In het spoor van de neushoorn

Het karkas van een gestroopte neushoorn in het Kruger National Park. Foto Gallo Images / Foto24 / Cornel van Heerden

De eigenaar van de porseleinwinkel in dit dorp aan de oever van de Rode Rivier ten oosten van de Vietnamese hoofdstad Hanoi weet weinig van Afrikaanse dieren. Hij heeft geen idee dat de huid waarin de wortel van de hoorn van een neushoorn ligt verscholen zo dik is, dat zelfs een AK-47 machinegeweer er soms niks tegen begint. Wie een neushoorn wil stropen heeft een geweer nodig van tenminste .375 kaliber en moet na het schot, meestal niet fataal, het beest met een slagersmes te lijf.

Meneer Cong zal de foto’s van het karkas van de neushoorn dat afgelopen dinsdag werd gevonden in Lower Sabie in het zuiden van het Zuid-Afrikaanse Krugerpark nooit te zien krijgen. Parkwachters telden tenminste veertig slagen van een hakbijl die de huid van het beest hadden verminkt: achter zijn oren, op en rond zijn buik en op zijn achillespezen. De neushoorn werd geveld als een boom. Hij was nog steeds in leven toen parkwachters hem vonden, enkele uren nadat hij van zijn hoorn was ontdaan. Aangevreten door hyena’s en aasgieren. Verblind. Piepend van het bloed in zijn longen. Zijn buik en zijn ogen vol met maden.

Meneer Cong verkoopt vazen en schalen, zoals bijna alle winkels in deze straat in Bat Trang, een dorp dat in Vietnam bekend staat om zijn porselein en keramiek. De vazen in zijn winkel zijn zo groot als volwassen mannen. Zijn populairste product ligt opgeslagen in het magazijn achter in de winkel. Uit een grote doos haalt zijn medewerker een schaal tevoorschijn waar op de zijkant met blauwe verf de contouren van een Afrikaanse neushoorn zijn geschilderd.

Een man in mouwloos hemd demonstreert het proces. Hij sluit een machine aan op de netstroom en een metalen schijf begint te draaien. De schaal zet hij op de metalen schijf. De hoorn wordt met een klem vastgezet, zodat de punt tegen de bodem van het bord schuurt en de hoorn verpoedert. Vermengd met water blijft een witte melksap over dat in Vietnam en andere delen van Azië als een wondermiddel geldt tegen tal van kwalen: kanker, impotentie, katers.

Meneer Cong schuift zijn tropenhelm naar zijn achterhoofd en rolt een stuk plastic uit over de tafel. Uit de laatste vouw komt een grijs blokje tevoorschijn. Niet veel groter dan het binnenste van zijn handpalm. Vier bij vier centimeter, anderhalve centimeter dik. De zijkant van het blokje laat nerven zien, als in een boomstronk. Onmiskenbaar: hoorn van een rinoceros op leeftijd.

„Uit Afrika”, zegt de eigenaar. „Dit is wat ik zelf gebruik, als ik teveel gedronken heb. Het helpt prima tegen de kater.” Prijs: 50 miljoen Vietnamese dong. 2000 euro, voor een minuscuul stukje hoorn. De straatwaarde van een kilo hoorn is in Hanoi inmiddels opgelopen tot 65000 euro, kostbaarder dan een kilo cocaïne, of goud.

Tussen deze winkel aan de rand van Hanoi en het karkas van de neushoorn in Lower Sabie liggen hemelsbreed 20.000 kilometer. Dat is de as van een gemondialiseerde handel die dit jaar opnieuw een recordaantal Zuid-Afrikaanse neushoorns het leven heeft gekost. Het Wereld Natuur Fonds rekende uit dat tussen het moment dat de neushoorn in Zuid-Afrika wordt geschoten en het moment dat de hoorn de zwarte markt in Vietnam bereikt soms minder dan 48 uur ligt. De handelsroute loopt van het Krugerpark, naar buurland Mozambique waarvandaan de hoorn per vliegtuig naar Azië wordt verscheept. Een alternatieve, langduriger route loopt van Mozambique over land naar Tanzania waar de hoorns in scheepscontainers de oceaan op worden gestuurd.

Hoe de Afrikaanse hoorn voor het eerst in Azië terecht kwam, blijft onderwerp van speculatie. Sommigen zeggen: het was toeval. De tien stadions die Zuid-Afrika in de aanloop van het Wereldkampioenschap Voetbal plotseling nodig had, werden grotendeels gebouwd met Vietnamees cement. „Door de week brachten de Vietnamese aannemers cement. In het weekend gingen ze op jacht’’, zegt de Vietnamese onderzoeksjournalist Do Doan Hoang. Hij raakte geïnteresseerd in het spoor van de neushoorn nadat zijn oom aan kanker overleed nadat hij zijn laatste vermogen besteedde aan gemalen neushoorn in de hoop op genezing. „Zijn laatste woorden op zijn sterfbed waren: ik geloof niet dat het werkt. Dit is erg gevaarlijk spul.’’

De Zuid-Afrikaanse journalist Julian Rademeyer legt in zijn boek Killing for profit de oorzaak bij een legende over een hoge communistische official in Vietnam bij wie in 2006 kanker werd geconstateerd. Nadat hij hoornpoeder had genomen herstelde hij volledig. Hoe het ook zij, de komst van de Vietnamezen naar Zuid-Afrika wordt weerspiegeld in de statistieken. In 2007, werden 13 neushoorns gedood in de wildparken van Zuid-Afrika. Acht jaar later is dat aantal verhonderdvoudigd. De handel versnelde nadat in het Cat Tien nationale Park, Zuid-Vietnam, de laatste Javaanse neushoorn, een vrouwtje tussen 15 en 25 jaar oud, werd gedood. Dat was in 2010.

„De neushoorn is in Vietnam een mythisch dier’’, zegt Scott Roberton in een geklimatiseerd kantoor in Hanoi. Roberton deed de afgelopen 15 jaar onderzoek naar de handel in wild. Hij werkt voor de natuurbeschermingsorganisatie Wildlife Conservation Society. Zijn vrouw is Vietnamees. Toen zijn zwager kanker kreeg, en de schoonfamilie van ziekenhuis naar ziekenhuis moest realiseerde hij zich pas hoe rotsvast het geloof in traditionele medicijnen is in Vietnam. „ De neushoorn eet medicinale planten. Zelfs zijn poep wordt hier aanbeden. Ook al kan iedere dokter je vertellen dat de hoorn nergens goed voor is, het is een kwestie van geloof.”

Achter zijn rug hangt een landkaart waarover met zwarte stift pijlen zijn getekend. Ze laten volgens Roberton zien waar de drie belangrijkste smokkelnetwerken in de regio opereren. De grens met Laos en de grens met China zijn vet gearceerd. „Wij denken dat Vietnam zowel afzetmarkt is als transitland voor de groeiende markt in China. We hebben nog geen idee hoe groot die handel is, maar ik ben er van overtuigd dat er nu smokkelnetwerken zijn die alleen nog aan China verkopen.”

Dikke tranen

Terug naar Zuid-Afrika. In het Krugerpark rijden huurauto’s vol toeristen stapvoets over de geasfalteerde paden door het park, in de hoop een glimp van een van de vijf grote dieren in Kruger op te vangen. Uit het zicht, op een terrein achter het Skukuza Rest Camp opent een agent het ijzeren hek waarachter arrestanten zijn opgesloten. Een van de mannen huilt dikke tranen, terwijl een familielid hem probeert te troosten. Vanochtend staan 20 mannen terecht die in de afgelopen week zijn opgepakt in het Krugerpark. De autoriteiten hebben een speciale rechtbank ingericht in Skukuza, in het hart van het Krugerpark. Alle verdachten die verschijnen, staan terecht voor medeplichtigheid aan stropen.

„We vechten hier een oorlog uit”, zegt aanklager Ansie Venter, die nu alleen nog stroperszaken behandelt. „Het Krugerpark zoals toeristen het zich voorstellen is voor mij nog slechts een jeugdherinnering. Als ik nu door het park rijd denk ik alleen maar aan de hoeveelheid stropersbendes die in de voorgaande nacht actief geweest zijn. Achter iedere boom zie ik nu een stroper. Het park heeft voor mij alle onschuld verloren.”

Het hoofd van de anti-stroperseenheid is Koos de Wet, 21 jaar agent. Hij schat dat op dit moment tenminste 4.000 stropers actief zijn in het Krugerpark, een gebied half zo groot als Nederland waarin een leger van stropers opereert. De bendes opereren meestal in groepen van drie. De verdachten zijn door de jaren heen jonger geworden. Deze week werd een jongen van zestien opgepakt. De oudere stropers, boven de dertig, zijn opgeklommen in de hiërarchie. Zij nemen nu de hoorns aan, betalen de stropers en zorgen dat de hoorns naar Mozambique gesmokkeld worden.

„Dit probleem groeit ons volledig boven het hoofd”, zegt Mbongeni Nonyane. Hij treedt op als advocaat van de verdachten. Velen komen uit Mozambique of uit de krottenwijken aan de rand van het Krugerpark. „Eigenlijk zijn zij evengoed slachtoffer”, zegt de raadsman. „Ik zie nooit Vietnamezen voor de rechter verschijnen. De grote jongens blijven buiten schot. De verdachten die ik verdedig zijn voetsoldaten. Ze worden gebruikt. Zij staan niet eens stil bij de risico’s die ze moeten nemen. Ze denken alleen maar aan het geld dat ze is beloofd.” Een stroper onderaan de ladder van deze wereldhandel kan 35.000 rand verdienen, iets meer dan 2.000 euro, een fractie van wat de hoorn in Hanoi oplevert. „Het lot van de neushoorn is niet hun zorg. Dat is de zorg van iemand die onderwijs genoten heeft. Zo zie ik dat”, zegt de advocaat.

Een van de verdachten is een man van 78. Hezekele noemt hij zichzelf. De plaatselijke bevolking kent hem als ‘de profeet’, als voorganger in een kleine kerk. Hij werd deze week gepakt met een geweer op schoot, achterin een terreinwagen vol met stropers. „Ze verdenken me van medeplichtigheid aan stropen. Maar ik vroeg die auto alleen maar om een lift”, zegt hij schuchter. „Er is hier weinig werk. Je kunt hier hooguit groenten verbouwen om te overleven.”

Bovendier

De neushoorn is voor natuurbeschermers in Zuid-Afrika meer dan een dier geworden, een ‘bovendier’. Meer dan 450 actiegroepen bemoeien zich met zijn lot. Automobilisten plakken rode hoorns op hun bumpers uit solidariteit. Politie en leger worden ingezet. De neushoorn is nu voor natuurbeschermers, wat aids was in het tijdperk van president Thabo Mbeki (1999-2008). Over andere kwalen wordt nauwelijks nog gesproken.

Het Zuid-Afrikaanse openbaar ministerie verhoogde onlangs de celstraffen voor stropers tot 30 jaar. Als een stroper wordt doodgeschoten door een parkwachter kunnen zijn kompanen worden aangeklaagd wegens moord, omdat ze de gevaren van stroperij hadden kunnen overzien voor ze aan hun klus begonnen. Advocaat Nonyane vraagt zich af of het helpt. „Ik werk sinds 2009 aan de bestrijding. Maar hoe meer we het probleem proberen te bestrijden, hoe erger het uit de hand loopt. Hoe harder de maatregelen, hoe hoger de prijs, hoe aantrekkelijker het wordt voor de mensen hier.” Aanklager Venter beaamt dat. „Ik denk dat de prijs omhoog gaat omdat het steeds moeilijker wordt om aan hoorn te komen, en dat komt door onze arrestaties. Het is een vicieuze cirkel. Maar wat kunnen we anders doen dan oppakken en aanklagen? We proberen de boodschap de wereld in te sturen dat het het niet waard is om naar hier te komen met een geweer en dan 30 jaar achter de tralies te verdwijnen.”

In de overtuiging dat het werkelijke probleem aan de andere kant van de wereld ligt, is de aandacht naar Vietnam verschoven. In Hanoi staan sinds kort manshoge billboards waarop wordt gewaarschuwd voor de gevolgen van de handel. „Neushoorn is geen medicijn”, staat op een bord voor het Luong Yen busstation. Een tekening maakt duidelijk dat de hoorn niet meer is dan een mensennagel. In Lãn Ong, de apothekersstraat in de oude Franse Wijk in Hanoi, zijn de verkopers zich zo bewust van de campagne dat ze geïrriteerd reageren als je er naar neushoorn vraagt. „Ga weg. Dat verkopen wij niet.”

Gedragsverandering

„We moeten Vietnamezen duidelijk maken dat het verkeerd is”, zegt Madelon Willemsen van de actiegroep TRAFFIC in haar kantoor in Hanoi. „Maar hoe krijg je gedragsverandering? En hoe meet je dat eigenlijk?” Volgens Willemsen is het succes van de Vietnamese economie de drijvende kracht achter de handel. Vietnam trad in 2007 toe tot de Wereldhandelsorganisatie. „Pas in de afgelopen tien jaar hoeven Vietnamezen zich geen zorgen meer te maken over voedsel. De economie is geopend naar de rest van de wereld. De bankrekeningen groeien en waar geef je al dat geld aan uit?”

Volgens schattingen van Traffic gebruikt slechts 4 procent van de Vietnamese bevolking het hoornpoeder. De neushoorn is een statusspeeltje voor de elite, een onbereikbare luxe voor het grootste deel van de bevolking.

Actiegroepen kiezen hun woorden zorgvuldig. De elite die ze proberen aan te spreken bestaat voor een deel uit het enorme ambtenarenapparaat van de communistische republiek. Maar NGO’s zijn voor hun vergunning ook afhankelijk van de goedkeuring van dezelfde staat.

In 2008 dook een video op van een medewerker van de Vietnamese ambassade in de Zuid-Afrikaanse hoofdstad Pretoria die een hoorn uit de achterbak van een auto pakt en met het pakket het ambassadegebouw binnenloopt. Sindsdien is de Vietnamese regering actiever in de bestrijding van de handel. In woord in ieder geval. De regering tekende een overeenkomst met Zuid-Afrika voor een gezamenlijke aanpak. De Vietnamese kranten reppen geregeld van in beslagname van hoorns en arrestatie. Het aantal veroordelingen is echter opvallend laag. Tussen 2008 en 2012 werden 90 verdachten gearresteerd maar slechts een verdachte ging daadwerkelijk naar de gevangenis. Hij werd zes maanden later weer vrijgelaten.

„Dat is waar je de corruptie onder lage ambtenaren ziet,” zegt Scott Roberton van de Wild Life Conservation Society. „Maar die corruptie gaat niet tot aan de top. Als een regering ergens voor gedragsverandering kan zorgen, dan is het hier. De Vietnamezen hebben ook duizenden jaren knalvuurwerk gebruikt, tot de regering dat in 1995 als gevaar voor de volksgezondheid bestempelde. Hetzelfde gebeurde met helmen: tot 2007 droeg niemand hier een helm. Nu iedereen. Dit is een land dat van boven naar beneden wordt geregeerd. Als je de regering aan je kant hebt, kun je resultaten boeken.’’

    • Bram Vermeulen