De clichés van Prinsjesdag

Weinig politici schuwen het cliché, maar verschil moet er zijn. Wie is de clichékeizer van het Binnenhof en wie blinkt uit in originaliteit? 

Het is vijf voor twaalf, voorzitter, en de minister moet boter bij de vis doen. Want het is van tweeën één. Óf je slaat een piketpaaltje. Óf je zet een stip aan de horizon. Ik begrijp dat je een broedende kip niet moet storen. Maar vertrouwen gaat te paard en komt te voet, voorzitter. 

Volgende week is het weer Prinsjesdag, gevolgd door de Algemene Beschouwingen – het belangrijkste politieke debat van het jaar. Gerede kans dat u één van bovenstaande zinnen voorbij zult horen komen. Politici zijn namelijk dol op het gebruik van clichés. Het bekt lekker, ze klinken stoer en gedecideerd. En, niet onbelangrijk, een cliché geeft je tijd om na te denken over je volgende formulering.

Op verzoek van deze krant telden onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam hoe vaak een aantal veelgebruikte politieke clichés voorkwam in de Handelingen van de Tweede Kamer. Dat gebeurde over de afgelopen tien jaar – grosso modo de periode dat de huidige generatie politieke leiders in het parlement zit.

Het moet gezegd: op de enorme hoeveelheid woorden die in het parlement worden gesproken, valt het clichégebruik nog mee. Maar het is wel hardnekkig en ook wijdverspreid: vrijwel alle politici bezondigen zich consequent aan een vaste verzameling clichés. Twee daarvan torenen uit boven de rest, zo blijkt uit het onderzoek. „Klip en klaar” is de absolute favoriet van onze politieke kaste, gevolgd door „met alle respect”. Twee uitdrukkingen die zijn geïmporteerd uit een andere taal. „Met alle respect” komt uit het Engels (‘with all due respect’). „Klip en klaar” is een germanisme (‘klipp und klar’) dat we waarschijnlijk te danken hebben aan de Duitse bezetting, vertelt etymoloog Nicoline van der Sijs.

We keken ook specifiek naar het clichégebruik van de hoofdrolspelers in de Algemene Beschouwingen: de fractievoorzitters van de negen grootste partijen én de minister-president. Wat blijkt: Mark Rutte is behalve premier van Nederland ook de clichékeizer van het Binnenhof. Zijn favoriete stijlfiguur is „met alle respect” – uitermate geschikt om een kritische oppositieleider eens lekker af te serveren.

Na Rutte volgen D66-leider Alexander Pechtold en Halbe Zijlstra van de VVD. De laatste bedient zich ook graag van „met alle respect”. Bij Pechtold luidt één van zijn favoriete stijlvormen: „het is van tweeën één”. Dat past bij zijn manier van oppositie voeren: het kabinet afschilderen als een club die geen keuzes maakt.

Andere grootverbruikers van het politieke cliché zijn Arie Slob (ChristenUnie) en Emile Roemer (SP). De calvinistist Slob heeft een voorkeur voor de oud-Hollandse uitdrukking „boter bij de vis”, waarin onze identiteit van koopmansnatie aan zee doorklinkt. Socialist Roemer is de kampioen van de uitdrukking „afbraak” of „afbraakbeleid” – meestal in combinatie met „gezondheidszorg” of „verzorgingsstaat”.

Vrijwel geheel cliché-vrij is Sybrand van Haersma Buma. Geen „piketpaaltjes” of „win-winsituaties” voor de CDA-voorman. PvdA’er Diederik Samsom gebruikt ook heel weinig clichés, terwijl Jesse Klaver in een relatief korte tijd als Kamerlid al een behoorlijk clichédossier opbouwde. Zo klip- en klaart de jonge GroenLinks-leider er lustig op los.

Dan zijn er nog de partijpolitieke voorkeuren. De bestuurlijk ingestelde middenpartij D66 spreekt graag over „stippen aan de horizon”. Eeuwige oppositiepartij GroenLinks gebruikt opvallend vaak het cliché „met stoom en kokend water”. Vrijwel altijd als verwijt aan een politicus die wél in de regering zit: „Waarom wil de minister deze aanpassing van de Crisis- en Herstelwet nu met stoom en kokend water door het parlement jassen?”

VVD’ers schermen graag met ‘76 zetels’ – de kleinst mogelijke meerderheid in de Tweede Kamer. Die worden gebruikt om politieke compromissen en mislukkingen te verdedigen: „Voorzitter, helaas heeft de VVD de afgelopen jaren geen 76 zetels gehaald, dus we hebben het niet volledig kunnen waarmaken.” Die andere compromispartij, de PvdA, excuseert zich verhoudingsgewijs het vaakst dat iets niet „de schoonheidsprijs” verdient.

En de PVV? Die partij komt ook qua clichégebruik graag populistisch uit de hoek. De PVV-fracties in de Tweede en Eerste Kamer zijn tezamen goed voor bijna een kwart van het gebruik van de uitdrukking „het moet niet (veel) gekker worden”. Overigens overtroeft Kamerlid Tony van Dijck daarbij zijn fractieleider Geert Wilders ruimschoots.

„Met alle respect” is een geval apart. Het afgelopen decennium was dat vooral een CDA- en PvdA-woord. Recordhouder is de vertrokken CDA’er Maxime Verhagen. Maar onder de zittende politici zijn de veelgebruikers allen VVD’er. Misschien ga je dit cliché vaker gebruiken naarmate je langer op het pluche zit.

Er is veel nautisch clichégebruik in de Tweede Kamer. Zo komen met enige regelmaat olie- dan wel mammoettankers voorbij (die zijn slechts met moeite van koers te veranderen, net als het overheidsbeleid). Ook gaat het behoorlijk vaak over de Titanic, in allerlei variaties: het kabinet/ons land/de wereld stevent recht op de ijsberg af, we zijn de dekstoeltjes aan het verschuiven en het orkestje blijft gewoon doorspelen. Met name Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren komt voortdurend aanzetten met het rampenschip.

Het is ook de Titanic die één van fraaiste parlementaire verhaspelingen heeft opgeleverd. In een debat over koopkrachtontwikkeling sprak – toen nog – PVV’er Roland van Vliet over „je schip naar de Titanic [laten] varen”.

Dat is klip en klare taal.

    • Thijs Niemantsverdriet