De heimwee machine

In cafés heeft de gokkast de jukebox verdrongen. Wie geeft er nog een kwartje voor een liedje? „Verruïneerde singles klinken als nooit tevoren.”

Wat zijn jukeboxen? Jukeboxen zijn herinneringsmachines, heimwee-automaten. Toen ik schoolging op het Sint Franciscus College aan de Beukelsdijk in Rotterdam – wij spreken hier over de jaren zestig – begaf ik me in het gezelschap van klasgenoten geregeld naar snackbar Anjo of Marjo in de Graaf Florisstraat. Daar liep ik rechtstreeks naar de jukebox om J7 in te toetsen. Dat was niet de kortste weg naar het alom bekende A whiter shade of pale van Procol Harum, maar naar het nog mooiere A salty dog van dezelfde band.

Hoor de weidsheid oproepende stemmen der meeuwen, hoor de piano met dat om een oplossing schreeuwende akkoord en hoor dan de lyrische stem van Gary Brooker, die zingt: All hands on deck, we’ve run a float/ I heard the Captain cry/ Explore the ship, replace the cook/ Let no one leave alive.

Ik had mezelf kenbaar gemaakt met J7, met een prachtig, melancholiek lied. Nu was de ruimte van mij, zij het tijdelijk, om precies te zijn vier minuten en veertig seconden. „Ja, doet u maar een hamburgertje.”

Uitgever Vic van de Reijt (65), groot kenner en verzamelaar van 45-toerenplaatjes, en eigenaar van een Wurlitzer 2400, herkent dit helemaal. „Toen ik op het Onze Lieve Vrouwelyceum in Breda zat, draaide ik op de jukebox in het cafetaria altijd Kiss me quick van Elvis. Nee, niet voor een meisje. Er waren geen meisjes in die cafetaria; er zaten voornamelijk soldaten. Breda is een kazernestad. Het mooie is dat de jukebox daar dezelfde was als die ik later zelf kocht. Kiss me quick zit nog steeds in mijn jukebox, op K7. Op A1 zit natuurlijk A1 on the jukebox van Dave Edmunds: A1 on the jukebox, played in every bar/ A1 on the jukebox, big Wurlitzer star/ I’m nowhere on the hit parade ’cause no one likes my art/ And I’m A1 on the jukebox, nowhere on the charts. Geweldig. Op A1 stond vroeger lange tijd Nathalie van Gilbert Bécaud. Dat vond iedereen mooi, ook mijn ouders.”

Van de Reijt kocht zijn Wurlitzer 2400 vlak voor zijn veertigste verjaardag. „Ik heb hem mezelf cadeau gedaan. We hebben die avond en nacht van acht tot half zeven gedanst. Dankzij de jukebox; drinkt niet, speelt de hele avond. Ik had gezegd: geen cadeaus, ik heb alles al, maar als je op zolder nog een doos hebt staan met ouwe plaatjes, you’re welcome. Op die manier kreeg ik singles in alle genres, tientallen deelverzamelingen. Dat was het begin van mijn collectie, waarmee ik inmiddels honderden jukeboxen zou kunnen vullen. Muziek is ook fysiek. Met Spotify zijn alle fysieke herinneringen verdwenen. Er gaat niets boven echte vinylplaatjes in zo’n esthetisch apparaat.”

De geluiden uit de jukebox vulden huize Van de Reijt ook toen zijn twee dochters, die nu rond de dertig zijn, nog een stuk jonger waren. „Bij het afwassen stond hij aan. Vier plaatjes. Kijken wie er het eerst klaar was, wij of de jukebox. Het is een herinneringsmachine die weer nieuwe herinneringen creëert. Mijn dochters zijn vertrouwd met de historische muziek. Ze houden van Roy Orbison en hebben allebei een nieuwe pick-up gekocht. En dan die feesten die we hebben gehad! Hoe voller je huis, hoe harder de jukebox, des te beter het klinkt. Ouwe plaatjes doen het het best, ook als ze afgesleten zijn. Ze zeggen: jukeboxen verruïneren je singles. Nee, verruïneerde singles klinken als nooit tevoren.”

In de publieke ruimte zijn nauwelijks nog jukeboxen te vinden. Ze zijn in kroegen vervangen door gokkasten. Maar Amsterdam heeft café Krom, waar de muziek alleen uit een jukebox komt, een Ami K uit 1959. Stamgast en muziekkenner André Kostenbrink (79) laat de inhoud rijmen op de seizoenen en op specifieke gebeurtenissen. In de zomer zat de jukebox vol nummers als It’s too darn hot van Ton van Duinhoven, In the summertime van Mungo Jerry en L’estate uit de Vier jaargetijden van Vivaldi. Toen Drs. P was gestorven kon de bezoeker De dodenrit opzetten en als Fleetwood Mac in de Ziggo Dome staat, doet Kostenbrink er een bijpassend singletje in. Als iemand zijn verjaardag komt vieren, kan het gebeuren dat hij Happy birthday van Bing Crosby tevoorschijn haalt.

Eigenaar Marcel Reijnveld (54) is gelukkig met zijn jukebox. „Het gaat om de beleving. Mensen kunnen zelf kiezen. Het enige dat ze moeten doen, is een kwartje bij de bar vragen. De muziek is van het huis. Het is nu stil, maar op drukke avonden wordt er continu gedraaid. De jukebox maakt de muziek persoonlijk en haalt de mensen uit de anonimiteit. Het is ook een sociaal bindmiddel: bij die kast staan, de inhoud bestuderen en praten over wat er gedraaid wordt. Ook voor toeristen is dit nostalgisch. Vooral Engelsen en Amerikanen vinden het fantastisch. Er is maar één bezoeker geweest die bezwaar had tegen de muziek. Een bekend persoon: Martin van Amerongen. Die zei dat het voordeel van een jukebox was, dat hij ook stil kan staan.”

De jukebox is een nostalgisch apparaat, dat je bovendien kunt vullen met plaatjes die ooit veel indruk op je hebben gemaakt en die je kunt koppelen aan cruciale gebeurtenissen in je leven.

Veronique Branquinho (42), de gastredacteur van dienst, kan zich geen leven zonder muziek voorstellen. Daar hoort ook de jukebox bij. „Toen ik begin jaren negentig ging studeren aan de Antwerpse Modeacademie, had je nog bruine kroegen met een jukebox en soms ook een Decap-orgel. Kent u dat niet? Het is een mechanisch orkest met echte instrumenten, zoals een drumstel, een orgel en een accordeon. Het is een surrealistisch ding, een echt Belgische uitvinding. Er is er in Antwerpen nog één, in café Beveren. Toen had café Atlas een Decap-orgel én een jukebox. Ik zette altijd hetzelfde nummer op: Jolene van Dolly Parton, voor vijf franc. Wel zes keer achter elkaar. En dan middenin de nacht meeblèren. Daar werden ze wel eens gek van. Wat ook heerlijk was: een slow nummer opzetten, waarop je langzaam en dicht tegen elkaar aan kon dansen. Dat zie je niet meer. Is dat bij u nog? Zo’n plaatje opzetten en dan zo wat naar iemand lonken. Die hidden messages zijn we een beetje kwijt.”

Branquinho had in 2008 een grote tentoonstelling in het Antwerpse Modemuseum, waarbij een jukebox een centrale plaats innam. „Ik vond kleren tonen in een museum al moeilijk. Daar hoort beweging bij en muziek: video’s en een jukebox. Die stond in een tussenruimte met rode gordijnen à la Twin Peaks. Een mooi object waarvoor het publiek moeite moest doen. Je kon niet zomaar een nummer opzetten. De titels waren afgeplakt. In plaats daarvan stonden rare woorden die te maken hadden met mijn leven.”

„Als je ‘Opel Manta’ intoetste, kreeg je I feel you van Depeche Mode. Dat was mijn eerste autootje. Bij ‘counting daisies’ kreeg je I’m gonna leave you van Led Zeppelin, bij ‘solitude’: Over the rainbow van Judy Garland. Die muziek heb ik ook bij mijn shows in Parijs gebruikt. Alles bij elkaar was het de soundtrack van mijn leven.”

De jukebox op die tentoonstelling was een gehuurd exemplaar. Branquinho wil er nu zelf een hebben. „Ik ga binnenkort kijken naar een Seeburg 100 B uit 1952. Ik wil vasthouden aan de memories, de nostalgie. Ik zoek niet de Cadillac onder de jukeboxen. Die Seeburg is eenvoudig, met een kast van hout. Ik hoef niet de mooiste wagen of de grootste flatscreen. Maar een jukebox? Ja. Die gaat het leven verrijken.”