DeLUXE smaak

Hij draagt laarsjes met doodskoppen en zijn Volvo XC-70 uit 2005 is „perfect”. De smaak van muzikant Erik de Jong (Spinvis).

Erik de Jong: „Ik vind avocado sowieso heel erotisch spul”

Op een Utrechtse cafétafel legt Erik de Jong (Spijkenisse, 1961) een gebruikt boek neer: Hélène Defraye van Hubert Lampo, uit 1945. Zijn nieuwste aanwinst. Een man op het Centraal Station stond boeken weg te geven. De Jongs oog viel op deze pocket. Dat is natuurlijk niet voor niets, zegt hij. Want je kunt wel denken dat smaak een hoogst individuele verworvenheid is, maar dat is onzin. „Smaak valt je toe.” Omdat je op een bepaald moment, op een bepaalde plek, in een bepaald gezin geboren bent.

De laatste tijd ondervraagt De Jong zijn ouders veel en vaak over de oorlog. „Onze levens zijn veel meer verweven met de Tweede Wereldoorlog dan we denken. Die rigoureuze toekomstwil van vlak na de oorlog, de wortels daarvan zitten nog altijd onder de grond, daar zitten we nog altijd aan vast.” Dus daarom viel zijn oog op Hélène Defraye.

Een gesprek over smaak met de zangermuzikant die als Spinvis met een paar welgemikte woorden en beelden een gelaagd verhaal vertelt.

Wat leest u?

„Vooral poëzie, steeds vaker nieuwe poëzie. Ik hou van jonge kunstenaars, van hun taal en hun blik op de wereld. Ik lees nu de bundel Kalfsvlies van Marieke Rijneveld. Ze is heel jong, begin twintig, maar ze kent haar klassiekers. Haar stijl is heel tactiel.”

Geeft u eens een voorbeeld van tactiel genot.

„Een avocado schillen. En dan bij de pit aankomen, die onwaarschijnlijk gladde, glibberige pit – een heel erotisch voorwerp. Ik vind avocado sowieso heel erotisch spul: droog en niet droog, glad en toch met weerstand. Een avocado nodigt je uit om erin te verdwijnen.”

Draagt u een parfum?

„Miyabi van Annayake, al jaren. Ik moet eens iets anders zoeken, maar niks is echt lekker. Dit is een kruidige geur. Niet alleen zoet of fris of alleen veel alcohol, maar heel subtiel. Net als de geur van moedermelk, dat is ook zo’n verhalende geur.”

Houdt u van mode?

„Ik begrijp fashion addicts en dandy’s heel goed. Als je bedenkt dat het hele leven onzin is, vind ik het buitengewoon elegant en ontroerend als iemand dat op een uitbundige manier etaleert, als in iemands kleren een grap zit, een onuitgesproken doodsbesef. Dan begrijpen we elkaar en kunnen we – voor zolang als het duurt – feestvieren.

„Zelf draag ik graag goede merken: Paul Smith, Filippa K., Burberry. Ik heb laarsjes van Jeffery West, ontzettend dandy laarsjes met doodskoppen. Ze zijn heel goed gemaakt, ze kostten 500 euro, maar over vijftien jaar draag ik ze nog. Mijn pakken laat ik maken bij New Tailor of Suitsupply, en ik heb een paar pakken van het Italiaanse merk Zegna. Al vind ik de Engelse snit mooier dan de Italiaanse. Italiaanse pakken hebben de naam, maar ik vind ze toch meer voor taxichauffeurs.”

Welke reis wilt u nog maken?

„Ik hou steeds meer van Europa. Ik wil het midden van Duitsland ontdekken, München, Heidelberg, daar zijn dromen en geheimen te vinden die ook in mijn bloed zitten. Ik wil ook best naar Japan of Zuid-Amerika, maar de wereld is toch te groot. Hoe kan ik een vreemde stad als Tokio begrijpen? Daar sta ik naar een wonder te kijken, ook leuk, maar met mij heeft het niets te maken.”

Een hotel of een Airbnb?

„Met de band reizen we veel, dan slapen we soms bij mensen thuis. Lig ik in een bed onder familiefoto’s van een vreemde, ik gebruik zijn tandpasta, plas in zijn wc. Ik voel me een spion van andermans leven. Dat vind ik leuk, maar echt op mijn gemak ben ik in de anonimiteit van een hotel.”

Van wat voor kunst houdt u?

„Van kunst die niet als kunst is bedoeld. Zoals de strips van Winsor McCay, de geestelijk vader van Little Nemo. Elke dag maakte hij voor de New York Herald een strip in kleur, heel mooi en liefdevol en met veel finesse getekend, het ging hem om het plezier van het maken, hij wist dat de krant de volgende dag weer werd weggegooid. Nu gaat een originele tekening voor een miljoen dollar over de toonbank. Dat stond ooit gewoon in de krant! Zijn tekeningen van stadsgezichten zijn pure psychedelica, ze hebben een enorme verbeeldingskracht.”

Besteedt u veel aandacht aan uw interieur?

„Als ik wat voor mijn huis koop moet het wel goed zijn. Ik heb een koffietafel van Isamu Noguchi, een Japanse ontwerper uit de jaren dertig. Een glazen plaat op organisch gevormde houten blokken die op elkaar balanceren. Daar moet je heel lang voor sparen.

„ Ik probeer goed na te denken over wat retro is. Het moet geen valse melancholie worden. Voor je het weet roept je hele huis een bepaalde tijd op en heb je heimwee naar iets dat er nooit was.”

Uw mooiste uitzicht?

„Op Lowlands stond ik een keer in de Alpha-tent voor 15.000 mensen. Dat is iets. Heel even had ik het gevoel dat ik buiten mezelf trad. Dat je naar jezelf kijkt alsof je een ander bent. Het was een absurde situatie, al die mensen, 15.000 verhalen, 15.000 keer geboorte, dood, kinderen, weet ik wat. Als ik met één iemand praat, vind ik het al veel. Zo’n massa.... ik was me op dat moment bewust van het collectief bewustzijn: dit zijn wij, we hebben een gemeenschappelijk toekomst. Ik voelde me helder, rustig. Ik dacht: ik hoef niets te presteren. Niet op dit moment. Over een minuut ja, maar niet nu.

„Een ander uitzicht dat indruk maakte: het strand van Oerol, een van de grootste zandvlakten van Nederland. Mooie wolken, de zon, stilte. Prachtig zou je zeggen. Maar toen. Aan de horizon reed een rood autootje van links naar rechts. Pas toen vond ik het magistraal. Alles kreeg ineens perspectief en betekenis. Dat autootje was net wat het nodig had.”

Lievelingsdrank?

„Een fles Monin, dat is de beste limonadesiroop ter wereld. Ik ontdekte het in Heuvelland in België, tegen de Franse grens, daar schenkt elke cafeetje zijn eigen picon, een bittertje waar je wat witte wijn bijgooit en kirsch of dus Monin citroensiroop. Ik heb ooit op internet een hele doos besteld, ik wilde thuis ook picon maken. Dat is natuurlijk niet hetzelfde. Iedereen die langskomt krijgt nu van mij een fles citroenlimonadesiroop mee.”

Droomauto?

„Mijn Volvo XC-70 uit 2005. Na 2007 zijn deze Volvo’s afschuwelijk geworden. Bij mijn Volvo staat de neus recht vooruit. Hij is nergens bang voor. De nieuwe heeft een af-schu-we-lij-ke ronde, laffe neus en allerlei ingewikkelde en volkomen overbodige vlakken en hoeken. Zonde, zonde…god wat zonde. Hij was perfect.”

    • Monique Snoeijen