Dit museum is schatrijk

Het Wereldmuseum in Rotterdam bevond zich volgens de gemeente in een ‘negatieve spiraal’. Aan Jan Willem Sieburgh, de nieuwe directeur, om het museum weer aan de stad terug te geven.

Interimdirecteur Jan Willem Sieburgh van het Wereldmuseum in Rotterdam. Foto Robin Utrecht

Met een stapel boeken over de Perzen heeft de nieuwe directeur van het Wereldmuseum zich teruggetrokken in een vergaderzaaltje bovenin het museum. Hier werkt Jan Willem Sieburgh (64) aan een nieuw toekomstperspectief voor het Rotterdamse museum, dat bijna failliet ging en zich isoleerde van de rest van de museumwereld. Maar eerst moet hij iets afmaken: de tentoonstelling De Perzen, krijgers en dichters, die hij erfde van zijn voorganger, Stanley Bremer. Die gaat op 23 september open.

Sieburgh werd medio mei benoemd tot directeur ad interim bij het Wereldmuseum. Bij zijn aantreden kampte het museum met een jaarlijks tekort van 750.000 euro. Het museum verkeerde in „een negatieve spiraal”, zo had onderzoek dat op last van de gemeente werd gedaan uitgewezen. Bremer had vergeefs geprobeerd te verdienen met horecavoorzieningen in het museum, onder andere met een sterrenrestaurant. De geldzorgen waren ontstaan nadat de gemeente een forse bezuiniging op de subsidie had doorgevoerd. De museumdirecteur had hierop gereageerd met het ontslag van het merendeel van het personeel, inclusief de conservatoren. Ook wilde hij de Afrika-collectie verkopen. Dat plan werd uiteindelijk tegengehouden door de gemeenteraad. De raad van toezicht van het museum bleek niet goed te functioneren. In een tweede onderzoeksrapport, van de Rotterdamse Rekenkamer, kregen ook de toezichthouders en de gemeente, die eigenaar is van de museumcollectie, ervan langs.

Over het functioneren van zijn voorganger wil Sieburgh niet al te veel zeggen, en ook niet over de rol van de toenmalige raad van toezicht. „Daar zijn al twee dikke rapporten over geschreven. Mijn taak is het om vooruit te kijken.”

Bremer vertrok in april weliswaar als directeur, maar hij is nog steeds ‘adviseur en gastcurator’ van het museum en krijgt zijn salaris doorbetaald tot aan zijn pensionering. „Zijn rol is voor mij een gegeven”, zegt Sieburgh. „De nieuwe raad van toezicht en de gemeente hebben dat zo besloten. Hij is de conceptmaker van deze tentoonstelling. Hij zit hier aan tafel als adviseur. Soms stelt hij iets voor en dan zeg ik: ‘Goh, dat is een goede suggestie, die neem ik over’. En soms zegt hij iets waarvan ik denk: nou, dat past niet in mijn visie op de ontwikkeling van het museum. Dus dan doe ik het niet. En dat accepteert hij uitstekend. Geen enkel probleem.”

Schaakmat

Sieburgh was acht jaar zakelijk directeur van het Rijksmuseum. Ook was hij in 2013-2014 driekwart jaar interim-directeur van het Tropenmuseum, in de aanloop naar de fusie met het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden en het Afrikamuseum in Berg en Dal. „De problemen waarmee volkenkundige musea kampen waren mij niet vreemd toen ik hier begon.”

Het Wereldmuseum werd met name door liberale politici lange tijd geprezen als een goed voorbeeld van cultureel ondernemerschap. Ook daardoor duurde het lang voordat de gemeente de problemen in de gaten kreeg en in actie kwam. Sieburgh: „Er moet nu een discussie op gang komen over de vraag wat we precies verstaan onder cultureel ondernemerschap. Sommigen interpreteren het als het ontwikkelen van nevenactiviteiten, zoals horeca, waarmee je je kernactiviteiten financiert. Maar wat mij betreft betekent het: ondernemend zijn op je culturele kernactiviteiten. Dat is heel wat anders.”

Hij geeft een voorbeeld uit zijn tijd bij het Rijksmuseum. „In 2006 brachten we het boek De 250 rijksten van de Gouden Eeuw uit, met een bijlage bij het zakenblad Quote. Dat noem ik het democratiseren van kunst en geschiedenis. Dat is iets anders dan populariseren. Populariseren is doen wat het volk wil. Democratiseren is het delen van je kennis en je visie met zoveel mogelijk mensen.”

Is er nog wel behoefte aan volkenkundige musea in deze tijd? Sieburgh: „Ze zijn ooit ontstaan uit een verwondering over al die vreemde volkeren met hun exotische voorwerpen en primitieve gebruiken. In het huidige tijdsgewricht past die blik niet meer. Daarover spraken we vaak tijdens de fusie van het Tropenmuseum met het Rijksmuseum voor Volkenkunde en het Afrikamuseum. Bij mij is daar de visie uit ontstaan dat wij niet alleen de verschillen tussen volkeren moeten laten zien, maar vooral ook de overeenkomsten. Denk aan muziek, aan eetcultuur. Zeker 80 procent van de producten die je in de supermarkt kunt kopen komt niet uit Nederland. Ik wil in het Wereldmuseum laten zien, hoeveel elementen uit zogenaamd vreemde culturen al zijn opgenomen in onze identiteit. Dat is een inclusieve gedachte, die zeker in Rotterdam met al zijn nationaliteiten niet misstaat.”

In de tentoonstelling over de Perzen wil hij deze visie al een beetje verwerken. „Woorden als ‘naam’ en ‘broeder’ komen uit het Perzisch. En denk eens aan het schaakspel. Dat komt ook uit Perzië. Als wij schaakmat zeggen, dan komt dat van het Perzische ‘sjah mat’: de koning is dood. Onze cultuur zit vól met dat soort dingen.”

Ik zit liever vast

Denkt Sieburgh dat hij, als hij in de schoenen van zijn voorganger had gestaan, een betere oplossing zou hebben gevonden voor de forse bezuinigingen van de gemeente? „Ik denk dat ik zou hebben gezegd: als u mij deze bezuiniging oplegt, dan kan ik niet als volwaardig museum fungeren, want dan moet ik al mijn conservatoren ontslaan. Maar het museum heeft de subsidiekorting ook als een kans gezien om zich los te maken van de gemeente. Ik zit liever vast. Hoe verder je op afstand komt, hoe minder zij zich medeverantwoordelijk voelen.”

Die banden zijn inmiddels weer aangehaald: de gemeente heeft 2 miljoen euro extra subsidie gegeven voor 2015-2016. Maar zelfs met dat geld is de opdracht om het museum weer professioneel te laten draaien niet makkelijk. Om kosten te besparen ontsloeg Bremer in 2013 28 medewerkers. Het museum hield nog maar negen personeelsleden over, onder wie één wetenschappelijk medewerker. „Mensen terug in dienst nemen, dat kan nu even niet”, zegt Sieburgh. Wel huurt hij oud-medewerkers in op freelancebasis. „Ik zal mijn uiterste best doen om die volkenkundige kennis weer zoveel mogelijk naar het museum toe te halen”, zegt hij.

Hij heeft zojuist een voortgangsrapportage naar de wethouder gestuurd. „Sinds april hebben we een nieuwe raad van toezicht, waarin juristen en economen zitten die hun sporen hebben verdiend. Zij trekken het museum zakelijk weer op het droge. Er zitten ook twee leden uit de museale wereld in, maar zij komen niet uit de volkenkundige wereld. Wij hebben ook etnografische kennis nodig. In de voortgangsrapportage staat dat we een raad van advies willen vormen van drie tot vijf mensen uit de volkenkundige wereld.” Namen kan hij nog niet noemen.

Bremer had de banden met de andere Nederlandse volkenkundige musea doorgesneden. In 2011 stapte hij uit hun vereniging. Ook met de andere musea in Rotterdam liep het niet lekker. Boijmans Van Beuningen vroeg uitgeleende collectiestukken uit voorzorg terug. Sieburgh voert overal weer gesprekken. „Waar ik ook kom, er is heel veel sympathie voor dit instituut en een enorme waardering voor de kwaliteit van de collectie.”

In 2013 kwamen er nog 92.000 bezoekers in het museum, maar dat aantal daalde door de malaise in het museum. Dit jaar hoopt Sieburgh op 83.000 bezoekers uit te komen. „Ik ben ervan overtuigd dat een museum met een collectie als dit 100.000 mensen per jaar moet kunnen trekken. Het museum moet weer meer verbinding krijgen met de stad en zijn geschiedenis.” Om meer feeling te krijgen met Rotterdam, wil hij een jaar in de stad gaan wonen.

Aan Gitta Luiten, die eerder voor de gemeente onderzoek deed naar de problemen van het Wereldmuseum, hebben Sieburgh en de raad van toezicht nu gevraagd een verkennend onderzoek uit te voeren naar de toekomst van het museum. „Ze heeft met iedereen gesproken die hier een visie op heeft. Wat vindt men dat er moet gebeuren? In oktober organiseren we daar een debat over. Van nu af aan moet dit museum voor 100 procent transparant zijn.”

Afrika-collectie

Voor het eind van de maand moet Sieburgh zijn begroting voor 2016 indienen bij de gemeente. Daarnaast is hij druk bezig financiële bijdragen aan te vragen bij culturele fondsen. „Het museum wilde een eigen vermogensfonds creëren uit de opbrengst van de verkoop van de Afrika-collectie. Bij de culturele fondsen werden geen aanvragen meer gedaan.”

Over die Afrika-collectie deden veel verhalen de ronde. Bremer liet zich vooral adviseren door kunsthandelaren en critici vreesden dat die de mooiste voorwerpen al stiekem verkocht hadden. De directeur had de collectie laten inpakken en de huur van het depot opgezegd. Hij wilde 90 procent van de collectie afstoten en in het museum een kleiner depot inrichten. Sieburgh heeft de huuropzegging omgedaan gemaakt en alle voorwerpen weer laten uitpakken. „We hebben het uitpakken gebruikt als een grote steekproef om te checken of er dingen verdwenen waren. Vooralsnog heb ik de indruk dat alles er nog is. Maar voor de zekerheid laten we nog een externe controle uitvoeren.”

Topstukken die ingepakt stonden in het depot, zoals een Afrikaans krachtbeeld met spijkers, zullen terugkeren in het museum. „Dat spijkerbeeld staat nu op een tentoonstelling in het Metropolitan Museum in New York”, zegt Sieburgh. „Maar vanaf april kunnen de bezoekers het weer bij ons in het museum komen bekijken. De eerste tentoonstelling die ik ga maken gaat namelijk over de Afrika-collectie.”

Over die tentoonstelling zal Bremer geen advies geven. „Nee, hij had al een volgende tentoonstelling bedacht, een volledige bruikleententoonstelling. Die wil ik nu niet, want ik wil laten zien welke schatten het museum zelf in huis heeft. Voor de zomer wil ik het nieuwe gezicht van het Wereldmuseum laten zien.”