagde poging om dichter te komen: bij ‘de zeldzaam opwindende schilder’, bij ‘de aangrijpende en voortreffelijke brievenschrijver’ en bij ‘Vincent als sociaal dier’.

Niet de waanzinnige, noch het icoon, maar de kunstenaar is het onderwerp. De Engelse titel van dit boek – Van Gogh. A Power Seething [1] – is ontleend aan een brief van de schilder uit 1892: ‘Ik voel, Theo, dat er een werkkracht in mij zit en ik doe wat ik kan om mij los en vrij te maken.’ Maar ‘een werkkracht’ zou geen goede Nederlandse titel opleveren. Nadat Van Gogh zichzelf dodelijk met een pistool had verwond, heeft hij gezegd: ‘Ik heb altijd op deze manier willen sterven’ – en ook dat respecteert de biograaf.

De geschiedenis van het door SS-chef Heinrich Himmler speciaal voor vrouwen bestemde concentratiekamp Ravensbrück wordt door de Britse journaliste Sarah Helm verteld aan de hand van archiefonderzoek en honderden gesprekken met overlevenden. De Engelse titel, If This Is a Woman [2], verwijst naar Primo Levi’s Is dit een mens. Tussen mei 1939 en april 1945 sleepten de nazi’s meer dan 130.000 vrouwen naar het kamp, ‘asocialen en criminelen’, politieke tegenstanders van wie de meeste communistisch waren, joodse vrouwen, Sinti en Roma. Naar schatting 50.000 vrouwen werden vermoord in de gaskamer, door dodelijke injecties, medische experimenten, mishandeling, honger, kou en ziekte. Er was een apart kamp voor de kinderen. De vervolgden waren afkomstig uit dertig landen.

Van de ruim 900 Nederlandse vrouwen van Ravenbrück figureert in het boek Corrie ten Boom, die uit christelijke naastenliefde joden had verborgen en in het kamp te werk werd gesteld voor Siemens. De wreedheid en onpeilbare onmenselijkheid van de nazi’s maken het een zware opgave noodzakelijke boeken als Ravenbrück te lezen. Onvermijdelijk zijn zij ook onderwerp van historische discussie, in dit geval over de betekenis van ‘gender’ in verband met de nazi-misdaden.

Al verscheidene malen heeft Breyten Breytenbach verklaard dat hij niet meer wil schrijven in zijn moedertaal, het Afrikaans, dat door veel Zuid-Afrikanen (zie de recente rellen op de universiteit van Stellenbosch) als de taal van de apartheid wordt beschouwd.

Gelukkig blijkt de grote anti-apartheid-dichter het niet te kunnen stellen zonder ‘de taal die ik mij herinner uit mijn jeugd’. Onder het pseudoniem Blackfire Buiteblaf publiceerde Breytenbach eind 2014 in Kaapstad twee cycli en twee losse gedichten uit zijn eerdere bundel Oorblyfsel. Onder de titel In de loop van de woorden vertaalde Laurens van Krevelen het melodieuze Afrikaans van Breytenbach in zangerig Nederlands, dat er niet om liegt: ‘ik schijt in mijn hand/ heel dit land/ overvloedig en warm/ geef ik aan jou/ was ik ooit/ guller dan nou?’ Wel jammer dat de Afrikaanse tekst niet naast de vertaling is afgedrukt.

Even bijtend als Breytenbach zich over het Zuid-Afrika van na de apartheid uitlaat, schreef de vorig jaar overleden grote Duitse schrijver Siegfried Lenz over het West-Duitsland van na de Tweede Wereldoorlog.

Zijn roman Der Mann im Strom uit 1957 speelt in de haven van Hamburg waar de tegenstelling tussen puissant rijk en straatarm realistisch wordt geschetst. Hoofdpersoon Hinrichs is een versleten weduwnaar die te oud is om nog werk te vinden in de haven. Om zijn zoontje Tim en zijn zwangere dochter Lena te kunnen onderhouden, doet hij zich jonger voor dan hij is. Hij pleegt valsheid in geschrifte om het, zeker op zijn leeftijd, levensgevaarlijke beroep van duiker te kunnen blijven uitoefenen. Daarmee wordt hij gechanteerd door de stelende jongeman die zijn dochter zwanger heeft gemaakt.

Vrijwel iedereen in dit gore, stinkende, onveilige milieu bedriegt elkaar om zelf het hoofd boven water te kunnen houden. Vorig jaar werd de vertaling van deze huiveringwekkende naoorlogse zedenschets nog aangekondigd als Onder water, eigenlijk een toepasselijker titel dan De man in de stroom.