De kleine films zijn de beste

Vanavond worden op het filmfestival van Venetië de prijzen uitgereikt. Een uitgesproken favoriet is er niet. Maar er zijn dit jaar wel gewoon goede, degelijke, interessante films.

Eddie Redmayne was te zien in The Danish Girl, een film die zomaar een Oscar zou kunnen krijgen. Foto AFP

21 films dingen dit jaar mee naar de Gouden Leeuw van het filmfestival van Venetië. Dat is een filmprijs die echt iets betekent: de maker van de winnende film treedt onmiddellijk toe tot het pantheon van erkende belangrijke filmmakers. De winnende film zal door de bekroning meteen in veel meer landen te zien zijn – in de bioscoop of op filmfestivals.

Een belangrijke prijs dus, maar is er ook een belangrijke film om te bekronen? Een echte uitschieter of instant-klassieker had de competitie van het oudste filmfestival ter wereld tijdens de 72ste editie niet in huis. Maar hoe zit het met de degelijke, interessante en gewoon goede films?

Die waren er wel. Op veel liefde van zowel de Italiaanse als de internationale pers kon Francofonia rekenen, de nieuwe film van de Russische regisseur Alexander Sokoerov: een hoogst persoonlijke (en aanvechtbare) visie op de innige samenwerking tussen Fransen en Duitsers in de Tweede Wereldoorlog als het ging om kunst. Beide landen waren in de visie van de regisseur dikke vrienden als beschermheren van de meesterwerken van het Louvre, dat toestemming gaf om in het museum zelf te filmen.

Ook El Clan viel in de smaak: een op feiten gebaseerde thriller van de Argentijn Pablo Trapero over een criminele familie die zich zowel tijdens de militaire dictatuur als daarna specialiseerde in brute ontvoeringen en het eisen van losgeld. De film heeft in eigen land al alle records gebroken aan de bioscoopkassa, maar bevat als misdaadthriller misschien te veel elementen van een genrefilm om de hoofdprijs te winnen. Maar het kan zijn dat juryvoorzitter Alfonso Cuarón, die twee jaar geleden Venetië op stelten zette met ruimtevaartdrama Gravity, juist met dat vooroordeel wil afrekenen.

Goed ontvangen is ook Rabin, the Last Day, van de Israëlische filmmaker Amos Gitai: een heel precies gedocumenteerde reconstructie van de omstandigheden en de stemming in het land die twintig jaar geleden leidden tot de moord op de Israëlische premier Rabin.

Gitai hamert zijn verontwaardiging over de gebeurtenissen die een einde maakte aan het vredesproces in het Midden-Oosten bij de kijker naar binnen. Vredespropaganda is wellicht minder kwalijk dan oorlogspropaganda, maar propaganda blijft het. Met een subtielere aanpak had Gitai zijn boodschap effectiever over het voetlicht kunnen brengen. Niettemin was er veel enthousiasme bij de pers en het Italiaanse publiek.

Slecht ontvangen is daarentegen het intense The Endless River van de jonge Zuid-Afrikaan Oliver Hermanus, die een zowel epische (in stijl) als intieme (in onderwerp) film maakte over de vicieuze cirkel van geweld in zijn land. De film behandelt de verhouding tussen een man die zijn gezin bij een brute overval is verloren en de vrouw van een van de mogelijke daders. De film van Hermanus barst uit zijn voegen van ambitie. Daarbij overspeelt hij regelmatig zijn hand, maar de ronduit negatieve ontvangst aan het Lido heeft de film niet verdiend. Wellicht dat de jury een correctie toepast en Hermanus alsnog een mooie prijs toebedeelt.

Meisje in een hotel

De kleine films waren de beste. Performancekunstenaar Laurie Anderson kwam met haar eerste film naar Venetië. Heart of a Dog is een intieme, zeer geslaagde bespiegeling over dood en verlies; in de wereld van New York na 11 september, maar ook in haar persoonlijke leven.

Nog opmerkelijker was Anomalisa van de jonge animator Duke Johnson en de gevierde scenarist Charlie Kaufman. De eigenzinnige complicaties van een film als Being John Malkovich zijn er ook hier – elke pop in de stopmotion-animatiefilm heeft hetzelfde gezicht. Maar de film is voor Kaufmans doen toch opmerkelijk eenvoudig en direct: oudere man die worstelt met zijn huwelijk brengt op een zakenreis een nacht door met een meisje in een hotel. In een simpele animatiestijl vertelt Anomalisa een simpel verhaal, dat ook nog eens overbekend is. En toch is de film meeslepend. Animatiefilms winnen zelden grote prijzen op filmfestivals. Maar hopelijk is Anomalisa niet zo klein dat de jury de film over het hoofd ziet.