Jihad-zaak is nuttig showproces

Het is weer tijd voor een groot terrorismeproces. En gelukkig maar. Ons soort samenlevingen schiet terroristen immers niet af met drones, maar geeft ze een eerlijk proces. Dat is officieel nog steeds de hoeksteen van de Nederlandse democratische rechtsstaat en vooralsnog ook de basis van het Nederlandse contraterrorismebeleid. Geen war on terror, geen waterboarding, en geen unlawful combatants, maar een fatsoenlijk, strafrechtelijk proces met advocaten en een publieke tribune – die overigens de afgelopen dagen maar matig gevuld was.

Maar werkt het nu eigenlijk, zo’n ‘fair trial’ tegen terroristen? Dick Cheney, vice-president onder George W. Bush, dacht van niet. Na de aanslagen van ‘9/11’ wilde hij terroristen niet in het ‘homeland’ een podium bieden. „Terroristen willen er toch alleen een show van maken” Berechting op een eiland, liefst ver weg, zonder media en door militaire aanklagers – dat was volgens hem veel veiliger en rustiger.

Na de dood van Bin Laden in 2011 waren de autoriteiten opgelucht dat deze topterrorist het verdachtenbankje niet als preekstoel had kunnen uitbuiten. Daarom waren internationale commentatoren ook zo verbouwereerd toen de Noorse autoriteiten er in 2012 juist veel waarde aan hechten om Anders Breivik, de moordenaar van 77 jongeren, een eerlijk proces te geven. Zo eerlijk, dat rechtbankmedewerkers hem zelfs de hand schudden en hij redelijk wat ruimte kreeg om zijn perverse haatboodschap voor te lezen.

Tja, waarom doen we dit, terroristen een podium bieden? Uit die bezorgde vraag spreekt de angst dat terroristen hun campagne van geweld en terreur verbaal kunnen voortzetten. Dat ze er een show van kunnen maken. Opmerkelijk genoeg is die term ontleend aan een geschiedenis waarin een overheid zélf de show naar haar hand zette. ‘Showprocessen’, dat is de term die in de geschiedschrijving wordt gebruikt voor de processen tegen ‘afvallige’ leden van de communistische partij in de Sovjet-Unie in de jaren dertig. Die processen had niets meer te maken met een eerlijke rechtsgang, maar waren heel precies geënsceneerd. Waarom? Om voor het oog van de internationale gemeenschap en de eigen bevolking in het gewaad van het recht een demonstratie van partijmacht te geven. De aangeklaagden speelden het spel mee, murw gebeukt en gehersenspoeld.

Ook over het Haagse ronselproces werden deze week hier en daar twijfels geuit. Moest justitie nu wel zo hoog inzetten, met zoveel geld, tijd, manschappen en middelen? Had het OM met deze show niet te hoog gegrepen, en te veel ingezet op daadkracht en terreurbestrijding? Wat nu als de show als een nachtkaars uitgaat, en de rechter de verdachten wegens gebrek aan bewijs moet vrijspreken?

Terrorismeverdachten, advocaten, aanklagers, publiek en mogelijke slachtoffers houden verschillende versies van recht en onrecht tegen elkaar. Het publiek, politieke partijen, publicisten zitten er bovenop en vinden er ook van alles van. „Discriminatie” roept de achterban van de verdachten, „de vrijheid van meningsuiting is in het geding”, meent advocaat André Seebregts. „Volg #jihadzaak met zak chips en ice tea. Wat een poppenkast”, twitterde een verdachte uit een ander jihadismeonderzoek. ‘Tandeloze rechtspraak’, zullen anderen zeggen als er toch een (gedeeltelijke) vrijspraak volgt.

Ik benijd de rechter niet. Maar hij heeft wel een cruciale rol te spelen, die verder reikt dan de rechtsgang zelf. Uit de geschiedenis blijkt dat het bij terrorismeprocessen om veel meer gaat dan om waarheidsvinding en strafmaatbepaling. Tijdens zo’n proces ontvouwt zich dikwijls een schouwspel van conflicterende wereldbeelden, van visies op recht en gerechtigheid. In de rechtssociologie is daar al meer en meer aandacht voor. En overigens ook in een land als de Verenigde Staten zelf, daar dienden de aanklagers en rechters van de Guantanamo Bay-processen verplicht acteerlessen te volgen, om een zo’n goed mogelijke performance af te leveren.

Aldus voorbereid kan een terrorismeproces de vorm aannemen van een klassiek aristotelisch drama (met eenheid van tijd, plaats en handeling!). De waarheid wordt boven tafel gehaald, de verdachte bekent, vergelding uitgesproken en het publiek gelouterd. (Bijna) iedereen blij. Maar zo netjes loopt het meestal niet af. Het drama wordt een klucht, de waarheid komt niet boven tafel. Of de verdachte een zware terrorist is of een brallerige puber (of allebei) zullen we niet te weten komen.

Terrorismeprocessen zijn eigenlijk altijd showprocessen. Dat is ook helemaal niet erg. Als de performance maar is gericht op de rechtsstaat zelf. Dus gebaseerd op een gelijke toegang tot rechtsmiddelen, en geen afgetapte telefoongesprekken van advocaten. De overheid vecht met één arm op de rug, dat is behelpen. Toch dient de samenleving deze vorm van terrorismebestrijding te koesteren. Alsmede respect te hebben voor de rechter die die balans moet bewaken, die ervoor moet zorgen dat de terroristen de show niet stelen, maar ook moet garanderen dat de aanklagers zich aan het script houden en hun rol van waarheidsvinding blijven dienen. Dan kan een terrorismeproces maar één ding zijn: onze show van recht en gerechtigheid.