Duitsland legt zichzelf op de divan

Een vluchteling op een station in Wenen houdt een portret omhoog vande Duitse bondskanselier Angela Merkel. Foto Dominic Ebenbichler/ Reuters

Na de euforie waarmee veel Duitsers zich afgelopen weekeinde stortten op het verwelkomen van vijfentwintigduizend asielzoekers, vraagt het land zich duizelig af wat er eigenlijk is gebeurd. Waar komen al die burgers vandaan die de verblufte nieuwkomers ontvangen met applaus, water, knuffels, fruit en gejuich? Zeker: ook in Wenen stonden enthousiaste Oostenrijkers op de perrons. En zelfs Nederland lijkt bevangen door een milde versie van de Duitse vluchtelingenkoorts. Maar in Duitsland is er meer aan de hand: er hangt een sfeer van een Umbruch, van een maatschappelijk schakelmoment. „Het land staat voor de grootste uitdaging sinds de hereniging”, zei vice-bondskanselier Sigmar Gabriel. Nu heeft de SPD-leider wel vaker de neiging dingen uit te vergroten, maar velen zeggen het hem na. Bondskanselier Angela Merkel, nog maar pas getransformeerd tot „vluchtelingenkanselier”, kreeg lof voor haar ‘Wir-schaffen-das’-mentaliteit vanuit binnen- en buitenland. Alleen de barse Hongaarse premier Viktor Orbán kwam nota bene in Berlijn vertellen dat de vluchtelingencrisis een puur Duits probleem is. En ook veroorzaakt door de Duitse gastvrijheid. Hij werd bijgevallen door de Britse politicoloog Anthony Glees. Deze noemde Duitsland een „hippiestaat die zich door zijn emoties laat leiden”. En daar zijn veel Duitsers ondanks het enthousiasme ook wel bang voor. „Jubel niet te vroeg!” waarschuwt de commentator van n-tv-online. Over de blije burgers op de perrons schrijft Cicero Magazin streng: „Individueel is het zeer sympathiek, collectief gezien is het onnozel”.

Diepste diepten

Bij het collectief zelfonderzoek dat nu op gang komt, ligt het land op de divan en wordt afgedaald in de diepste diepten van het Duits-zijn.

„Wat is eigenlijk Duits?” schreef Spiegel-columnist Jakob Augstein. „Misschien is de vreugde over de nieuwkomers zo groot omdat daarmee voor de Duitsers onverwacht de hoop verbonden is om anders te worden. Minder Duits.” Want Duitsland is „oud, moe en neurotisch”. „Nu lijkt het erop dat de Duitsers zich van zichzelf willen bevrijden. ”

Daarmee zet Augstein de kwestie wel wat overdreven neer, vindt socioloog Klaus Boehnke. Maar er is volgens hem „wel degelijk iets gaande”. Boehnke maakt deel uit van de onderzoeksgroep die voor de Bertelsmann Stichting de ‘Radar van de maatschappelijke Samenhang’ maakte. Die maatschappelijke cohesie staat op het spel, zo vrezen Merkel en Gabriel, door de komst van misschien wel een miljoen nieuwkomers naar Duitsland in korte tijd. „We moeten het land bij elkaar houden”, zei vicekanselier Gabriel maandag.

Uit de breed opgezette studie van de Bertelsmann Stichting onder 34 Europese landen bleek dat de maatschappelijke verbondenheid, waarvan hulpvaardigheid een kenmerk is, in Duitsland maar middelmatig is ontwikkeld. „Ik was dan ook verrast toen ik die golf van hulpvaardigheid door het land zag trekken afgelopen weekeinde,” zegt Boehnke aan de telefoon vanuit Bremen. De emotie die hij het afgelopen weekeinde op de stations zag, deed hem denken aan de sterke saamhorigheid die twee jaar geleden plotseling vertoond werd toen de Elbe buiten zijn oevers trad. De mensen waren toen ook bevangen door een sterk gevoel van ontroering. „En toch is het nu anders,” zegt Boehnke, „Ik geloof dat hier een deel van de collectieve Duitse ervaringen samenkomt. In de laatste zeventig jaar heeft Duitsland twee keer eerder massale vluchtelingenstromen verwerkt. Natuurlijk na de Tweede Wereldoorlog toen ongeveer twaalf miljoen Duitsers uit het oosten kwamen uit de gebieden die het verslagen Duitsland moest opgeven. En daarna rond 1989 toen burgers massaal uit de DDR vluchtten. De beelden van duizenden vluchtende DDR-burgers opeengepakt op het terrein van de ambassade in Praag, zitten bij veel mensen nog in het achterhoofd. Die geschiedenis wordt weer wakker.”

De Magdeburger socioloog Jan Delhey, die net als Boehnke in het team zat dat de samenlevingsradar maakte, meent dat ook het racistisch geweld van neo-nazi’s tegen asielzoekerscentra, dat nog altijd doorgaat, voor veel mensen een drijfveer was om in actie te komen en de asielzoekers te helpen. „Ik geloof dat die brandstichtingen een tegenbeweging hebben veroorzaakt in de samenleving. De mensen wilden een duidelijk signaal afgeven dat die neo-nazi’s niet de meerderheid uitmaken. De protesten van de rechtse demonstranten hebben de euforie gevoed. De mensen willen zeggen: Kijk hier: dit is het echte Duitsland.” Daarbij komt, zo denkt Delhey, dat uit recente peilingen blijkt dat Duitsers op dit moment over het algemeen zeer tevreden zijn met hun leven en dat ze het gevoel hebben in goede tijden te leven. „Ik geloof dat die stemming ook de bereidheid om anderen te helpen bevordert.”

Nationalisme voorbij

Ofschoon beide sociologen van mening zijn dat Augstein met zijn psycho-analyse van de Duitse ziel overdrijft, denken ze dat de publieke uitbundigheid bij het verwelkomen van asielzoekers wel degelijk een blik werpt op een verandering van de Duitse identiteit. „Na de Duits-Duitse hereniging was er een achterwaarts gerichte herleving te zien van een soort nationalisme waarbij mensen weer trots werden op de vlag en dat soort zaken,” zegt Boehnke. „Ik heb het idee dat die fase voorbij is. Nu is het relevanter hoe dit geheel wordt ingebed in een globaliserende en misschien ook meer kosmopolitische wereld.” Delhey denkt dat Duitsland door de immigratie de afgelopen twintig jaar al een ander land geworden is. „Duitsland is veel bonter dan het vroeger ooit was en misschien zoeken we bevestiging dat dat juist is en dat we zijn meeveranderd. Dat we een toleranter land geworden zijn.”

In het publieke debat over de „volksverhuizing” dat nu gaande is in Duitsland klinkt hier en daar ook zelfgenoegzaamheid door en trots over de nieuwe rol die het land in Europa speelt. Zo stelt het weekblad die Zeit, het baken van de weldenkende Duitser, dat Duitsland nu de morele avant-garde van Europa is. Frankrijk poseert volgens het blad als het ‘land van de mensenrechten’ maar is slechts bereid armzalige aantallen vluchtelingen op te nemen. En hetzelfde geldt voor het Verenigd Koninkrijk. „Overal gehuichel, nationaal egoïsme en de afwijzing van Europese samenwerking,” constateert die Zeit. En Duitsland is de uitzondering: een „morele supermacht.”

In zijn hooggewelfde werkvertrekken in het centrum van Berlijn gooit Wolfgang Thierse bij het horen van die term zijn armen in de lucht. „Dat vind ik een angstaanjagende formulering,” zegt hij. Thierse, ten tijde van de DDR literatuurwetenschapper, en na de val van de Muur politicus voor de sociaal-democratische SPD, is onder meer oud-voorzitter van de Bondsdag. Twee jaar geleden ging hij met pensioen, maar hij kan nog altijd beschikken over een kantoor. „Ik vind het ook beangstigend als vluchtelingen ons beschouwen als het beloofde land,” zegt Thierse, „ De dingen lopen hier wel aardig. We functioneren goed als democratie en rechtstaat. Maar we zijn niet het aards paradijs.”

Te veel menselijkheid

De oud-Bondsdagvoorzitter windt zich op over kritiek zoals die van de Britse politicoloog die Duitsland verwijt alleen maar op basis van emoties te handelen. „Als ik de kritiek hoor uit Groot-Brittannië, dan zeg ik dat het mij liever is dat Duitsland wordt uitgescholden wegens te veel menselijkheid. Dat was ooit anders,” zegt Thierse.

Duitsland moet nu ook weer niet de rol claimen van een soort moreel gidsland, vindt Thierse. „Duitsland is een land dat decennialang als slechterik in de hoek is gezet. Tot aan de Griekenlandcrisis is ons land van alle kanten bekritiseerd. Wij waren die starre Duitsers die op de regels hamerden. Nu laten we die regels los. Om te kunnen zorgen voor tienduizenden vluchtelingen die in nood zijn. En dat lijkt me juist goed.”

Thierse waarschuwt dat de uitbarsting van gastvrijheid in zijn land niet grenzeloos is. „Zo’n vorm van humanitaire euforie, dat bedoel ik niet onaardig, valt op den duur niet vol te houden. Die moet worden vertaald in pragmatische probleemoplossingen en dat is niet zonder verschil van mening en pijn mogelijk. Niemand weet hoe dit proces verder gaat. Niemand kan zeggen hoeveel mensen er nog onderweg zijn naar Europa. En niemand kan bevatten hoe groot de opgave wordt al die mensen te integreren en gelijktijdig te voorkomen dat de angst voor dat proces in de samenleving de overhand krijgt. ”