Weer flater gemeente

Juist nu er een enquête loopt naar het financiële beleid van de gemeente, komt weer een nieuwe blunder aan het licht.

Opnieuw een financiële flater van de gemeente Amsterdam – en dat wordt juist bekend nu de gemeenteraad een enquête houdt naar het reilen en zeilen van de financiële organisatie naar aanleiding van eerdere blunders.

Deze week maakte het college van burgemeester en wethouders bekend dat in de periode januari tot september dit jaar aan 116 Amsterdammers facturen dubbel zijn betaald. Het totale bedrag dat ten onrechte is uitgekeerd, beloopt 830.000 euro. Het is kinderspel vergeleken bij de 188 miljoen aan ten onrechte uitgekeerde uitkeringen en toelagen in 2013. Dat was het gevolg van een twee cijfers verschoven komma in het systeem; er had 1,88 miljoen moeten worden uitgekeerd. Voor toenmalig wethouder financiën Pieter Hilhorst was de fout een nagel aan zijn doodskist.

Naar aanleiding van de jongste blunder is besloten extra trainingen te geven aan medewerkers van financiën. De gemeente heeft intussen meer dan 200.000 euro teruggestort gekregen en verwacht „95 à 100 procent” van de 830.000 euro weer te kunnen innen.

Het openbare deel van de raads- enquête naar de financiële organisatie van het stadhuis is intussen in zijn tweede week. Er zijn elke maandag en elke vrijdag verhoren van bestuurders, politici en ambtenaren. Vandaag treedt onder meer oud-wethouder financiën Geert Dales voor de commissie, onder voorzitterschap van CDA-raadslid Marijke Shashavari.

De verhoren tot nog toe leveren het beeld op van een afdeling die kampt met jarenlange onderbezetting, met een bestuur dat een voortdurende staat van reorganisatie lijkt te verkiezen boven bestendigheid en met een gemeenteraad die steeds meer controle op de financiën probeert uit te oefenen. Oud-wethouder grondzaken Maarten van Poelgeest (GroenLinks) was in zijn verhoor sceptisch over die behoefte. „De verantwoording wordt steeds frequenter. Er worden viermaands- en achtmaandsrapportages geproduceerd. Het is of de gemeente drie jaarrekeningen heeft. Dan lijkt het of de controle toeneemt, maar in feite neemt die af. Ambtenaren zijn dan te veel tijd kwijt aan controle, en dat is contraproductief.”

Drie hoge ambtenaren van financiën wezen vooral op de onderbezetting. Het is voor gemeenten in het algemeen moeilijk goede financiële specialisten aan zich te binden (behalve in crisistijd). Daarom moest de directie middelen en control zo’n 15 à 20 procent van de medewerkers extern inhuren, schatte oud-directeur Manus Twisk.

Volgens oud-treasurer (van 2006-2012) Vera Luijendijk was een belangrijk moment het vertrek van directeur Cees Veerkamp, een man met ervaring en gezag op financieel gebied, die volgens haar bewust niet door een ervaren kracht werd vervangen om de macht van financiën te breken – „andere diensten hadden last van die macht”.

Oud-wethouder Van Poelgeest beaamde dat. Vanaf 2005-2006 schakelde de gemeente over naar een directeurencaroussel, waarbij niet inhoudelijke kennis, maar managementskwaliteiten de doorslag gaven bij benoemingen. Dat leidde er volgens hem toe dat het gezag van de afdeling financiën is afgebrokkeld. In het laatste jaar van zijn termijn (2013-2014) was de toestand zo zorgwekkend dat deze in het college werd besproken. „Adviezen van financiën kwamen te laat of werden herroepen.”

    • Bas Blokker