Column

Geen gelukkige timing

Het leven van Shiraz Ali (45) , een Koerdische Irakees die begin dit jaar een nachtje bij ons logeerde en die vorige maand met de mededeling dat hij ‘ongewenst’ was op het vliegtuig naar Sulaymaniyah werd gezet begon kafkaëske trekken te vertonen.

Hij had de hielen nog niet gelicht of de sfeer in het land waar ze hem jaren van het kastje naar de muur en in een depressie hadden gestuurd was omgeslagen.

De berichten over ‘welkom-winkels’ in opvangscentra, spontane inzamelingsacties onder de bevolking en het aantal mensen dat bereid was om belangeloos een vluchteling in huis te nemen hadden ook Irak bereikt.

Was dit echt hetzelfde land waar de stichting ASKV/Steunpunt Vluchteling in het kader van ‘de nacht van de vervanging’ voor een nachtje onderdak dusdanig met hem had moeten leuren dat ze zelfs bij ons waren uitgekomen?

Hoe kwam het dat iedere grote beslissing die hij nam achteraf de verkeerde beslissing bleek te zijn?

Op dat soort vragen had ik natuurlijk geen antwoord, behalve dan dat hij ‘geen gelukkige timing’ had.

Zelf had ik de golf van compassie die als een warme deken boven het land hing ook niet zien aankomen.

Zelf zei hij: „Ik heb de geluk niet aan de broek hangen.”

Hij woonde inmiddels in een kamer in het huis van zijn zus. De dagen vulde hij met het roken van sigaretten.

Net als iedereen in Irak zocht hij naar werk. Ze beschouwden hem als een loser omdat hij was teruggekeerd uit Europa, precies op het moment dat veel mensen uit Sulaymaniyah het omgekeerde hadden besloten. Ze wilden en gingen weg.

‘This is the moment!’, zeiden ze tegen elkaar, een zin die hij kende van het gelijknamige lied van René Froger.

Hij wilde ze wel vertellen over de procedures, Ter Apel en de IND, maar aan een dergelijke tegengeluid bestond duidelijk geen behoefte. Er kwamen familieleden op bezoek, sommige gezichten herkende hij niet eens meer, die afscheid kwamen nemen. Of hij misschien euro’s over had voor een magnetron, of voor een tafel met vier bijbehorende stoelen?

Ze gingen eerst naar Turkije.

Misschien dat ze daar, net als hij als 26-jarige had gedaan, in het laadruim van een vrachtwagen kropen.

Hij wenste ze meer geluk dan hij had gehad en wist niet of hij ze Nederland als bestemming moest aanbevelen.

Niet dat het uitmaakte wat hij zei, er werd sowieso niet naar hem geluisterd. Dat was een van de weinige overeenkomsten tussen Amsterdam en Sulaymaniyah.