Ik wil de werkelijkheid even stopzetten

Terwijl zijn voorstelling ‘Even Geduld Aub!’ in reprise gaat, presenteert cabaretier en bioloog Jochem Myjer (38) een kinderboek, De Gorgels. „Dat ik helemaal gek ben van vogeltjes kan ik niet echt kwijt in mijn voorstellingen.”

Tekst Jessica van Geel Foto Kees van de Veen

Foto Kees van de Veen

Neotenie

„Kijk maar naar Godfried Bomans, Erik of het klein insectenboek. Herman van Veen, Alfred Jodocus Kwak. Youp van ’t Hek. Cabaretiers zijn uiterst geschikt om kinderboeken te schrijven omdat ze goed terug kunnen naar het kinderachtige. Eigenlijk is het een vorm van neotenie. Een biologenterm, dat je blijft hangen in je jeugd. Kinderen hebben een grote fantasie. Die verzinnen zittend in een kartonnen doos dat ze drie keer op en neer naar Texel varen. Ik deed dat. En in de fantasie zit de creativiteit. Niet dat het vanzelf gaat, want uiteindelijk heb ik meer dan drie jaar over De Gorgels gedaan. Het is een groot avonturenboek geworden en ik heb zeven keer een dik pakket ingeleverd dat telkens vol rode strepen terugkwam. Daarna heeft mijn redacteur het anoniem aan collega’s bij de uitgeverij laten lezen en die waren enthousiast. Daar ben ik nog het meest trots op: dat ze het op de tekst gaaf vonden, niet op mijn naam.”

Gorgels

„Het boek gaat over kleine wezentjes, Gorgels, die je beschermen als je slaapt. Ze helen de wondjes op je knie en vechten tegen Brutelaars. Als mijn kinderen niet konden slapen vertelde ik vaak over de Gorgels. Vijf en zes zijn ze nu – Melle en Limone. Maar nog meer dan dat verhaal wilde ik graag over de waddeneilanden schrijven. Een groot gedeelte van het boek speelt zich daar af. Ik heb biologie gestudeerd, en die biologiekant van mij, dat ik helemaal gek ben van vogeltjes, die kan ik niet echt kwijt in mijn voorstellingen.”

Batterij

„Vier jaar geleden is een tumor uit mijn nekwervel verwijderd en sindsdien ben ik fysiek niet meer wat ik geweest ben. Het zal ook niet beter worden, dit is wat het is. Ik heb de energie van een man van zestig. Ik heb een uitstekend leven, dus niet dat ik klaag maar ik moet veel rusten. Als ik speel ziet mijn schema er zo uit: ik ga eerst zwemmen ’s ochtends vroeg, dan ontbijten, uurtje slapen, daarna hersteltraining om de verzuring uit mijn lichaam te halen, massage, slapen, eten, slapen en dan ’s avonds lekker optreden. Als ik dat stramien pak heb ik ontzettend veel lol in de voorstelling, maar ik moet me er wel strikt aan houden. Ik ben dan drie dagen weg om te spelen en daarna vier dagen thuis om uit te rusten. Het is moeilijk te accepteren dat als je elke dag sport, en je bent echt super, super fit, dat dan toch die batterij heel snel leeg gaat.”

Rechter

„Mijn vader was rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en mijn moeder orthopedagoog. Als ons iets vervelends was aangedaan op school kregen mijn twee zussen en ik te horen dat die ander dan misschien wel moeilijkheden had. Kijk altijd naar beide kanten, dat zit er bij ons ingestampt. Wat ik ook van thuis heb meegekregen is: als je iets doet, doe het dan goed. Zo hebben mijn ouders nooit moeilijk gedaan toen ik stopte met mijn studie biologie. Mijn vader had gezegd: als het cabaret in je zit, komt het er wel uit maar ga nu eerst studeren voor de vastigheid. Twee jaar later won ik het Groninger Studenten Cabaret Festival en stopte ik meteen met mijn studie, dat begrepen ze. Trouwens, mijn moeder heeft in een cabaretgroep gezeten. Ik heb het wel een beetje van haar. We zongen vaak samen achter de piano of ik speelde viool.”

Pleaser

„Als klein jongetje ging ik op vakantie naar Texel en dan deed ik niets anders dan de hele dag met een verrekijker door de duinen struinen en naar vogels zoeken. En dan afstrepen in boekjes. Ik was echt zo’n vogelaar, zo’n nerd. Ik werd ook wel gepest op school. Ik kon niet voetballen en mijn vader was rechter – de meeste andere ouders waren rijschoolleraar of kapster. Maar ik kon wel goed de leraar nadoen. Gekke stemmetjes maken. Geluidjes maken. Het is dus allemaal onzekerheid. Alle cabaretiers zijn super onzeker en schreeuwen het van zich af op het podium. Daarbij komt dat ik een extreme pleaser ben. Als je naar mijn show komt, wil ik dat je je twee uur lang niet druk maakt om je zieke moeder, je belastingaanslag of het nieuws. Dat is mijn engagement: ik wil mensen úit de werkelijkheid halen. Dat ze het juist allemaal even níet hoeven te voelen.”

Winnaareffect

„Ik ben vrij berekenend ingesteld. Ik wil altijd haalbare doelen stellen. Toen ik begon zei ik: als ik ooit in Bellevue kom, heb ik de top bereikt. Toen kwam ik in Bellevue en wilde ik naar de Kleine Komedie. Toen dacht ik, misschien ooit Carré. Het is geen voorzichtigheid, het is het winnaareffect. Dat is een boek van Ian Robertson en gaat over de vraag wat succes met iemand doet. Het goede is dat je er een bepaalde vorm van zekerheid van krijgt, het nadeel is dat je op een gegeven moment denkt dat alles goed is wat je maakt. Maar zo werkt het niet. Alles gaat met vallen en opstaan. Bij een voorstelling lopen er bij de eerste twintig try-outs altijd mensen weg omdat ze het zo slecht vinden.”

Marloes

„Ik ontmoette haar na een voorstelling en had haar nummer gevraagd. Ik had niet gebeld, ik was te druk en ik was een fladderaar. Ergens wist ik dat zij zo’n type was op wie ik heel erg verliefd kon worden, dat kon ik niet gebruiken. Toen stuurde zij mij een sms: 1. Ben je homo. 2. Ben je zo’n onzeker mannetje dat niet durft te sms’en of 3. ben je zo’n player dat je wel mijn telefoonnummer vraagt maar niet reageert? Nou, toen had ze me al. Haha. Drie maanden later woonden we samen en volgend jaar zijn we tien jaar bij elkaar. Marloes is mijn muze. Ze is creatief – creatiever dan ik – en ik spiegel alles wat ik doe aan haar. Ze was ook altijd zangeres, maar de situatie is veranderd. Ik kan niet alles meer, ik kan niet de kinderen overnemen in mijn eentje, niet lang in ieder geval. Dus ja, ze heeft wel drie stappen terug moeten doen, maar daardoor is de balans in het gezin heel goed.”

Toon en Paul

„Elk jaar kijk ik alle twintig shows van Toon Hermans terug. Dan zit ik er met mijn aantekenboekje bij naar te kijken. Puur om te leren. Ik praat ook met mensen als Paul van Vliet. Hij heeft me dingen geleerd die ik nooit zal vergeten. Zo vroeg ik hem: Moet ik mijn stijl veranderen? Hij zei: alle groten der aarde hebben altijd hetzelfde gedaan. Charles Aznavour. Elvis Presley. Maar, er zit een maar bij, zorg dat je bij elke voorstelling met twee dingen komt die mensen nog niet kennen. Dus een extra laag, een nieuw instrument. Dat is een gouden les.”

Snoekbaars

„Een paar weken terug heb ik meegedaan aan het NK Snoekbaarsvissen. Samen met mijn maat ben ik tweede geworden. Het is niet vissen met een dobbertje, hè. Het is een lijntje uitgooien met kunstaas en dan voelen of je beet hebt. Met kunstaas laat de vis weer zo los, dus je moet snel zijn. Je zoekt de vis. Je zit op een snelstromende rivier en je ziet allemaal olietankers voorbij komen en ergens aan de kant zitten die grote roofvissen. En als ik ergens speel dan gooi ik vlak voor het optreden wel eens een lijntje in de gracht. Dan zet ik de capuchon van mijn hoodie op en loop ik rond het water. Kijken of er iets zit. Vissen. Mooier dan Carré.”