Niemand weet wat Joost bezielde. Dus vraag het je niet af

Wat doet zelfdoding met de nabestaanden? Hadden ze iets kunnen doen? De redactie vroeg het aan Bram Bakker, psychiater en vriend van Joost Zwagerman. „Je kunt jezelf allerlei vragen stellen, maar dat heeft geen enkele zin.”

illustratie hajo

Nog geen twee maanden geleden overleed dichter Rogi Wieg, door middel van euthanasie. Het was een opmerkelijke doodsoorzaak voor iemand die bekend was met ernstige depressieve episoden, maar ook wonderbaarlijk goede perioden. Zonder te twijfelen aan zijn lijden waren er mensen in Wiegs omgeving die niet overtuigd waren van het uitzichtloze karakter daarvan en/of het ongeneeslijk zijn. Onder de twijfelaars waren zijn oude vriend Joost Zwagerman en schrijver dezes.

Via Rogi leerde ik rond 2003 ook Joost kennen, een man die een leven leidde dat vele overeenkomsten met dat van mij vertoonde. We waren even oud, in dezelfde tijd als provincialen in Amsterdam beland en we woonden in die jaren in hetzelfde reservaat, Amsterdam-Zuid. Onze kinderen bezochten dezelfde school, we publiceerden bij dezelfde uitgever, en we hadden een wonderlijke vriend, die het ene moment publiekelijk aankondigde dat hij er een eind aan ging maken om een tijd later uit te leggen dat het weer heel goed met hem ging. En dat hij nu echt de liefde van zijn leven had ontmoet. Rogi belde soms laat in de avond bij Joost aan, en als die niet thuis was vervolgens bij mij, of omgekeerd. We moesten vaak om hem lachen, het waren relatief onbekommerde jaren.

Vanuit mijn vak had ik een grote interesse ontwikkeld voor zelfmoord. Bij Zwagerman had de fascinatie een veel persoonlijker reden: zijn vader overleefde aan het einde van de vorige eeuw ternauwernood een suïcidepoging. En zijn vriend Rogi was er doorlopend mee bezig.

Wieg publiceerde in 2003 een autobiografische roman over zijn depressie, Kameraad Scheermes, en Joost en ik schreven in de jaren daarna ieder een boek dat zich richtte op de nabestaanden van zelfmoordenaars. Wij hadden een diep gevoeld, maar nooit expliciet uitgesproken verbond als strijders tegen zelfmoord. We wilden meer begrip, meer aandacht, betere behandelingen. En waar het kon, wezen we op al die bekende en onbekende mensen die iemand hadden verloren ‘door eigen hand’, zoals Joost zijn boek prachtig betitelde.

Het is inmiddels algemeen bekend dat Zwagerman, net als Wieg, zelf steeds vaker ten prooi viel aan depressies. Van een onderwerp waar hij heel veel interesse in had, verwerd het tot een onwelkom deel van zijn eigen leven.

Wie weet waarom Zwagerman ten prooi viel aan depressies mag het zeggen. Kijk je droog naar de risicofactoren, dan had hij er vele, variërend van erfelijke aanleg tot leeftijd en geslacht. Maar Joost was daarnaast ook een levensgenieter, iemand die intens was betrokken in alles wat hij deed. Een trouwe vriend, een lieve partner en een zeer toegewijde vader. In de ogen van velen had hij alles wat je kunt begeren. Maar ook die monsterachtige ziekte, die hem greep op een moment dat niemand het verwachtte. En waarom? Dat zal ook nooit iemand weten.

Betrouwbaar onderzoek naar de oorzaken van zelfmoord is onmogelijk, omdat de mensen die je de informatie zouden moeten leveren er niet meer zijn. En mensen die een mislukte poging ondernemen zijn niet vergelijkbaar.

Als je iemand verliest door kanker, is dat een hard gelag, maar het is ook een realiteit die onontkoombaar is. Suïcide laat de nabestaanden achter met onbeantwoordbare vragen als: „Wat had ik kunnen doen om dit te voorkomen?” en „Was mijn liefde dan niet genoeg waard?”

Het zijn begrijpelijke vragen, maar het heeft geen enkele zin ze te stellen. Niet omdat het antwoord er niet toe zou doen, maar omdat iemand die zichzelf het leven beneemt vermoedelijk niet over zijn of haar volle verstandelijke vermogens beschikt op het moment van de zelfmoord.

Joost Zwagerman had bij zijn volle verstand nooit gedaan wat Joost heeft gedaan. Nog in zijn laatste interview met hoofdredacteur Tom Kellerhuis van HP/De Tijd, vlak voor zijn dood, benadrukte hij dat zelfmoord voor hem taboe was. En vlak daarna wordt hij gegrepen door een gruwelijke ziekte, die hem deze belofte deed vergeten.

„Depressie is een verwoesting in het hart en het brein” hoorde ik Joost in een oud fragment zeggen. Dat de schade ook bij hem zo groot zou worden, vermoedde hij op het moment van die uitspraak waarschijnlijk niet. Dat de dood van Rogi een enorme emotionele impact op Joost heeft gehad, zal iedereen begrijpen. Het is alles behalve de allesomvattende verklaring voor de zelfmoord van Zwagerman, maar het heeft zeker meegespeeld. De dood van Wieg verkleinde de afstand tussen Joost en een zelfgekozen dood.

De vraag die me de afgelopen dagen heeft beziggehouden is hoe het nu verder moet, met de aandacht voor de verschrikkelijke gevolgen van een zelfdoding. Rogi heeft zich laten afkeuren voor deze strijd, Joost is geveld door de kwaal waar hij met hart en ziel tegen streed. Opgeven is geen optie, zei Joost tegen Rogi, die ook wilde dat hij dat bleef herhalen. Ik mis ze intens, mijn makkers, maar er is nog zo veel te doen.

Familieleden en vrienden van mensen met kanker rijden een berg op om geld in te zamelen voor onderzoek naar de ziekte, betrokkenen van ALS-patiënten zwemmen door de gracht om financiële middelen te vergaren om die ziekte te bestrijden.

Wat doen we met een veel voorkomende psychiatrische ziekte die jaarlijks duizenden mensen het leven kost? Nog veel te weinig.

In de geest van Rogi en Joost moet er iets komen dat depressie meer bekendheid geeft. Dat het gesprek over deze verschrikkelijke ziekte vergemakkelijkt en de schaamte die er ten onrechte heerst helpt verminderen. Dat hebben mijn makkers wel verdiend, lijkt me.

Op maandag 25 januari 2016, Blue Monday, zal het eerste Depressiegala plaatsvinden. Ter nagedachtenis aan Joost, Rogi en al die andere mensen die de strijd tegen hun depressie niet hebben weten te winnen. En ook om de psychiatrie verder te emanciperen, iets waar mijn beide vrienden al zo’n belangrijke bijdrage aan hebben geleverd.

    • Bram Bakker