Juristerij maakt mensen maar zelden blij

Hebben de mensen eigenlijk wel zin in regels? Ik vroeg het me onlangs af, toen ik dacht een kennis prima te hebben geholpen. Iedere jurist kent het fenomeen. Vrienden met kwesties, die willen weten ‘hoe het zit’. Dus daar ga je, welgemoed het gladde ijs op. De feiten op een rijtje zetten, het juridisch kader erbij, even toetsen en dan antwoord geven. Meestal te lang.

Per reply een koude douche. Wat maken ‘jullie juristen’ het toch altijd moeilijk, ‘met je regeltjes’. Dit gáát helemaal niet over geld - moet het nou echt zó formeel? Verder alles goed met je?

Gekwetst was ik. Ik was er weer in getrapt; het idee dat juristerij de mensen blij maakt en jij mee in hun achting stijgt. Dat ìk het nou toevallig leuk vindt, dat schaken met woorden, het toetsen aan maatstaven, bij de feiten de juridische concepten en strategie zoeken. En dan debatteren, liefst met een andere scherpslijper! Geweldig. Argumenteren, lijn vasthouden, vooruitlopen op tegendruk, citeren, concluderen. Maar nee dus. Regeltjes. Bah.

Deze zomer publiceerde de Haagse denktank HiiL een manifest van 24 topmensen met zes suggesties voor een betere toegang tot het recht. De analyse herkende ik meteen. Eén is de verslaving aan het ‘toernooimodel’. Iedere kwestie past vanzelf in de matrix van eis en wedereis, argument en contra-argument. Het procesrecht als sjabloon. Dat is dus duur, niet altijd geschikt of productief. Stel een vraag aan een jurist en het knokken begint meteen.

Van een iets hoger abstractieniveau: „Veel mensen hebben geen idee waar ze staan”. En dat is dus nàdat ze door een jurist zijn ‘geholpen’. Juristen maken graag overal maatwerk van, geholpen door de almaar ingewikkelder wetgeving. Alimentatie, erfrecht, ontslag - burgers kunnen er geen staat meer op maken. „Waar de rechtsbedeling zo complex is, worden mensen makkelijk speelbal van hun eigen bange vermoedens of van andermans bluf.” Prachtig zinnetje. Als de regels voor de meest voorkomende problemen eenvoudiger zouden zijn, werkt het recht doelmatiger. Het is een open deur, maar wel waar.

De juridische dienstverlening is eveneens toegesneden op duur individueel advies. Nieuwe technologie die de markt voor de burger verruimt en dus voor de advocaat verstoort, is zeldzaam. Nieuwe initiatieven worden niet echt omarmd. Zie de kwestie rechtszaakplaats.nl, een platform waar advocaten tegen betaling kunnen werven om zaken die burgers aanbieden. Strookt dit wel met het provisieverbod in de advocatuur is nu de vraag die de Orde zich stelt. Vast niet, vermoed ik. Toch zijn ze er wel, de juridische webondernemers. Zie ictrecht.nl of legalloyd.nl Dat zijn juridische wasstraten waar je contracten, sommatiebrieven, bezwaarschriften of ander gereedschap kan downloaden. Los, voor een paar tientjes tot een paar honderd euro of als abonnee. Of legalmatters.com „Onbeperkt bellen met je eigen jurist voor €45”, per maand. Een hele zaak afdoen is er €1497 ex BTW in één keer.

Dit spreekt me meer aan dan de rituele dans rond de zeven rechtbanken die zouden worden uitgekleed. Feitelijk houden ze driekwart van hun zaken en verhuizen vooral de griffies. De gemiddelde burger moet hooguit één keer in z’n leven naar de rechter, zo heb ik altijd begrepen. En dat betreft vast niet de grotere straf- of handelszaken die nu worden geconcentreerd. Toch vallen er grote woorden over toegang, draagvlak, kwaliteit en vertrouwen. Die zouden in Lelystad en Zutphen verloren gaan als daar geen ‘volwaardige’ rechtbanken meer staan. Zou het echt? Ik lees even verder in het Hill advies. „De discussie over de werking en toegankelijkheid van het rechtsysteem schiet voortdurend in dezelfde groef van bezuiniging tegenover minimale rechtstatelijke waarborgen.” Zij menen dat het systeem „volkomen vastzit” en niemand in staat is iets nieuws te verzinnen.

Zo pessimistisch ben ik niet. Op loket.rechtspraak.nl is ook de digitale rechtspraak aan het ontluiken. Veel is het nog niet, maar afstand is over tien jaar dankzij digitale rechters geen issue meer.

    • Folkert Jensma