Handen af van de zwart geschminkte Otello

Otello wordt niet meer zwart geschminkt, zo besloot Metropolitan Opera in New York onlangs. Is dat een juiste beslissing? Sebastien Valkenberg waarschuwt voor kunst die zich voegt naar de wetten van fatsoen en de nette mores.

‘Als het fascisme ooit weer opduikt, zal het dat doen onder de naam antifascisme.” Krijgt historicus Jacques Presser dan toch gelijk? Lange tijd dacht ik over zijn uitspraak: „Prikkelend aforisme, maar ook een tikkeltje overdreven”. Maar zie. In hun kruistocht tegen onrecht maken hedendaagse bestrijders van discriminatie gebruik van methoden die worden geassocieerd met totalitaire regimes.

Laatst was het weer raak. Toen werd bekend dat The Metropolitan Opera in New York voor het eerst in 124 jaar een ‘afgeschminkte’ versie van Otello op de planken zal brengen. Otello is een Moor, maar de vertolker van de hoofdrol is blank. Voorheen losten visagisten dat op, maar die optie is inmiddels onacceptabel in het hedendaagse Amerika. Zelf schrijft de ‘Met’ in een toelichting: „We kwamen onlangs tot het inzicht dat het verstandig zou zijn in deze productie geen donkere make-up te gebruiken. Het is een gevoelig onderwerp.”

De maatregel oogt, zeker op het eerste gezicht, misschien sympathiek. Te meer omdat het een deel van de bevolking betreft dat toch al het gevoel heeft slachtoffer te zijn van wijdverbreid racisme. Dat verklaart ook dit soort berichten na de bekendmaking van het Met-besluit: „De beslissing om er mee te stoppen lijkt ons een no-brainer,” aldus een Amerikaanse krant.

De politiek correcte Otello, oftewel policor-Otello als antwoord op spanningen in de samenleving. Op deze manier verschijnt het antiracisme als een emancipatiebeweging, begaan met het lot van minderheden. Dat lot zou verbeteren als er een einde komt aan ouderwetse stereotyperingen en tradities. Opdoeken dus of op zijn minst aanpassen, zodat ze aan de normen van de eenentwintigste eeuw voldoen.

Deze voorstelling van zaken – veel dingen die gisteren doodgewoon waren, kunnen vandaag echt niet meer – is te lichtzinnig. Op deze manier blijven de twijfelachtige methodes buiten beeld, die nodig zijn om een versie van de werkelijkheid te creëren die wél verteerbaar is voor iedereen.

Otello is het meeste recente voorbeeld in een reeks van gekuist cultuurgoed. Eerder lag De goddelijke komedie van Dante onder vuur. Racistisch, homofoob, anti-islamitisch en antisemitisch, vond Gherush 92 een tijdje terug. Dit comité voor mensenrechten (eigen typering) heeft zitting in verschillende internationale gremia en adviseert de Verenigde Naties. Vooral dit laatste maakt het Gherush-voorstel om het boek van scholen en universiteiten te verwijderen, verontrustend.

Het zal best dat het boek niet verlicht genoeg is. Wat wil je? De Middeleeuwen waren amper achter de rug toen Dante het schreef en dat laat zijn sporen na. De goddelijke komedie stelt de islam voor als ketters en joden als gierig. Homoseksuelen gaan naar de hel wegens onnatuurlijk gedrag. Dat is natuurlijk prijsschieten voor wie progressief is angehaucht. Alarmsystemen staan tegenwoordig zo scherp afgesteld dat ze afgaan bij alles wat maar zweemt naar discriminatie.

Het zou wat zijn. Kunst die zich voegt naar de wetten van fatsoen en de nette mores. Was het niet ooit de bedoeling dat kunstwerken juist tegendraads en ongemakkelijk moeten zijn? Ze horen te schuren, heet het dan, geloof ik. Maar niet fulltime, blijkt nu.

Denk overigens niet dat policor-behandelingen enkel in het buitenland worden voorgeschreven. De Nederlandse negentiende eeuwse schilder Nicolaas van der Waay bijvoorbeeld, zit ook in het beklaagdenbankje. Van der Waay maakte onder meer het zijpaneel van de gouden koets. Het schúldige zijpaneel, want er staan halfnaakte Afrikaanse en Indonesische mannen op die zich onderwerpen aan het Koninklijk Huis. Vooral de begeleidende tekst ‘Hulde der Koloniën’ ligt het Landelijk Platform Slavernijverleden al jaren zwaar op de maag. Het dringende verzoek van het Platform: bedenk een nieuwe schildering.

Dat vooruitzicht schrikt om meerdere redenen af. Alleen al de hoeveelheid werk die er nodig is om alle oeuvres te ontdoen van foute onderdelen, beneemt je de adem. En als deze operatie eenmaal achter de rug is, begint er een nieuwe ronde van opsporen en retoucheren. Morele codes verschuiven immers voortdurend, en dat leidt ertoe dat er steeds weer personages zijn die uit de pas lopen of uitdrukkingen worden gebruikt die achterhaald zijn.

Dit is slechts een logistieke moeilijkheid. Pas echt verontrustend is dat grote en minder grote kunstenaars met terugwerkende kracht worden gecensureerd. Toegespitst op het voorbeeld van Otello: laten we er lak aan hebben dat hij een Noord-Afrikaanse prins/soldaat is, omdat dit ons niet uitkomt. Hem niet schminken weegt kennelijk zwaarder dan een voorstelling maken die de bedoelingen van zijn schepper eerbiedigt.

Het wordt aanmatigend als je bedenkt wie die schepper is: William Shakespeare. Otello bestond weliswaar al langer, maar Shakespeare heeft het personage groot gemaakt met zijn gelijknamige toneelstuk – de basis van de opera die de Met gaat opvoeren. Maar straks moet de grootste schrijver aller tijden dus buigen voor activisten die hem langs de meetlat van de progressieve zeden leggen.

Deze werkwijze doet denken aan de manipulaties van dictators. Ook zij kneedden het verleden tot dit zich voegde naar hun politieke agenda. Dat er een gefilterde versie van de geschiedenis overblijft, is bijzaak. Mooie idealen mogen wat kosten.

Wat de hedendaagse discriminatiebestrijders doen, is memory holes creëren. Deze ‘geheugengaten’ komen uit hét boek over totalitarisme, 1984 van George Orwell, en bevinden zich in het ministerie van Waarheid. Hier worden krantenartikelen voortdurende herschreven en zoek gemaakt om politieke doeleinden.

Voor dit soort geschiedvervalsing moet een liberale samenleving terugdeinzen. In de praktijk dreigen de woorden van Presser van een aforisme te veranderen in een profetie.

Hij voorzag decennia terug al haarscherp wat zich vandaag voltrekt.

    • Sebastien Valkenberg