‘Er is geen dommer mens dan een boer’ ‘Boeren produceren maar wat raak’

Dat zei boer Niels Leerink deze week in RTL Nieuws.

illustratie nrc next

De aanleiding

Boeren kunnen niet zonder sturing vanuit Europa, vindt boer Niels Leerink uit Eibergen, tevens penningmeester van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond. „We produceren maar wat raak”, zei hij deze week op RTL Nieuws. In het bedrijfsleven horen vraag en aanbod op elkaar afgestemd te worden, maar het aanbod is gewoon veel te groot, was zijn onderbouwing. Daarna zei hij: „Er is geen dommer mens dan een boer.” Klopt dat wel? We checken beide uitspraken.

Stelling 1: „Er is geen dommer mens dan een boer.” Stelling 2: „Boeren produceren maar wat raak.”

Waar is het op gebaseerd?

We bellen met Leerink. Hij verwijst naar het melkquotum in de EU dat in april, na 31 jaar, is opgeheven. „De kronkel in het hoofd van de boer moet om”, zegt Leerink tijdens het grasmaaien.

Klopt het?

Eerst kijken we naar stelling 1: Zijn boeren dommer dan andere mensen?

Het lijkt er niet op. Sinds de jaren negentig is het opleidingsniveau van nieuwe boeren tot iets boven het landelijk gemiddelde gestegen, meldde het CBS al in 2009. Tussen 2005 en 2013 is het aandeel boeren met een hbo- of wo-opleiding gegroeid van 7 naar 11 procent, van boerinnen van 12 naar 22 procent. En voor wat het waard is: zo’n veertig boeren die ooit meededen aan de Nationale IQ Test haalden een gemiddelde score van 127: hoger dan het groepje raketgeleerden (119) dat ooit meedeed.

En dan de tweede stelling: Boeren produceren maar wat raak.

Zoals verwacht zijn boeren meer koeien gaan houden na de afschaffing van het quotum. Tussen 2012 en 2014 is het aantal melkkoeien met 6 procent gestegen tot 1,6 miljoen, volgens het Compendium voor de Leefomgeving.

Ook de melkproductie is in diezelfde jaren gestegen. Boeren molken in mei 125 kilogram per dag meer dan een jaar eerder.

Vroeg de markt om meer melk? In ieder geval wel tot het voorjaar van 2014. De melkprijs voor boeren schommelt behoorlijk, maar het afgelopen decennium was de trend stijgend. Sinds begin vorig jaar is de melkprijs voor boeren alleen weer zo’n 30 procent gedaald.

Die prijsdaling is deels het gevolg van de overproductie. Maar de hoge melkprijzen in 2013 en begin 2014 hebben in de VS, Nieuw-Zeeland en de EU ook daar tot overproductie geleid, zegt de Nederlandse Zuivel Organisatie. De vraag uit China groeit minder dan verwacht, de Russen boycotten melk uit de EU. Met andere woorden: de mondiale melkmarkt wordt niet gestuurd door Hollandse uiers.

Als alle boeren in de wereld wat minder melk zouden aanvoeren, ja, dan stijgt de melkprijs weer. Maar een Nederlandse boer die zijn inkomen met 30 procent ziet slinken, zal eerder méér dan minder willen melken. In die zin produceren ze nu maar wat raak, zoals Niels Leerink zegt.

Er zit ook geen rem op nu het quotum is afgeschaft. Op wat onafhankelijke boeren na zijn Nederlandse melkveehouders lid van een coöperatie. Hun melk wordt om de drie dagen opgehaald en de coöperatie heeft de plicht om alle melk te verwerken.

Een koe heeft ook geen kraantje dat je even kunt uitzetten, zei Kees Romijn van land- en tuinbouworganisatie LTO al eens eerder in deze krant. „Koeien geven altijd meer melk in het voorjaar door het verse gras en wat minder in het najaar”, vult hij aan. „De enige manier om minder melk te produceren, is minder voederen. Of ze naar het slachthuis brengen.”

Conclusie:

Stelling 1:„Er is geen dommer mens dan een boer.” Dat zei boer Leerink deze week maar ze zijn bovengemiddeld opgeleid. Dit deel van de stelling beschouwen we als onwaar. En dan stelling 2: „Boeren produceren maar wat raak.” Wat blijkt is dat individuele boeren weinig invloed hebben op de volatiele, internationale melkprijs. Ze kunnen hun melkproductie ook lastig terug- en opschalen. In de praktijk werken boeren daarom vaak ‘tegen de markt in’, in plaats van dat ze hun aanbod op de vraag afstemmen. Deze stelling beschouwen we als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langs komen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt