Hij liet haar niet meer gaan

Mensen leven in paren, doordat mannen langer vruchtbaar zijn dan vrouwen. Mannen hebben belang bij een vaste partner.

Hoe meer mannen er zijn in verhouding tot vrouwen, hoe meer zij vasthouden aan één (of meerdere) partners. Foto Lauren Fleishman.

Waarom leven mensen, anders dan bijvoorbeeld chimpansees, in min of meer stabiele paren van man en vrouw (of: man en vrouwen)? Over het algemeen wordt die paarvorming evolutionair verklaard uit de voordelen van coöperatief ouderschap bij onze verre voorouders, die nog jaagden en verzamelden. Een jager, zo luidt de gangbare verklaring, kon nageslacht verwekken en zo zijn genen doorgeven in ruil voor een gestage aanvoer van voedsel voor zijn partner en hun beider kinderen.

De Amerikaanse antropologe Kristen Hawkes, hoogleraar aan de University of Utah, komt nu met een alternatieve verklaring. Die stabiele paarvorming , zegt zij, is geëvolueerd uit partnerbewaking (mate guarding). Dat gedrag leverde voordeel op voor mannen naarmate er meer mannen dan vrouwen in de vruchtbare leeftijd waren. Die scheve verhouding van vruchtbare mannen en vrouwen, zegt Hawkes, was weer het gevolg van de evolutie van grootmoederschap (PNAS online edition).

Het zou allemaal zijn begonnen met oma’s, vrouwen die tot lang na de menopauze doorleven terwijl hun dochters al kinderen hebben. Bij jagers en verzamelaars in Paraguay en Tanzania, ontdekte Kristen Hawkes in de jaren tachtig, nemen grootmoeders de zorg voor het eerste kleinkind over zodra hun dochter een tweede kind krijgt. Voor het kind dat niet langer borstvoeding krijgt, graven zij voedzame knollen op, iets wat de dreumes zelf nog niet kan. Zo krijgen oma’s meer nageslacht, want hun dochters kunnen op die manier sneller achter elkaar kinderen baren.

Die rol van grootmoeders – mogelijk maken dat hun dochters meer kinderen krijgen – verklaart volgens Hawkes dat vrouwen nog tientallen jaren na de overgang doorleven en dat mensen veel ouder worden dan andere primaten. Tot zo’n 2 miljoen jaar geleden zouden vrouwen van mensachtigen (Hominidae) zelden hun vruchtbare jaren hebben overleefd. Deze evolutionaire verklaring voor de lange levensduur van de mens, die Hawkes in 1996 publiceerde, is de boeken ingegaan als de ‘grootmoederhypothese’.

Hawkes liet het niet bij redeneren. Met de hulp van enkele demografen en wiskundigen deed zij in 2012 een computersimulatie. Die ondersteunde de grootmoederhypothese: zonder grootmoederzorg haalden gesimuleerde levenslopen een gemiddelde duur van die van grote apen (chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang-oetans): in de dertig, hooguit in de veertig. Mét grootmoederzorg bereikte de levensduur die van mensen, tot in de zeventig of tachtig.

Partnerbewaking door de man

Voor een goed begrip: het gaat hier over verlenging van de menselijke levensduur in prehistorische tijden, een proces dat zo’n 2 miljoen jaar geleden begon. Dat mensen de afgelopen eeuwen langer zijn gaan leven is te danken aan heel andere factoren: dalende zuigelingen- en kindersterfte door schoon drinkwater, rioleringen en andere openbare gezondheidsvoorzieningen.

Andere antropologen stellen dat vooral groei van de herseninhoud bij onze verre voorouders verantwoordelijk was voor een langere levensduur. Hawkes c.s. negeren in hun studie van 2012 herseninhoud als factor bij verlenging van de levensduur. Zij laten zien dat ook een zwak grootmoedereffect al leidt tot langere mensenlevens.

De grootmoederrol gaat nog verder, zegt Hawkes nu. Langer levende vrouwen hielpen hun dochters bij het krijgen van meer kinderen, jongens en meisjes, en dankzij oma’s genen leefden die ook langer. Op den duur groeide een scheve verhouding tussen vruchtbare mannen en vruchtbare vrouwen, want alleen mannen bleven tot hoge leeftijd vruchtbaar. Zo ontstond onder mannen competitie om relatief jonge, nog vruchtbare vrouwen. Volgens Hawkes wijkt dit patroon af van het paargedrag bij chimpansees; chimpmannetjes geven de voorkeur aan oudere vrouwtjes.

Omdat mannen gemiddeld steeds minder succes hadden bij het vinden van een nieuwe sekspartner, kregen ze er belang bij vast te houden aan een al verworven partner en te voorkomen dat andere mannen seks hadden met die vrouw. De lange levensloop van mensen, zegt Hawkes, levert dus een hypothese op ter verklaring van stabiele menselijke paarvorming die tot dusverre over het hoofd is gezien: partnerbewaking in plaats van op zoek gaan naar zoveel mogelijk partners.

Uit eerder onderzoek dat Hawkes c.s. aanhalen blijkt dat dieren, van vliegen tot zoogdieren, wanneer er meer mannetjes zijn dan vrouwtjes, aan partnerbewaking doen. Mannetjes zien erop toe dat er geen andere vrijers bij hun vrouwtje komen. Voor zover sommige zoogdieren doen aan ouderlijke samenwerking, heeft die zich ontwikkeld uit partnerbewaking.

Hawkes erkent dat partnerbewaking en stabiele paarvorming zoals bij mensen niet identiek zijn, maar ze onderstreept het voordeel dat beide strategieën mannetjes opleveren boven het zoeken van een andere partner. Zij definieert een stabiel paar als een ‘speciale en langer durende relatie tussen een man en een vrouw’. Een verhouding van enkele maanden rekent zij daar ook toe. Seks alleen telt niet. Volgens Hawkes hebben menselijke relaties ook een emotioneel gewicht, zeker voor stellen. Bij chimpansees bestaan geen bijzondere, duurzame relaties tussen een man en een vrouw. Een hitsig vrouwtje copuleert met meerdere mannetjes.

‘Grootmoederen’

Voor deze nieuwe studie draaiden Hawkes c.s. opnieuw een reeks computersimulaties, 30 mét grootmoederzorg en 30 zonder. Die lieten zien hoe in een periode van 30.000 tot 300.000 gesimuleerde jaren de ratio van mannen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd veranderde; van 77 vruchtbare mannen op 100 vruchtbare vrouwen in een situatie zonder grootmoederzorg naar 156 mannen op 100 vrouwen als er sprake was van ‘grootmoederen’. Die laatste verhouding wijkt sterk af van reële populaties mensapen, die meer vruchtbare vrouwtjes dan vruchtbare mannetjes tellen.

Samengevat: hoe meer grootmoederzorg, hoe langer mensen leven. Hoe langer mensen leven, hoe meer mannen op de huwelijksmarkt. En hoe meer mannen er zijn in een gemeenschap in verhouding tot vruchtbare vrouwen, hoe meer belang zij hebben bij het vasthouden aan één (of meerdere) partners. Dat begint met partnerbewaking en draait uit op stabiele paarvorming.

    • Dirk Vlasblom