De duivel moet er wel bij blijven

Joyce Roodnat

Kunst en eigen wereld. Vincent van Gogh. Hellen van Meene. Alexandra Radius.

foto Hellen van Meene

En weer proberen de luitjes van de wetenschap het wezen van de kunst te ontrafelen. En weer lukt het ze van geen kant. Dit keer ontwikkelde een team wetenschappers van de universiteit van Tübingen een „neurologisch algoritme” om de stijl van de schilders Pablo Picasso, Edvard Munch en Vincent van Gogh te duiden.

Dat wetenschappers het artistieke genie willen analyseren spreekt vanzelf. Maar niet dat ze vervolgens de wetenschap inruilen voor alchemie. Theorie en kennis zijn ineens niet genoeg. Ze willen goud maken – kunst zoals de kunstenaars die ze bestudeerden.

Dus pasten de Tübingse jongens hun neurologisch algoritme van Vincent van Gogh toe op een foto van de Eiffeltoren… en hopla! Dáár hadden we een schilderij zoals Van Gogh dat gemaakt zou hebben, mocht hij geïnspireerd geweest zijn door de Eiffeltoren. Maarre… Van Gogh wás niet geïnspireerd door de Eiffeltoren. En stel dat dat wel zo was geweest, wie zegt dan dat hij hem bij avond had geschilderd en niet in de ochtend of in de volle zon? Alleen al deze essentiële onzekerheid diskwalificeert dit proefje.

En verder? Verder niks. Dit wetenschappelijke ‘schilderij’ is een artistiek gedrocht. Een karakterloze Eiffeltoren onder een hemel met van die bolbliksemsterren uit Van Goghs verzamelde sterrennacht-schilderijen. Het toont maar één ding aan: dat deze drie wetenschappers geen snars van kunst begrijpen.

Het werk van Vincent van Gogh kun je herkennen aan zijn stijl, en die stijl is onafgebroken onderzoek waard. Maar hem tot die stijl reduceren is stupide. Een beetje neuroloog beseft wat zijn betreurde vakgenoot Oliver Sacks vele malen heeft beschreven: een artistieke prestatie wordt gestuurd door talent, psyche, persoonlijke geschiedenis en, vergeet dat nooit, de waan van het moment. Dat maakt een kunstwerk uniek en onherhaalbaar, ook voor de kunstenaar zelf. Doet die zelf een kunstwerk over, dan verschilt dat op zijn minst een beetje en meestal sterk van de eerste versie – zie Van Goghs zonnebloemen. Want dat is wat kunstenaars doen.

In het Fotomuseum Den Haag bekijk ik de foto’s van Hellen van Meene. Al haar beelden van spookachtige meisjes zijn aangenaam vreemd en onmiskenbaar van haar, maar de duivel is uitgebannen. Ze dreigt zichzelf te plagiëren.

Hier zie ik hoe ze zich teweer heeft gesteld met haar serie Dogs and girls – portretten en dubbelportretten van meisjes met honden. Van honden met meisjes. Van meisjes in hun eentje. Van honden op zichzelf. Allemaal foto’s op ragfijne scherpte en in ouwelijke kleuren, allemaal in de greep van een grondeloze kalmte. Zowel de meisjes als de honden zijn wezens die niet op zichzelf lijken, maar op andere mensen. Mijn favoriet is het portret van de gezette mopshond. Voor ik het weet zie ik er een allenige, mopperende vrouw in. In de tram.

Maar wacht, ik zie een hónd. Van Meene laat hier, met haar lens, haar daglicht, haar styling en haar keuze voor precies dit moment, die hond met dat scheve muiltje, mijn verstand te boven gaan. En dat geldt voor elke foto in deze serie. Voortgestuwd door haar stijl onthult Van Meene een onbekend feit dat ze ter plekke creëert: namelijk dat er naast mensen en dieren nog een derde soort bestaat. Een wezen dat zich soms manifesteert als hond en soms als meisje, en dat voorbij kijkt aan ons, gewone stervelingen. Dit is een universum waar wij niet bestaan – wat een knisperende gedachte.

Het Nationale Ballet opent zijn seizoen met een galavoorstelling. Dat doen ze elk jaar, maar dit keer staat de avond in het teken van het talent van de ballerina Alexandra Radius. 25 jaar geleden gestopt en nog altijd legendarisch. Er worden filmpjes vertoond met hoogtepunten uit haar carrière en vaak denk ik: daar was ik bij, ik heb haar gezien. Die bliksemende voeten, die smartelijke Giselle, die hoge armen en sterke benen – ik herinner het me, ze was zo goed. Radius liet zich leiden door de choreografen. Maar ze bestreek alles met haar eigen inzicht. Haar timing. Haar gevoel. Haar smoeltje. Die dans? Die was van haar.

    • Joyce Roodnat