Hier is elke training survival of the fittest

Hij maakt indruk als coach van VfL Bochum, koploper in de Tweede Bundesliga. Een gesprek over visie, hardheid en Oranje. „De trainer Verbeek bemoeit zich overal mee.”

Gertjan Verbeek vorige maand tijdens het gewonnen duel met 1860 München. Vrijdagavond leed zijn VFL Bochum het eerste puntenverlies, uit bij Sandhausen. Foto Jonas Güttler/AP

Waar Gertjan Verbeek (53) komt, verrijst als bij toverslag een nieuw krachthonk. Bij Feyenoord was het een vermakelijk verhaal in een verder moeizaam half jaar: hoe hij zo’n beetje eigenhandig het krachthonk verbouwde. Bij AZ zou de fitnessruimte de Gertjan Verbeekzaal gaan heten toen hij de KNVB-beker won, maar dat ging na zijn ontslag een paar maanden later niet door.

Nu is VfL Bochum, dat in 2010 voor het laatst op het hoogste niveau speelde in Duitsland, aan de beurt. Verbeek: „Wat ze hier hadden stamde uit de jaren negentig, toen had je zestien contractspelers. Nu zijn dat er dertig. Dan heb je betere faciliteiten nodig voor een topsportklimaat. Tuurlijk voldoe ik dan weer aan dat stereotype, dat zal wel. Mensen moeten in hokjes worden gedrukt, daar zijn we in Nederland sterk in. Ben ik weer die Verbeek die zijn troepen over kling jaagt. Maar ik heb ook bewezen aanvallend en attractief voetbal te spelen en heb daarmee succes gehad.”

Op bezoek bij ‘Cheftrainer’ Verbeek in het Rewirpowerstadion in Bochum. Hij neemt plaats achter zijn bureau dat dankzij een plafondraam verlicht wordt. „Hier was eerst een keukentje, terwijl ik verderop in een donkere hoek zat”, vertelt hij. Dus moest het anders. „Ik zit hier bijna de hele dag. Zonder daglicht word ik depressief.” Typisch Verbeek, gekend klusser en altijd in de weer met de inrichting, faciliteiten, werkomgeving.

Een zwart shirt zit strak om zijn brede torso, erfenis van een sportcarrière in profvoetbal en amateurboksen. Voor hem liggen sheets met prestatiegegevens, trainingschema’s en zijn lunch: twee wortels, een pruim in een boterhamzakje en vier sneeën brood in aluminiumfolie. Aanleiding voor het gesprek is zijn succes met VfL Bochum, maar ook de nieuwgierigheid naar zijn analyse over het verval van Oranje en het Nederlands voetbal in bredere zin. Daarover later meer.

Verbeeks zegereeks van vijf duels komt vrijdagavond vlakbij Frankfurt ten einde. Maar ondanks het 1-1 gelijkspel tegen Sandhausen staat Bochum nog steeds fier bovenaan, met zestien uit zes. Hij verkeert in de bijzondere omstandigheid dat hij in alle zes competitieduels dezelfde spelers kon opstellen. Waarom steeds dezelfde elf, wilde een verslaggever onlangs weten. Verbeek: „Wenn du glücklich bist in der Ehe, nimmst du dir auch keine neue Frau?

Verbeek en de Tweede Bundesliga: het lijkt de perfecte match. Een competitie die, gemeten naar omzet van clubs, de Nederlandse eredivisie voorbij is. Waar klassieke Duitse voetbaldeugden beoefend worden: hoge arbeidsmoraal, energie, tempo. Verbeek: „Die intensiteit is enorm. Daar moest Giliano Wijnaldum [kwam over van Go Ahead Eagles] ook echt aan wennen. Hier bij Bochum zijn de jongste basisspelers 21, 22. Die noemen ze hier gewoon nog: een talent. Elke training is hier survival of the fittest, dat is men in Nederland niet gewend.”

Verklaart dat het verschil in intensiteit tussen Nederlands en Duits voetbal?

„Het heeft ook te maken met cultuur, beleving. Maar het is duidelijk dat de eredivisie langzaam een soort jeugdcompetitie wordt. Veel spelers in de eredivisie debuteren op hun zeventiende, achttiende. Die hebben in hun leven dus tien jaar lang nog geen tien uur per week gevoetbald.”

U bedoelt: nog niet de helft van de 10.000 uur oefening die volgens een populaire theorie nodig is om te excelleren.

„Precies. Veel te weinig. De jeugd wordt gepamperd. We weten tegenwoordig van alles over inspanning en hoeveel je spelers fysiek kan belasten, maar zijn daardoor minder gaan trainen. Bij Nederlandse clubs traint de jeugd vier keer anderhalf uur. That’s it. Dat is zes uur per week. Op school worden ze doodgegooid met huiswerk. Dan heb je de tv, smartphones. Maar ze gaan niet meer de straat op om te voetballen. Dat moet op een bepaalde manier gecompenseerd worden. Met meer trainen.

„Vroeger trainde ik ook maar drie keer per week, maar we voetbalden daarnaast zoveel als we konden. Of het nu op het schoolplein was, van acht tot half negen. Of tussen de middag, of na school. Was je zo twintig uur per week aan het voetballen. De tv ging pas om zeven uur aan, voor De Fabeltjeskrant.”

De intrede van wetenschap in de voetbalwereld is aan Verbeek wel besteed. Bij Bochum heeft hij de staf uitgebreid met een krachttrainer, een videoanalist en een Leistungsdiagnostiker (data-analist). Nu beschikt hij direct na een training over hartslag en gelopen afstanden gemeten via gps-tracking. Via een app worden die dan naar spelers opgestuurd, eventueel met vermaning of aansporing van de trainer.

Was daar geld voor bij een Duitse eerstedivisionist?

„Kijk, ik ben geen trainer die de hele tijd nieuwe spelers vraagt, maar wel een die met optimale omstandigheden alles uit zijn groep wil halen.”

Kunt u een voorbeeld geven van wat u met die data doet?

„Wij werken hier met codes blauw, groen, geel, oranje en rood voor de mate van inspanning. Stel we willen zestig procent in het rood trainen. Als de helft dat niet haalt, ligt het aan mij. Dan prikkel ik ze niet genoeg, is de stof niet uitdagend, niet veeleisend genoeg. Maar als een of twee dat niet halen, ligt het aan hen. Dan krijgen die met mij te maken.”

Uw naam wordt vaak genoemd bij clubs die een trainer zoeken voor een spelersgroep waar bezieling ontbreekt.

„Je weet wat je met de trainer Verbeek in huis haalt. Met hem komt ook de mens Verbeek. Ik bemoei me overal mee en dat moet je wel willen in je organisatie. Bij AZ ging dat op een gegeven moment niet meer, nou dan houdt het op. Nu ik wat langer weg ben uit Nederland herinneren mensen zich misschien weer meer de goede dingen. Hoe ik gewerkt heb, hoe ik presteerde. Ik heb altijd doelstellingen gehaald, alleen bij Feyenoord was ik niet succesvol.”

Waar het schort aan beleving, zou de geboren Deventenaar Verbeek het antwoord zijn. Zoals bij FC Twente na het ontslag van coach Alfred Schreuder. De lokroep uit Enschede, waar hij opgroeide, klinkt bij supporters die beleving en overtuiging missen. Maar Verbeek is niet beschikbaar. „Ik dien altijd mijn contract uit.” En – minder serieus – Oranje? „De KNVB hoeft niet te bellen”, zegt hij in de wekelijkse persconferentie na een vraag van een Duitse journalist over de voetbalcrisis in Nederland.

Verbeek zat afgelopen zondag op Terschelling bij een vriend Oranje te kijken. In Konya werd Nederland afgedroogd door Turkije (3-0), het EK in Frankrijk is ver weg. De suggestie dat de spelers gewoon niet zo goed zijn, werpt hij verre van zich. Hij noemt de clubs op waar de internationals onder contract staan, speler voor speler, en concludeert: „Prima spelers, daar ligt het niet aan. Een goede mix van talent en routiniers.”

Wat ging er dan volgens u mis bij Oranje?

„Ik zag elf spelers, geen elftal. De linkerhand weet niet wat de rechter doet. Neem die eerste goal van Turkije. Bij balbezit moeten er altijd vier man bezig zijn met balverlies, je restverdediging. Eén van hen is een middenvelder. Wie dat had moeten zijn? Ik denk Daley Blind, maar dat was niet te zien. Dan komt Stefan de Vrij dus in de problemen als die steekpass komt. Het is mijn interpretatie, maar of er zijn geen goede afspraken gemaakt, of ze werden niet nagekomen. Dan ben je kansloos.”

Ligt dat aan bondscoach Danny Blind?

„Dit staat los van zijn kwaliteiten, het zijn de omstandigheden. Je speelt twee cruciale wedstrijden. Dan heb je een groep spelers die overal vandaan komen, die heb je een paar dagen tot je beschikking en dan moeten ze ook nog wennen aan die kleine verschillen in aanpak. Want elke coach heeft een andere aanpak, daar ben ik van overtuigd. Ook al ben je de assistent onder die of die, dan nog ga je het altijd weer net wat anders doen als je hoofdcoach wordt. ”

Had Oranje het met Guus Hiddink gered?

„Dat zul je nooit weten. Maar met Hiddink hadden we wel een grotere kans gemaakt, dat denk ik wel. Het liep niet, het was niet best, maar spelers gaan toch wennen aan iemand. ‘Ok, die doet het zo, we weten nu hoe hij de wedstrijden voorbereid, zijn bespreking is zo’. Dat geeft, ondanks alles, toch zekerheid, houvast. De KNVB had nooit een nieuwe coach moeten doorschuiven in deze fase van de kwalificatie.”

Wat Verbeek verstaat onder een elftal sturen en kneden is te zien op de training woensdag, in een partij met de basisspelers van VfL Bochum tegen de reserves op groot veld. De verdediging wordt diep op de eigen helft klemgezet door de reserves en moet zich daar onder uit zien te spelen. Alles over de grond. „Dat moet van mij.” Voortdurend wordt het spel stilgelegd en dan komt Verbeek in zijn donkerblauwe trainingspak uitleggen hoe het dan wel moet. Hoort allemaal bij tactische training, zegt Verbeek nadien als hij met zijn assistent Raymond Libregts in de bosjes rond het veld een vergeefse zoektocht onderneemt naar een bal die over het hek ging.

Stabiliteit, organisatie, houvast. Verbeek leeft ernaar. Als je maar een duidelijke speelwijze voorstaat, zegt hij. „Het gaat vaak over mentaliteit, maar mentale hardheid krijg je ook door tactische houvast te geven. Dat probeer ik hier bij Bochum te bieden. Aanvallend voetbal, pressie op de helft van de tegenstander. Wat ik bij Oranje niet zag: voetbal met een bepaalde gedachte erachter.”