Zakendoen met modesubsidies

Als voorzitter van een stichting die jonge modeontwerpers met overheidsgeld ondersteunde, deed Guus Beumer ook zaken met zijn eigen bedrijf.

Door Joep Dohmen

Modeontwerper Alexander van Slobbe, in 2013 Foto Marco Hillen/HH

Het is een kleine wereld, de modesector in Nederland. Je komt elkaar vaak tegen en de afhankelijkheid van overheidssubsidie is groot bij de talentvolle voorhoede. In die wereld raakt Guus Beumer (60) in de jaren tachtig verzeild, na een studie andragogie.

Met zijn zakenpartner, modeontwerper Alexander van Slobbe, heeft Beumer in de jaren negentig in Amsterdam een bedrijf dat mode van Van Slobbe produceert en verkoopt. Het is een opwindende tijd. Nederlandse modeontwerpers showen hun collectie in Parijs. Van Slobbe is de eerste die dat doet met zijn minimalistisch vrouwenmerk Orson & Bodil. Daarna heeft hij commercieel succes met mannenlabel So. Intussen nemen Guus Beumer en Alexander van Slobbe een jonge modeontwerper onder hun hoede, Francisco van Benthum. Hij begint als stagiair.

In 2000 richten Beumer en Van Slobbe met een zakenvriend een tweede onderneming op: Trots BV, ook een modebedrijf. Tegelijkertijd zit Beumer namens de Mondriaan Stichting en het Fonds Beeldende kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (Fonds BkVB) in commissies die beslissen over subsidies voor modeontwerpers. Hij is tegen die tijd een bekend persoon in de modewereld.

Beumer onderzoekt hoe jonge modeontwerpers naar zakelijk succes geholpen kunnen worden. Dat leidt in 2006 tot de oprichting van stichting Co-Lab. In de statuten laat voorzitter Beumer als doelstelling opnemen: „Het bieden van een werkplaats aan getalenteerde modevormgevers waar deze begeleid zullen worden in de professionalisering van hun talent en in het ontsluiten van een economisch draagvlak van hun product.” Later wordt de doelstelling uitgebreid: er moet ook een investeringsfonds, een kenniscentrum en een masteropleiding komen.

De Mondriaan Stichting en het Fonds BkVB geven tussen 2005 en 2009 samen bijna een half miljoen euro subsidie aan de stichting met de afspraak dat een private partij 85.000 euro inbrengt.

Wie was die private partij? Guus Beumer wil niet mondeling ingaan op vragen van deze krant, maar reageert in een schriftelijke verklaring: „Guus Beumer moet het antwoord hierop schuldig blijven. Hij kan zich niet voldoende herinneren waardoor hij zou moeten gaan speculeren.”

De 85.000 euro komt er niet. Zo wordt Co-Lab uiteindelijk geheel met belastinggeld gefinancierd.

Wie, nieuwsgierig geworden, meer wil weten over de financiën van de stichting, treft het niet. Beumer wil de jaarrekeningen van zijn stichting niet ter inzage geven. Hij wordt daarin gesteund door de twee andere bestuurders van de stichting. Modeondernemer Mariette Hoitink: „De jaarstukken liggen in een kast bij mijn accountant en die ga ik echt niet openen.” En Sabine Gimbrère, in het dagelijks leven hoofd internationale zaken van de gemeente Amsterdam: „Daar moet ik nog eens een nachtje over slapen.”

Het Mondriaan Fonds, opvolger van de voormalige Mondriaan Stichting, verstrekt desgevraagd wel de financiële eindverantwoording die de stichting in 2010 inlevert. Daarin staat dat bijna 60.000 euro betaald is voor de huur van een werkruimte waar drie jonge ontwerpers zijn begeleid in hun professionele ontplooiing.

De fondsen die de subsidie geven, weten niet beter dan dat de werkruimte op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam staat. „Het terrein van de Westergasfabriek speelt een prominente rol in dit streven”, meldt het beleidsplan dat de stichting naar de fondsen stuurt. „Co-Lab zou daar kunnen profiteren van een omgeving die is doordrenkt van ateliergeur.”

Onderzoek van deze krant leert dat het anders loopt. De stichting wordt onderhuurder van het bedrijf van Beumer, Trots BV. Dat bedrijf huurt een monumentaal pand aan de Herengracht in Amsterdam. Het herbergt het kantoor en de studio van ontwerper Alexander van Slobbe. Ook voormalig stagiair Francisco van Benthum, die inmiddels zijn eigen label heeft, ontwerpt er zijn avant-gardistische mannenmode.

Dat de stichting 60.000 euro betaalt aan het bedrijf van Beumer staat niet in de eindverantwoording. Ook de eigenaar van het pand aan de Herengracht weet van niets. Eigenaar Jos van de Mortel laat weten dat Trots BV nooit vertelde dat het kantoor werd onderverhuurd. Van de Mortel: „Volgens het huurcontract moest dat wel.”

Protegé Van Benthum

De eerste jonge ontwerper die geholpen wordt door de stichting is een protegé van Beumer en Van Slobbe: Francisco van Benthum. Wat in de eindverantwoording „kantoor en werkruimte ontwerpers” genoemd wordt, is alleen zijn werkruimte.

De werkplek van de twee andere ontwerpers die begeleid worden – Monique van Heist en Kentroy Yearwood – betaalt de stichting niet. Van Heist: „Ik woon in Rotterdam en heb mijn eigen studio.” Yearwood heeft een eigen pand in Amsterdam.

Van Benthum zegt daarover: „Ik woonde toen in België en om mijn collectie te realiseren kon ik gebruik maken van hun infrastructuur. Dat hadden die andere ontwerpers ook gekund, maar zij hadden hun eigen atelier. Ik niet.” Volgens Beumer was het „de keuze van de ontwerpers” om wel of niet gebruik te maken van de Herengracht. Van Heist en Yearwood ontkennen dat hun een werkplek is aangeboden. „Dat zou onlogisch zijn geweest want die hadden we zelf al”, zegt Yearwood.

De stichting stopt ook bijna 50.000 euro in „het opzetten van een internationaal productie- en distributiemodel” voor het modelabel van Francisco van Benthum. Nadat productie en distributie met subsidiegeld zijn opgezet, wordt de naam van het label ondergebracht bij Trots BV, het bedrijf van Beumer. Trots BV verkoopt vanaf 2008 de kleding van Van Benthum. De ontwerper geeft toe dat hij „onderdeel is geworden van Trots BV”.

Waarom dat gebeurde? Beumer is zwijgzaam. Hij zegt vlak vóór de overdracht van het label te zijn gestopt als directeur van Trots BV. „Over het waarom kan ik u derhalve niet informeren.” Beumer blijft wel eigenaar van het bedrijf tot hij in 2013 aan de slag gaat in Rotterdam.

Resumerend: de stichting van Beumer krijgt bijna vijf ton waarmee de modelijn van Van Benthum wordt opgezet. Met de subsidie kan het bedrijf van Beumer een deel van de huur aan de Herengracht betalen. Nadat met de subsidie het label van Van Benthum in de markt gezet is, komt de merknaam in handen van het bedrijf van Beumer.

Vier ton subsidie

Terwijl de stichting Co-Lab Van Benthum ondersteunt, vloeit er nog meer subsidie richting de jonge ontwerper. Het Fonds BkVB, de Mondriaan Stichting en andere fondsen honoreren een reeks rechtstreekse steunaanvragen. Volgens de jaarverslagen gaat het tussen 2003 en 2012 om nog eens vier ton. Ook dat geld is voor de ontwikkeling van zijn collecties en zijn internationale ontplooiing.

Ook hier duikt Guus Beumer op. Hij zit in de subsidiecommissie van het Fonds BkVB. In vier vergaderingen (in 2004 en 2005) waar Beumer aanwezig is, wordt besloten dat Van Benthum 54.000 euro subsidie krijgt, meldt het Mondriaan Fonds, de opvolger van het voormalige Fonds BkVB.

De twee andere jonge ontwerpers krijgen minder hulp van de stichting. Kentroy Yearwood zegt niet meer dan 26.000 euro aan steun te hebben ontvangen. De stichting Co-Lab voert in de eindverantwoording bijna het dubbele op. Monique van Heist was begroot op 20.000 euro, maar kreeg minder dan de helft. Ze zegt dankbaar te zijn voor elke euro hulp, maar voor een wending in haar carrière heeft de stichting niet gezorgd. „Daar heb ik zelf heel hard voor gewerkt.”

Om de ambities van de stichting waar te maken vindt Guus Beumer dat er een directeur moet komen. Dat wordt modeconsultant Christophe Mollet, die al in het pand aan de Herengracht werkt. Er wordt geen vacature opengesteld. „Guus Beumer en Alexander van Slobbe introduceren Mollet op basis van hun eigen ervaringen”, schrijft Beumer in zijn verklaring.

Mollet werkt in het pand aan zijn eigen modelabel: Running Dogs. Volgens de website van het label is Alexander van Slobbe „artistiek directeur” en doet Mollet „operations”.

Terwijl de stichting Co-Lab dus 60.000 euro neerlegt voor de huur van de werkruimte van Francisco van Benthum, betaalt Mollet naar eigen zeggen niets voor huisvesting van Running Dogs. Mollet: „Ik herinner mij dat ze [Trots BV] moeite hadden om de huur te betalen. Maar dat er subsidiegeld gebruikt is, wist ik niet.”

De stichting maakt 163.000 euro over aan Mollet. Hoeveel werk had hij? Hij was 38 maanden actief maar het was geen dagtaak, zegt hij. En: „Het was wel goed betaald.” De drie modeontwerpers die hij moet begeleiden spreekt hij eens per maand. Hij belt rond, maakt afspraken en lobbyt voor de komst van het investeringsfonds, het kenniscentrum en de masteropleiding.

Nooit van gehoord

Wisten de subsidiegevers – Mondriaan Stichting en Fonds BkVB – dat Beumers stichting Co-Lab zaken deed met Beumers bedrijf Trots BV?

Beumer zegt van wel. Volgens hem was een van de „randvoorwaarden” dat Trots BV werkruimte beschikbaar zou stellen en dat de fondsen dat zouden betalen. Documenten die dit bevestigen presenteert hij niet. Ook in het archief van de fondsen is hierover niets te vinden, meldt het Mondriaan Fonds. De toenmalige directeuren van de subsidiegevers, Gitta Luiten en Lex ter Braak, weten ook van niets. „De naam Trots BV zegt mij niets”, zegt Ter Braak. Luiten zegt niet te hebben geweten van de betalingen van de stichting Co-Lab aan Trots BV.

Uit de eindverantwoording van de subsidie blijkt dat de doelen van de stichting Co-Lab niet zijn gehaald. Investeringsfonds, kenniscentrum en masteropleiding komen er niet. De steun aan twee van de drie ontwerpers blijft beperkt. Kentroy Yearwood meldt sowieso weinig hulp te hebben gehad. Monique van Heist ontving een klein bedrag en één jaar enige hulp. Francisco van Benthum, de protegé van Guus Beumer en Alexander van Slobbe, blijkt daarentegen flink geholpen, net als Trots BV.

Ondanks de hulp en de tonnen subsidie is het eigen kledinglabel van Van Benthum geen succes. Zijn modewinkel is gesloten. De laatste kledingstukken hangen op een rekje in de winkel van Alexander van Slobbe. Beide ontwerpers hebben inmiddels samen een nieuw modemerk, Hacked. Het is vanaf dit weekeinde te zien tijdens Het Tijdelijk Modemuseum, in Het Nieuwe Instituut van Guus Beumer.

Beumer noemt in zijn schriftelijke reactie aan deze krant de stichting Co-Lab „een succes”. Hij wijst erop dat de drie ontwerpers nog steeds actief zijn in de mode terwijl anderen het niet gered hebben. De overige doelen zijn weliswaar niet gehaald, maar „kernvragen en voorstellen” van Co-Lab zijn „nog steeds bruikbaar”. En: „Guus Beumer heeft geen zakelijk belang en/of voordeel gehad bij deze kwestie.”