Indurain achterna

Chronospecialisten zijn mannen van adel. Jacques Anquetil, Felice Gimondi, Miguel Indurain, Erik Breukink… Altijd gesoigneerd. Schaars zijn scheve dwergen die in een grote ronde een tijdrit konden winnen. Tijdrijden is het epos van de eenling en dat zie je meteen aan het uiterlijk van de tempobeulen. De sokjes witter, de haren verzorgder, de shirtjes smetteloos. Watjes in de neus voor de start geven ook aan dat tijdrijden altijd een beetje ceremonieel is.

Rituelen.

Nederland is niet het land van chronohelden. We hebben er een paar gehad, maar de meerderheid legt zich toe op klassiekers, op sprint en klimwerk. Er wordt weinig geëxperimenteerd met de discipline. Nu Tom Dumoulin in deze Vuelta als een chronovreter van wereldformaat is opgestaan, kan dat veranderen. Zijn potentie was eerder al gekend, maar de machtsontplooiing waarmee hij in Burgos de rode leiderstrui invloog, was ongezien.

Als een kunstwerk zat hij op de fiets. Roerloos bijna, alsof aerodynamica voor hem alleen was uitgevonden. Niets dat nog schoof in de schouders. Anders dan Joaquim Rodríguez die als een trekzak over zijn fiets hing. Dumoulin bereikte de schoonheid van Miguel Indurain. Ook zo’n tempobeul waarin behalve benen niets bewoog, zelfs snot niet. De tijdrit in Burgos van de Maastrichtenaar mag met gouden lettertjes worden geschreven in de annalen van het Nederlandse cyclisme.

Zijn winst op de tweede in het klassement, Fabian Aru bedraagt luttele seconden. Een zenuwachtige draaikont gaat dan zo gek doen dat hij in de laatste cols van de Vuelta zichzelf voorbijrijdt. Vooral de voorlaatste etappe, deze zaterdag, is bijzonder verraderlijk. Dumoulin zal allicht aan het wiel van Aru plakken als een postzegel op een envelop. In het jargon heet dat wieltjeszuiger. Eigenlijk is Tom er het type niet voor: vrije jongen met landschappelijke feeling. Nog te verlegen om als zweetdief door rivalen te worden weggezet. Limburgse deemoed ook: een beetje geluk is al mooi.

Wonderlijker dan zijn superioriteit in het tijdrijden is het ontluiken van geheel onvermoed klimtalent. Ook hier past de vergelijking met Indurain. Voor deze Ronde van Spanje werd Dumoulin getaxeerd als een rouleur voor het middengebergte. Voor de steile flanken was hij iets te zwaar gebouwd. Subtop. Intussen weten we dat hij gezwind mee over cols van eerste categorie gaat terwijl hij niet uit lucifers is gemaakt zoals de klimgeiten Rodríguez, Quintana, Froome en andere hongerlijders van het gebergte. Tom Dumoulin zou nog steeds als kabelsjouwer de kost kunnen verdienen.

Er is iets mysterieus aan het Limburgse multitalent. Nee, niet dat hij als renner weleens aan de vuile snoep zou kunnen zitten. Het ongewone zit in zijn spectaculaire uitvouw tot rasklimmer. Dat Dumoulin klassiekers als de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik binnen zijn bereik had, wisten we. Kleinere etappewedstrijden zijn hem ook op zijn lijf geschreven. Maar een grote ronde winnen is nieuw en verrassend. Ook voor hem zelf. Zijn toekomstig rennersprofiel is nog een flou artistique, zei hij dezer dagen vanuit Spanje. Hij weet niet of hij wel exclusief rondrenner wil zijn. Drie weken labeur in soms helse omstandigheden zijn veel gevraagd voor reen jongen die is opgegroeid met meters vlaai als lijfstraf – zie zijn volle wangen.

Schattig voorbehoud.

Naïef ook. Als hij de Vuelta wint, valt hij helemaal in de klauwen van sponsors. Een winnaar van een grote ronde is voor de publiciteit goud waard. Tom Dumoulin zal vanaf nu gegijzeld worden voor Tour, Giro of Vuelta. Nee zeggen is geen optie meer. Als troost zullen de revenuen het jonkie voor de ogen duizelen.

    • Hugo Camps