Liefde is goed voor de economie

Op een klipper bespraken economen en theologen deze week het verband tussen economie, liefde en geluk. Als iedereen zich inzet voor het algemeen belang is dat een vorm van liefde. En dan knapt de economie ook op.

Illustratie studio NRC

Wat een mooi schip is het, de klipper Stad Amsterdam. Het ligt aan de kade in IJmuiden, te wachten op de gasten, de zeilen met slechts zeilbandjes vast – zou er gezeild gaan worden? Maar nee. De economen en theologen die hier bijeen zijn, zijn gekleed in ‘tenue de ville’, nette pakken, geen zeilpakken. Ze noemen het alleen geen tenue de ville maar ‘smart casual’. Zoals ook de klipper ‘clipper’ heet. Zoals, naar zal blijken, heel weinig dingen een Nederlandse naam hebben. Economen spreken van boardrooms en leverages, benchmarks en commons en theologen zeggen dat hun onderwerp is ‘From happiness to flourishing’ in plaats van ‘Van geluk tot bloei’ of beter nog ‘Van geluk tot welzijn’.

De economen en theologen die afgelopen maandag en dinsdag zo’n 24 uur bijeen waren op dit schip, zijn daar in het kader van iets dat ze ERGO noemen, Grieks voor werk, maar ook de afkorting van Economie, Religie, Governance & Organisatie. Kortom, een verbinding tussen economie en geestelijke en maatschappelijke waarden. Daar gaan ze, nu al voor het derde jaar, met elkaar over praten, benedendeks, terwijl bovendeks de jufferblokken van polyamide oplichten in de zon.

Hoewel er veel universitaire medewerkers aanwezig zijn, zijn het niet louter theoretici hier aan boord. Veel van de aanwezigen zijn werkzaam in de financiële wereld, sommigen van hen hebben met hun neus op of zelfs in de crisis gezeten, en van heel dichtbij gezien wat er allemaal misging. En wat er weer mis kan gaan. Want de stemming onder de economen is over het algemeen nogal zorgelijk.

Het onderwerp voor deze dagen is liefde en geluk. Dat wel.

Voor de theologen is dat bekend terrein want in hun vak draait er nogal veel om het begrip liefde. En dan is liefde niet zoiets als ‘ik wil altijd bij jou blijven’ maar liefde voor de naaste, voor de maatschappij, de gemeenschap en, eventueel, tot God. De liefde die in het Grieks ‘agape’ heet, een woord dat in christelijke kringen veelvuldig gebruikt wordt, maar dat economen wat minder vaak in de mond nemen. Een enkele aanwezige begint op dag twee dan ook te morren dat het woord ‘liefde’ wat hem betreft niet zo op zijn plaats is hier.

Die heeft de alomvattende betekenis van agape nog niet voldoende doorgrond.

Relaties en vertrouwen

Wat betekent die liefde dan voor economie?

Een woord dat veel genoemd wordt is ‘vertrouwen’. En ook gaat het heel veel over ‘relaties’. De relatie van de klant tot het bedrijf, de relaties van werknemers tot het bedrijf en vice versa, de relaties tussen het bedrijf en de wereld. Dat zouden allemaal relaties moeten zijn van verantwoordelijkheid en vertrouwen.

Maar de praktijk is wel anders, zoals we allemaal weten. Piero Overmars, lid van de raad van bestuur van ABN Amro ten tijde van de crisis, doet een voorstel om de beslissingen in de directiekamer ethischer te maken door gebruik te maken van de zeven deugden van de klassieke deugdenethiek (hoop, geloof, liefde, rechtvaardigheid, moed, matigheid, voorzichtigheid). Als ze daar destijds steeds hadden gedacht: van welk groter geheel maak ik deel uit, en hun antwoord zou niet alleen geweest zijn ‘van ABN Amro’ maar ‘van de maatschappij’, dan zouden sommige beslissingen ten aanzien van risicovolle en ingewikkelde financiële producten wel eens heel anders hebben kunnen uitvallen, betoogt hij.

Nogal logisch, zegt een ervaren bestuurder tegen een van de initiatiefnemers van dit alles, Frits Goldschmeding van Randstad Holding, die het symposium bovendien mede mogelijk heeft gemaakt. Het is volgens hem heel simpel: draagt je beslissing bij tot het systeem waar je deel van uitmaakt of doet die daar afbreuk aan? Als het laatste het geval is, schaad je uiteindelijk ook jezelf.

Als principe is dat simpel genoeg. Maar in het groot is niet steeds duidelijk hoe het toegepast moet worden, aangezien wat ‘bijdraagt tot het systeem’ voor verschillende interpretaties vatbaar is.

Financiële fragiliteit

Macro-econoom Bas Jacobs houdt een gloedvol betoog over de angstaanjagende financiële fragiliteit die het huidige beleid tot gevolg heeft. Nog nooit, zegt hij, hebben banken met zo weinig eigen kapitaal kunnen bankieren als nu. Ze zouden geen drie of vier procent maar wel dertig procent eigen geld moeten hebben. Als je de kat op het spek bindt, kun je verwachten dat die kat daarvan eet. Wat je moet doen is het spek weghalen, zegt hij. Maar politici zijn angstig en geïntimideerd door de financiële wereld, en, ten onrechte naar zijn stellige overtuiging, geheel gericht op overheidsbezuinigingen. Ook in de journalistiek klinkt bij elke tegenvaller volautomatisch de vraag: en welke bezuinigingen gaan we doorvoeren om dit probleem op te lossen?

We moeten niet bezuinigen, zegt Jacobs, en we moeten ook de Grieken niet eindeloos laten bezuinigen. Er is, zegt hij, geen enkele reden om crediteuren als moreel hoogstaander te beschouwen dan debiteuren, noch om hun belangen altijd over die van de debiteuren te laten prevaleren. Ook crediteuren kunnen heel onverantwoordelijk zijn, en zijn dat ook geweest.

Het is of wij die Grieken hun eigen kuil laten graven, zegt hij, en over de rand af en toe naar beneden roepen: blijven graven jongens! Ze zullen er zo nooit uitkomen.

En dat, zegt Jacobs, en nu spreekt hij ‘als mens’ en niet ‘als econoom’ (het blijven twee verschillende diersoorten) is levensgevaarlijk. Denk aan de onrechtvaardige vrede van Versailles in 1919. Het gevolg was de Tweede Wereldoorlog. Het is dus ook ons eigen belang om anders te handelen.

Maar als voor dat eigenbelang eerst enige opoffering of noem het ‘agape’ nodig is, geeft de mens niet altijd thuis. Econoom Eric van Damme laat onderzoeksresultaten zien waaruit blijkt dat 47 procent van de mensen liever houdt wat ze heeft dan door iets te geven uiteindelijk meer te krijgen. 48 procent wacht eerst af of de anderen iets weggeven. Waarmee het belang van inspirerend, noem het ‘liefdevol’ leiderschap meteen wordt geïllustreerd.

Een frappant voorbeeld daarvan geeft een van de weinige vrouwen aan boord (ongeveer driekwart van de aanwezigen is man), Herna Verhagen, CEO bij PostNL. Zij vertelt wat ze heeft gedaan om het in crisis verkerende bedrijf met ongelukkige werknemers, beladen met schulden, ruziënd met de overheid er weer bovenop te krijgen. Voor haar beleid kun je gerust het woord agape gebruiken, al is ze harde maatregelen zeker niet uit de weg gegaan. Ze heeft, zegt ze, vooral geluisterd naar wat de werknemers zelf te zeggen hadden over hun werk. Ze heeft geherstructureerd. Ze heeft een programma opgezet om ontslagen werknemers ander werk te bezorgen. Vier jaar na haar aantreden is iedereen een stuk gelukkiger en het bedrijf een stuk gezonder.

Dagvoorzitter Jan Peter Balkenende vertelt hoe ze vroeger vanuit de kerk met de ‘basisgemeente’ het bos in gingen waar ze hand in hand in een kring stonden, de handen hieven en dan luid ‘agape!’ riepen. Als wij dat nou eens hier aan dek zouden doen, grapt hij. Dan zou de wereld nog eens opkijken.