Als politici weten dat ze beter niet de winnaar kunnen spelen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Samsom, Rottenberg en de valkuil van te grote overwinningen. Ofwel: een kleine vooruitblik op Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Politici met een winnaargevoel. Politici die het voortreffelijk met zichzelf getroffen hebben. Het zijn welbeschouwd de gevaarlijkste politici – ook voor zichzelf.

Ik moest eraan denken toen ik Diederik Samsom donderdag zag zwoegen en opveren in het debat over het vluchtelingenprobleem.

Het coalitiestandpunt van VVD en PvdA was voor meerderlei uitleg vatbaar, en Samsom, de zwakste schakel van de coalitie, moest een lange reeks lastige vragen van de oppositie pareren.

Dezelfde Samsom die eerder deze week, in Vrij Nederland, door Felix Rottenberg was neergezet als „de bedrijfsleider” van het kabinet. Zo’n jongen die later heus een leuke minister van Milieu kan worden. Maltraiteren is altijd de stijl van Rottenberg geweest.

Maar goed – het bijzondere was dat Samsom er in dat debat gewoon weer stond. Na een dag vergaderen verliet hij de Kamer met opgeheven hoofd, en nul fouten achter zijn naam. Je moet het maar kunnen.

Terwijl ook hij, juist hij, voortreffelijk moet hebben gezien dat de formule van de farizeeër deze week weer erg geliefd was in zijn wereld.

Talrijke Kamerleden waren, zeiden ze voordat Rottenberg vrijdagavond aftrad als voorzitter van de PvdA-selectiecommissie voor Tweede Kamerkandidaten, ontstemd over Rottenberg. Het zal best: in dat VN-interview zei hij met zoveel woorden ook dat hij globaal driekwart van de fractie wilde lozen. Dus dat die Kamerleden - anoniem - graag kritisch over Rottenberg deden, bevestigt vooral hun angst voor de eigen toekomst. Niet hun geloof in Samsom. Ofwel: wie nu concludeert dat de positie van de partijleider onomstreden is, heeft slecht opgelet.

Ook de rol van voorzitter Spekman is nogal dubbelzinnig. Hij noemde Rottenbergs uitspraken dinsdag tegen de NOS „stom en fout”. Maar zag toen geen reden hem te laten vallen.

Intern, in de fractie, was Spekman dinsdag wel minder uitgesproken: daar zei hij dat Rottenberg dit geen tweede keer moest flikken. Dat gebeurde toch – hij noemde Dijsselbloem vrijdag in College Tour een „supertechnocraat”, waardoor in de partij, vooral onder bedreigde Kamerleden, opnieuw stemmen opgingen hem te lozen. Rottenberg maakte er vrijdagavond zelf een einde aan in De Wereld Draait Door. Als hij dit niet had gedaan, dan was hij vermoedelijk weggestuurd.

Spekman heeft een hekel aan dit eeuwige gekuip in de PvdA – hij doet daar niet aan mee, zegt hij, en dat geloof ik wel. Maar feit is óók dat de kern van Rottenbergs kritiek al sinds 2012 terugkeert in interviews die Spekman zelf geeft. „We nemen niet de kleur van de coalitie aan. (...) Onze kritiek [op de VVD] zal altijd doorklinken”, zei hij 20 oktober 2012 – Rutte II stond nog niet op het bordes – in deze krant. „Wij moeten diametraal tegenover de VVD durven staan”, zei hij vorige week zaterdag in de Volkskrant. Van dit soort Spekman-citaten is een hele serie voorhanden.

Punt is alleen dat Samsom nooit naar Spekman heeft geluisterd: hij maakte – tot nu toe een andere keuze, en belandde zo in de moerasgrond waarin hij steeds wegzakt. Hij verkoos loyaliteit aan het kabinet, en Rutte, boven het uitdragen van de eigen PvdA-principes en -opvattingen. Heel nobel: een stabiele regering boven de minipolitieke partijpraatjes.

Zo ging het ook met het Van Waarde-project, waarin de Wiardi Beckmanstichting in 2013 afstand nam van individualisme en liberalisme: Spekman hemelde het op, Samsom trok er zijn neus voor op. En niet toevallig prees Rottenberg in VN de Van Waarde-rapporten aan als leidraad voor de selectie van nieuwe Kamerleden.

Het onderstreept wat er echt aan de hand is: allerlei PvdA'ers namen deze week afstand van Rottenberg, maar zijn opvattingen worden in de periferie van de partijtop, en ten dele in de partijtop, vrijwel volledig onderschreven: PvdA’ers vertellen onderling voortdurend dit soort dingen aan elkaar.

En ik vermoed dat later, als de definitieve biografie van Samsom verschijnt, zal blijken dat hij inderdaad slachtoffer van zijn eigen winnaargevoel was. Veel is al gezegd over de vliegensvlugge formatie en de openbare liefdesverklaring voor Rutte bij Pauw & Witteman. Minder aandacht kregen de personele keuzes die Samsom destijds maakte.

Keuzes die de ongemakkelijke verhoudingen in de partijleiding ten dele ook verklaren. Als ambitieuze prominenten aan het einde van de formatie worden overvallen omdat ze buiten de partij opvangen dat ze niet in het kabinet komen, heb je misschien te lang de winnaar uitgehangen – en te weinig de leider.

Nu is het gevaar van het winnaargevoel zeker geen exclusief PvdA-probleem. Nadat donderdag dat vluchtelingendebat klaar was, waarin de VVD ineens groot geloof in de bestuurlijk vermogens van de EU toonde, hadden de meeste partijleiders en politieke volgers geen energie meer voor het debat in de avond.

Toch stond daar nogal wat op het programma. De Nationale Politie, onder Rutte I (2010-2012) ingevoerd als bewijs van compromisloze crimefighting, blijkt uit te lopen op een fiasco. Tweemaal zo duur als begroot, invoering drie jaar uitgesteld. Niet aanpakken maar doorschuiven.

Terwijl de VVD deze centralisatie (er waren 26 korpsen) in haar verkiezingsprogramma van 2010 – Orde op zaken – nog lanceerde om „de effectiviteit” van de politie te „vergroten”. Best knap: meer effectiviteit beloven en duurkoop met lagere effectiviteit leveren.

En destijds had elke deskundige je kunnen uitleggen dat de laatste reorganisatie van de politie, begin jaren negentig, al tot talrijke drama’s leidde – inclusief het grootste justitieschandaal dat dit land ooit kende: de IRT-affaire. Het winnaargevoel van de VVD was in 2010 blijkbaar zo groot dat reële scepsis het verloor van een wonderlijk liberaal maakbaarheidsideaal.

Volgende week is het politieke seizoen toe aan Prinsjesdag en Algemene Beschouwingen. Hoogtijdagen over een begroting met mooie cijfers en goede economische vooruitzichten. Het winnaarwaagstuk van Rutte en Samsom is – een nuance die Rottenberg even miste – zeker niet zonder resultaat gebleven.

Volgens de communicatiestrategie voor Prinsjesdag die vrijdag naar RTL Nieuws uitlekte, zal het kabinet dinsdag vooral ‘nuchterheid’ uitstralen. Een oude wijsheid: wie zijn successen overschreeuwt vergooit ze.

Maar in het hart van veel bewindslieden huist niettemin triomfalisme: we hebben het toch maar geflikt. En natuurlijk was het geen toeval dat zoveel mooie cijfers en plannen de laatste weken uitlekten. De oppositie zag in de nazomer kans het kabinet door de Griekse steun en de vluchtelingencrisis in het defensief te dringen, dus de belangstelling voor goed nieuws was in de coalitie nogal groot.

Volgende week zal in essentie diezelfde strijd te zien geven: de coalitie die de eigen successen agendeert, de oppositie die wil praten over (internationale) bedreigingen. Dat is het woordenspel.

De paradox die daarachter schuilgaat is, vermoed ik, dat tijdens de Algemene Beschouwingen een situatie ontstaat die sterke gelijkenissen met 2013 vertoont. Toen was na de debatten niet duidelijk hoe het kabinet zijn fiscale plannen door de Eerste Kamer kon krijgen, en zoiets zit nu weer in het vat.

Alles draait om de vijf miljard euro lastenverlichting waarmee de coalitie de burger vanaf volgend jaar wil laten mee profiteren van de groei. Die maatregel moet eind dit jaar via het Belastingplan ook door de senaat. En D66 doet hier vrijwel zeker niet aan mee: Pechtold wil een nieuw belastingstelsel, geen platte lastenverlaging, omdat die onvoldoende werkgelegenheidseffecten geeft. Gevolg is dat D66 op dit punt overstapt van de constructieve oppositie naar de echte oppositie.

Het betekent ook dat de coalitie voor zijn belangrijkste beleid volgende week vrijwel zeker afhankelijk is van de drie christelijke partijen in de Kamers: SGP, CU en CDA. En als ik me niet vergis zullen die partijen (of in elk geval één van hen) zich zo opstellen dat aan het einde van het debat niet zeker is of de steun voor de fiscale plannen er eind dit jaar in de senaat ook komt. Zodat thema's uit de confessionele politiek in het Haagse repertoire terugkeren – steun aan eenverdieners, gezinnen, etc. – die jaren amper gehoord zijn.

Het vergt ook dat de coalitie, ondanks al het goede nieuws, de debatten met de Kamer bescheiden begint. Winnaargedrag zal niet werken. Maar dat inzicht is in deze coalitie al wat langer aan het rijpen.

    • Tom-Jan Meeus