De dood kiezen is een fuik inlopen

Zelfmoordpreventiesite 113 wordt veel bezocht na de dood van Joost Zwagerman. Suïcidespecialist Jan Mokkenstorm hoopt dat Zwagermans dood mensen zal weerhouden van een poging.

Psychiater Jan Mokkenstorm maakte zelf als student een depressie door. Foto Maurice Boyer

‘Ik zie het niet meer zitten. Het heeft geen zin. De dood van Joost sterkt me alleen maar in het idee dat het oké is. Het is goed geweest.’

Psychiater en suïcidespecialist Jan Mokkenstorm – vlot gekleed, opvallende zwarte bril – leest het appje voor van zijn collega over een vijftigjarige patiënt. De vrouw vertegenwoordigt volgens hem een grote groep die zwaar aangeslagen is door de zelfverkozen dood van schrijver Joost Zwagerman.

Sinds diens overlijden is het „hozen” bij 113online, de zelfmoordpreventiesite die Mokkenstorm zeven jaar geleden oprichtte. Op woensdag, de dag nadat Zwagerman een einde aan zijn leven had gemaakt, werd de site vijftien maal vaker bezocht dan normaal. Ook het aantal noodoproepen was hoger dan de dertig tot zestig die doorgaans binnenkomen.

Toen Mokkenstorm (53) van een journalist hoorde dat Zwagerman de hand aan zichzelf had geslagen – aanvankelijk dacht hij dat het om een hoax ging – besefte hij dat het twee kanten kon opgaan. „Ik hoopte dat het voor een Papageno-effect zou zorgen in plaats van een Werther-effect. Ofwel: dat zijn dood mensen zou weerhouden van zelfmoord en niet zou aanzetten tot een copycat-effect.”

En?

„De reacties bij onze site vallen in twee groepen uiteen. Voor sommige mensen is het een wake-up call: nu Zwagerman het heeft gedaan weet ik zeker dat ik niet die kant op wil. Maar er zijn ook mensen, zoals de vrouw van het appje, die zich gesterkt zeggen te voelen door zijn daad. Ik zeg met nadruk ‘zeggen’, omdat zo’n mededeling – van mij hoeft het niet meer – heel dubbel is. Als je dat écht voelt, meld je je niet bij een zelfmoordpreventiesite. Die vrouw is báng dat het genoeg is geweest. Ze hoopt bij ons iets anders te horen.”

De mensen die Zwagermans daad kopiëren, melden zich waarschijnlijk niet eerst bij u. Hoeveel zorgen maakt u zich om deze groep?

„Heel veel zorgen.” Mokkenstorm vertelt dat hij op woensdagochtend het mobiele nummer van Matthijs van Nieuwkerk wist te bemachtigen. ‘Jouw programma kan levens redden of levens kosten’, appte hij naar de presentator van De wereld draait door. ‘Graag overleg’.

Toen hij kort daarna een redacteur aan de lijn kreeg, vertelde hij wat hij zoëven ook aan mij vertelde: na de dood van een bekend persoon treedt een onvoorspelbaar proces in werking. Als je dat proces niet goed stuurt, heeft het grote gevolgen. Een populair tv-programma als De wereld draait door heeft een belangrijke rol en verantwoordelijkheid.

Hoe reageerde de redacteur?

„Dat Zwagermans zelfmoord geen gespreksonderwerp was. De uitzending werd gewijd aan zijn schrijver- en kunstenaarschap. De redactie wilde zijn leven vieren.” Het verbaast Mokkenstorm niet. Uit ervaring weet hij dat nabestaanden zelfdoding vaak vergoelijken of verheerlijken, zeker in het begin. Daar hield de redactie vast rekening mee. „Maar ja, een programmamaker moet zich professioneel opstellen. Beide kanten laten zien. Een breed publiek bedienen. Ik vroeg waarom ze Zwagerman niet in al zijn facetten konden laten zien. Iemand met grote talenten, maar ook iemand die in een paniekerige noodsituatie tot een misstap is gekomen waarmee hij veel stuk heeft gemaakt. Het antwoord: dat is lastig, we willen hem eren.” Tot opluchting van Mokkenstorm reageerden enkele vrienden van de schrijver recht uit het hart in de uitzending. „De een vond dat Zwagerman ongehoorzaam aan zichzelf was geweest. De ander was boos. Weer een ander zei: als hij nog geleefd had, had hij nu spijt. Dat is geweldig voor het begrip van de kijker. Die hoort dat het niet normaal is dat je een einde aan je leven maakt. Ik was heel blij met de uitzending.”

In zijn laatste interview, met HP/De Tijd, kreeg Zwagerman de vraag voorgelegd of hij wel eens zelfmoord had overwogen. ‘Absoluut’, antwoordde hij. ‘Maar als een troostgedachte’. Wat maakt dat zo’n gedachte toch in daad wordt omgezet?

Mokkenstorm klapt zijn laptop open. Aan de hand van een paar wetenschappelijke termen loopt hij modellen langs die het ontstaan van suïcidaal gedrag verklaren. „Als iemand het gevoel heeft dat-ie anderen tot last is en de wereld beter af is zonder hem, kan suïcidaal verlangen ontstaan. Dat verlangen is niet zo gevaarlijk. Er ontstaat pas een chemisch explosief mengsel als iemand de angst verliest om te sterven.” Zo’n gevoel ontstaat onder invloed van stressoren, legt Mokkenstorm uit: ontslag, echtscheiding, kinderen die op zichzelf gaan wonen, statusverlies, depressie. „Dan kan een staat van verslagenheid en vernedering ontstaan, waardoor iemand klem komt te zitten. Wie minder goed met stress en pijn omgaat, en weinig steun ondervindt, dendert snel naar beneden.”

Het lijkt een dunne scheidslijn.

„Er bestaat zoiets als een ‘suïcidale carrière’. Die begint met een keer fantaseren over de dood. Vervolgens wordt de gedachte verder verkend: wat zou bij mij passen? Er wordt geoefend met een afscheidsbrief. En vaak komt er dramatiek bij kijken: wat zouden mensen zeggen bij mijn begrafenis? Wij leven dankzij de erkenning van anderen: jij bent de moeite waard, ik hou van jou.”

Doodsfantasieën kunnen als roesmiddel fungeren, zegt Mokkenstorm. Sommige mensen kunnen zich erin verliezen. „Tweederde van de mensen legt suïcidegedachten weg, op eenderde blijft het een aantrekkingskracht uitoefenen. Omdat ze een kwetsbaarheid hebben gaat het brein op zoek naar groteske korte termijnoplossingen.” Hij kan zich voorstellen dat het ook ongeveer zo bij Zwagerman is gegaan. „Hij is kind van een man die een zelfmoordpoging heeft gedaan en krenkend was jegens hem als zoon. Dat heeft Zwagerman erg aangegrepen. Hij gaf daar vorm aan in zijn kunst, boeken en denken. Dat bracht hem dichter bij zelfmoord als concept. Je kunt nog zo’n goede schrijver zijn, nog zo’n betweter op sommige vlakken, maar je moet toch dealen met gewone mensendingen: een vrouw die van je scheidt, kinderen die denken: depressief of niet, wij gaan studeren.”

Zelf raakte Mokkenstorm als derdejaars student in een depressie nadat zijn ouders waren gescheiden en hij liefdesverdriet kreeg. Toen hij bij de Riagg op een wachtlijst werd gezet, en het „link werd”, meldde hij dat hij dood wilde. Binnen no time kreeg hij een maatschappelijk werker toegewezen. „Mensen met een depressie bedrijven topsport. Het is een Dakarrace zonder einde. Je rijdt in de droogte en verlatenheid, in zand dat je naar beneden zuigt, zonder finish in zicht. Je lijf zou wel kunnen, maar je lijdt omdat de wil ontbreekt.”

Wat zorgde ervoor dat u aan de goede kant van de scheidslijn bleef?

Er volgt een lange stilte. „Ik doorzag de valse verlokking van mijn suïcidale gedachten. Ik realiseerde me dat ik niet depressief was, maar een depressie had – een wezenlijk verschil.” Die ‘nuance’ probeert hij ook als psychiater aan zijn patiënten over te brengen: vereenzelvig je niet met je huidige toestand. Dat is niet wat je bent.”

Het Trimbos-instituut heeft becijferd dat jaarlijks een half miljoen mensen gedurende minstens twee weken aan zelfmoord denkt. Uitzonderlijk kun je suïcidale gedachten dus niet noemen.

„Het is een banale gedachte. Het hoort bij het mens-zijn om te denken: als ik er niet was, zou ik dit allemaal niet hebben.”

Toch wordt het niet zo ervaren.

„Dat komt doordat mensen zich schamen. Het wordt als ‘niet netjes’ ervaren, omdat het een ontrouwe, egoïstische gedachte is: geef mijn portie maar aan fikkie. Ik gooi mijn netwerk overboord, wil nergens meer lid van zijn. Zo’n gedachte staat voor falen: kennelijk kun je niets maken van je leven. Bij kanker- en ALS-patiënten speelt het element mee van ‘moedige strijd’, depressie wordt geassocieerd met lafaards die hun bed niet uitkomen.”

Hoe kun je voorkomen dat gedachten in daden worden omgezet?

„Flink minder dan een procent van die half miljoen Nederlanders pleegt zelfmoord. En toch gaat onze aandacht naar hen uit. Je zou ook kunnen benadrukken dat de rest andere oplossingen vindt. Dat het niet gek is met zelfmoord bezig te zijn, maar dat je wel tot een absolute minderheid behoort als je voor de dood kiest. Degenen die dat doen lopen noodlottig in een fuik. Het is een misvatting dat wij daar niet over kunnen praten.”

Hoe doe je dat: praten over zelfmoord?

„Het vereist lef om de intimiteit – want daar hebben wij het over – aan te gaan. Om te vragen: hoe is het écht met je? Denk je wel eens: ik houd het niet meer vol? Van mij hoeft het niet meer?” Welke termen mensen gebruiken – zelfmoord, zelfdoding, suïcide – maakt volgens Mokkenstorm weinig uit. „Het onderwerp is taboe, dus roept het emotionele reacties op. Zeker als wij van zelfmoord spreken. Maar het gaat om een reactie op een pijnlijk probleem.”

Volgens Mokkenstorm hopen veel mensen dat zij vlak voor hun zelfdoding worden opgemerkt door een passant of een teken krijgen van de goddelijke voorzienigheid. Zoals de moeder van drie kinderen die op een ochtend de echtelijke slaapkamer uit sloop, haar nette kleding aantrok en richting het spoor wandelde. Vlak voor ze aankwam op de plek waar zij haar laatste adem wilde uitblazen, zag zij een moedereend met drie kuikens door de sloot waden. Dat beeld raakte ze niet meer kwijt. Het was voldoende om naar huis terug te keren, haar man wakker te maken en naar de crisisdienst te rijden.

    • Danielle Pinedo