Kijken: vluchtelingen lopen van Hongarije naar Oostenrijk

Nadat hun barre tocht door tal van Europese landen was gestrand in Boedapest waren de vluchtelingen het zat. Ze gingen wel naar Oostenrijk lopen. Journalist John Domokos volgde de groep op hun voettocht naar een beter leven. Bekijk hier de video.

Nadat hun barre tocht door tal van Europese landen was gestrand in de Hongaarse hoofdstad Boedapest waren de vluchtelingen het zat. Ze gingen wel naar Oostenrijk lopen. The Guardian-journalist John Domokos volgde de groep op hun voettocht naar een beter leven.

Op een groot plein in Boedapest legt een familie uit dat het niet langer zo door kan gaan. Al dagen zitten ze in Hongarije vast en ze vrezen de autoriteiten. Ze hebben geen vertrouwen in de overheid, bussen of treinen, omdat ze bang zijn dat die hen naar vluchtelingenkampen brengen. En ze willen niet naar een kamp, ze willen naar het noorden, naar Duitsland en Scandinavië.

‘We lopen’

Met de Burger King op de achtergrond geeft een van de vluchtelingen aan dat ze de tocht van 180 kilometer naar de Oostenrijkse grens dan wel te voet zullen afleggen. Verhalen over hoe lang dit wel niet gaat duren en welke problemen dit kan opleveren, kunnen hen niet van de wijs brengen. Mahmoud, een elektricien uit de Syrische hoofdstad Damascus die zijn been verloor bij een bomaanval, legt de tocht af op krukken. Opgewekt zegt hij:

“We gaan naar Oostenrijk, lopend. Hoe lang het duurt? Geen idee. Maar we gaan lopend.”

En zo trekken ze met een enorme stoet richting Oostenrijk, langs de snelweg. Onderweg rusten de mensen even en drukken hun opgezwollen en pijnlijke voeten tegen de koele vangrails aan. Maar er wordt vooral stevig doorgewandeld. Een van de vluchtelingen krijgt een lift aangeboden van een Hongaarse passant. Hij weigert:

“Dit zijn mijn mensen en ik zal lopen met hen. Wat met hen zal gebeuren, zal met mij gebeuren.”

Slapen, maar dan…

Na een dag vrijwel onafgebroken lopen moet de groep ergens slapen. Ze besluiten in het gras naast de snelweg, onder de open lucht te slapen. Domokos vraagt een gezin of hij de nacht met hen mag doorbrengen. De vader gaat akkoord en zegt grappend: “welke kamer wil je?”

Tot overmaat van ramp begint het dan ineens te plenzen. Maar dan komt er goed nieuws. De Hongaarse overheid heeft bussen gestuurd om de vluchtelingen naar de grens te vervoeren. Wantrouwig sturen ze eerst één persoon met een bus mee om te kijken of hij toch niet stiekem naar een kamp wordt gebracht. Als de man belt om te zeggen dat hij veilig in Oostenrijk is aangekomen, vallen de vluchtelingen elkaar in de armen en stappen in de bus. Een Syriër zegt:

“Ik ben erg gelukkig. De hele wereld kan ons nu zien. Niemand kan ons meer oplichten.”

Dreiging

Later, in het Duitse München, worden ze met daverend applaus ontvangen door een groep Duitsers. In de trein, vlak voor de lange reis ten einde is, vraagt Domokos aan een vluchteling wat hij zou willen zeggen tegen Europeanen die zich bedreigd voelen door de grote vluchtelingen stroom. Hij antwoordt:

“Er is geen verschil tussen ons. Dus vrees ons niet. Wij zijn mensen, net als jullie”