Op zondag kookt hij dagen vooruit

Jan Maarten Hartong (38) is dj en ondernemer, vriendin Shulamith van der Hart (37) is jurist bij ABN Amro. „ Toen ik huisvrouw was lag mijn focus te veel op onbelangrijke zaken.” 

Shulamith: „Sinds Jan Maarten een eigen bedrijf heeft zit hij elke avond achter de laptop.” Foto David Galjaard

Nachtterrorist

Shulamith: „De dag begint helaas heel vroeg. Ben wordt vaak om vijf uur wakker en dan gaat de sirene aan. De nachtterrorist, zo noem ik hem. Dan ga ik er meestal snel heen, anders schrikt Selah ook wakker.”

Jan Maarten: „Dan zit je met twee wakkere kleine kinderen ’s nachts.”

Shulamith: „Meestal geef ik hem een fles, een knuffeltje, een speentje. Soms gaat hij nog even slapen, soms begint hij weer om zes uur. Tussen vijf en zeven is het altijd gedoe.”

Jan Maarten: „Maar ik wil er wel bij zeggen: hij is de allervrolijkste baby die ik ooit heb gezien. Hij lacht de hele dag.”

Shulamith: „Tussen half acht en acht trek ik Jan Maarten uit bed.”

Jan Maarten: „Nee hoor, ik sta meteen op als jij zegt dat we moeten gaan beginnen. Dan loop ik als een halve zombie rond. Even oriënteren.”

Shulamith: „Ik kleed de kinderen aan en zoek de spullen bij elkaar. Jan Maarten doet het ontbijt.”

Jan Maarten: „Havermoutpap.” 

Shulamith: „En dan ga ik langzaamaan weg. Dat is best een beetje wennen. Ik ben net bij ABN Amro begonnen, als senior legal counsel. Ik houd me bezig met grote geschillen en rechtszaken voor de bank. Hiervoor was ik negen jaar advocaat op de Zuidas. Na mijn zwangerschapsverlof besloot ik niet terug te keren, toen heb ik een paar maanden sabbatical genomen, met baby.”

Jan Maarten: „Ik ben heel blij dat Shulamith weer werkt.”

Shulamith: „Jij vond mij ook niet een hele leuke huisvrouw of wel?”

Jan Maarten: „Omdat je daarvoor te ambitieus bent.”

Shulamith: „Ik werd een ambitieuze huisvrouw, dat is het! Ik ging ineens gordijnen wassen, ramen lappen. Er is geen stukje stof ongewassen in dit huis.”

Jan Maarten: „Het was alsof de stofzuiger me aankeek: laat me nou eens in de kast.”

Shulamith: „Als huisvrouw lag mijn focus op te veel onbelangrijke zaken. Nu boeit het me allemaal wat minder. Dan is het maar niet perfect.”

Dj Willem-Alexander

Jan Maarten: „Onze zoon Ben was een paar maanden oud en toen werd ik gebeld door de Rijksvoorlichtingsdienst: ‘Er is een handelsmissie in Amerika met de Koning en de Koningin, kunnen jullie met The School of House een programma doen? Het is wel over drie weken.’ Toen moest ik ineens twee keer vijf dagen naar Chicago. Het was een fantastische klus. Willem-Alexander en Maxima zijn een superaardig koppel. We deden eerst een masterclass met kopstukken uit de Amerikaanse housegeschiedenis. Ik was nog bezig met mijn speech of Willem Alexander kwam het podium al op. ‘Wat moet ik doen?’ Hij pakte zo die koptelefoon, zo enthousiast was hij.”

Shulamith: „Ik kon niet mee, dat was jammer. Het ging nog niet met Ben.”

Jan Maarten: „In Chicago heb ik gemerkt dat we het thuis wel echt samen doen. Een week voordat ik ging heb ik allemaal lasagnes, soepen en pasta’s gemaakt. Als ik in het buitenland ben, hebben we telefoongesprekken als: ‘Hoe lang moeten die aardappels nou?’”

Shulamith: „Ik probeer een beetje te koken, ook voor de kinderen, maar meestal is het niet zo lekker. Dan eten we ineens allemaal zoete aardappelhapjes, net als baby Ben.”

Jan Maarten: „Je kunt best koken, je bent het niet meer gewend.”

Shulamith: „Het is een ontwikkelpunt. Maar ik wil het wel weer leren, ook omdat Jan Maarten nu twee dagen lesgeeft.”

Jan Maarten: „Nu kook ik voor die avonden al op zondag, dat vries ik in.”

Shulamith: „Sinds Jan Maarten een eigen bedrijf heeft zit hij elke avond achter de laptop.”

Jan Maarten: „Ja dat is niet goed. Ik heb eigenlijk drie start-ups: The School of House, Selah en Ben. Ze hebben alle drie heel veel liefde, energie en aandacht nodig.”

Shulamith: „In het weekend doen we wel altijd iets met zijn vieren. Dan gaan we naar de zee of naar het bos. Of naar de Kinderparade.”

Mannetjes pakken

Shulamith: „We werken allebei vier kantoordagen. Rond zes uur ben ik thuis. Jan Maarten kort daarna.”

Jan Maarten: „Ik ben in een kwartier thuis.”

Shulamith: „Een half uur, toch?”

Jan Maarten: „Ik heb een hele degelijke herenfiets, maar die gaat echt snoeihard. Ik fiets altijd in de zwaarste versnelling.”

Shulamith: „Dat vind ik wel gevaarlijk! Je kan toch geschept worden?”

Jan Maarten: „Ik houd van fietsen door de stad. Ik neem ook vaak andere routes. Als het mooi weer is, fiets ik vaak langs het water. Vaak kom ik bezweet thuis. Ik fiets het echt in een kwartier.”

Shulamith: „Een kwartier! Kom op zeg, naar station Sloterdijk!”

Jan Maarten: „Ik fiets iedereen voorbij, dat is wel leuk. Ik wilde vroeger altijd racefietsen, zodat je mannetjes pakt, net als in een bergetappe. Ik blijf ook altijd achter iemand fietsen in de stad die ook hard gaat. Dan kom ik in zijn wiel en ga ik hem voorbij. En dan naar de volgende. Het is een spel.”

    • Rolinde Hoorntje